Berichten

Een lach en een traan

We zijn voorbij de start, maar nog niet aan het einde van het begin, zo zei Rutte gisteren. Echt origineel was hij niet met deze uitspraak las ik op Twitter. Winston Churchill zei in 1942: Now this is not the end. It is not even the beginning of the end. But it is, perhaps, the end of the beginning.

Hoe dan ook, we zijn er nog niet! 28 april is de nieuwe datum waar we naar toe kunnen leven. Na deze week dus nog 4 weken te gaan. Minimaal. Daarna volgt de meivakantie, dus als alles goed gaat kunnen de kinderen 11 mei weer naar school.

We leven nu van dag tot dag en proberen er elke dag wat van te maken. De afgelopen week was even pittig omdat Johan en ik het allebei erg druk hadden met ons werk. Wat meespeelt is dat de journalist in mij tijdens deze coronacrisis naar bovenkomt. Als redacteur van De Westereender moét ik daar iets mee doen. Het resultaat is volgende week te bewonderen.

Ondertussen help ik de meiden met hun huiswerk, maar we proberen vooral ook de humor er in te houden. En dan komt het goed uit dat het vandaag 1 april is. Gisterochtend hadden we alvast leuke grapjes voor heit bedacht. Zijn hoofd beschilderen met SC Heerenveenvlaggen lukte helaas niet, maar de foto van de aap op de spiegel en mayonaise in de tube tandpaste wel! En de grapjes gaan vandaag waarschijnlijk nog wel even door.

Nu, na ruim twee weken, begint ook het besef te komen dat we onze ouders/pakes en beppes beginnen te missen. Zij zitten in de risicoleeftijd dus we blijven allemaal veilig thuis. Deze week zijn we voor het eerst aan het beeldbellen geweest. Erg leuk en grappig, maar het is toch anders dan even een knuffel geven.

Gisteren was Johan een blokje om in de auto met de meisjes en onverwachts reden ze langs het huis van pake en beppe in De Westereen. Beppe haalde meteen een verrassingstas uit huis voor onze dochters met kleurboeken, paaseieren van chocola en knutselspullen. Wat waren ze blij. Niet alleen met de spullen, maar ook dat ze elkaar even konden zien. Met tranen in de ogen zwaaide beppe ze uit. ,,Beppe moat gûle omdat se ús mist’’, was de conclusie van de jongste dochter.

Thuis gingen ze meteen knutselen. Een mooie kaart voor de beppes met daarop de tekst: We hopen dat we jullie snel weer zien…

En nu maar hopen dat 28 april echt de einddatum is!

Klasina van der Werf

Wij missen school!

Nou dat was me het weekje wel hoor. Best moeilijk, wat die kinderen in groep 3 en 5 al moeten weten. Dat rekenen gaat me nog wel goed af, maar die taal met hakwoorden, zingwoorden en samenstellingen zijn voor mij even wennen. Gelukkig kan onze jongste dochter haarfijn uitleggen hoe het allemaal zit. Toch merk ik dat het enthousiasme bij de kinderen wat afneemt met huiswerk maken. In de eerste week vonden ze het allemaal nog wel leuk om aan de keukentafel te werken en zelf hun tijd een beetje in te delen. Gelukkig was het mooi weer en konden we in de ‘pauzes’ naar buiten, springen op de trampoline. Ik mocht in het midden springen, want dan gingen ze extra hoog. Maar nu, na twee weken, is die lol er ook alweer een beetje af…

Bytsje saai

Vanochtend kwam het hoge woord er uit. Het was nog vroeg toen de jongste dochter bij ons op de slaapkamer kwam. Ze had buikpijn en kroop tussen ons in. De oudste sliep al in de bedstede bij ons op de kamer, want zij had eng gedroomd. Met grote ogen keek Anouk mij aan. Toen kwam het hoge woord er uit: ,,Ik mis skoalle.’’ Vanuit de bedstede viel haar grote zus haar bij. ,,Ik ek, it wurdt allegear in bytsje saai.’’ De verhalen van wat ze allemaal misten kwamen los. De ene wilde haar nieuwe koptelefoon zo graag meenemen naar school, de ander moest haar knutselwerkje nog afmaken. En ze wilden hun klasgenootjes graag weer eens zien. En de juffen. En eerlijk is eerlijk: wij als ouders missen de structuur van school ook. Het concentratieniveau om thuis te werken is tot een dieptepunt gezakt.

Kamperen in coronatijd

Dinsdag horen we of de scholen na 6 april langer sluiten en tot wanneer. Misschien is die onzekerheid nog wel het ergste. Uit pure ellende hebben we de tent opgezet in de tuin. Kamperen in coronatijd, zoals een vriendin het noemde. Zo houden we het nog wel even vol en tussen de ruzietjes door hebben we het best gezellig met z’n allen. We beseffen ook dat we blij mogen zijn dat we thuis kunnen zijn bij de kinderen, in tegenstelling tot mensen die een beroep hebben waarbij ze nu harder nodig zijn dan ooit. En we zijn gezond. Dus eigenlijk hebben we niks te klagen, maar toch…

Klasina van der Werf

Dag 3: Naar buiten!

Tot nu toe hadden we nog een beetje een ‘vakantiegevoel’. Die eerste dagen dat je ’s ochtends rustig aan kunt ontbijten, geen broodtrommels klaar hoeft te maken en lekker lang in de pyjama kunt  blijven rondhangen.

Er is alleen één belangrijk verschil met vakantie. Johan en ik moeten allebei thuis werken. Met kinderen erbij. Dat is niet een ideale combinatie. We proberen wel een beetje met schema’s te werken – zelfs de kinderen hebben zelf een schema gemaakt – maar in de praktijk loopt alles door elkaar.

Sportmiddag

Woensdagmiddag is normaalgesproken onze sportmiddag, de jongste moet dan zwemmen en de oudste volleyballen. Daarom besluiten we er deze middag onze eigen ‘sportmiddag’ van te maken. We gaan naar Bakkeveen, lekker even wandelen in het bos. Het is er rustig, gelukkig, want als ik de beelden in de media zie van volle parken en speeltuinen dan vraag ik me af of sommige mensen de ernst van de situatie wel inzien.

Geen zorgen

Mark Rutte benadrukte gisteren in het jeugdjournaal ook: ,,We moeten ervoor zorgen dat niet teveel mensen tegelijk besmet raken met het coronavirus, zodat de ziekenhuizen het aankunnen. Daarom moeten we samen voorkomen dat die besmetting niet te snel gaat.’’ Hij voegde eraan toe dat het niet zoveel zin heeft om ons zorgen te maken. ,,Maar doe wel wat je kunt bijdragen, dus beperk het contact met anderen, houd afstand en was je handen meerdere keren per dag.’’

Blijf lol maken

En wat ik nog de mooiste boodschap vond van de premier richting de kinderen: Blijf ook lol maken!

Dat gaan we doen. We hebben er tenslotte alle tijd voor!

Klasina van der Werf

Dagboek in Coronatijd: En dit was nog maar de eerste dag…

Om tien minuten over acht gaat de telefoon. Of we onze afspraak voor het interview kunnen verzetten. De dame in kwestie heeft keelpijn en wil geen risico’s nemen. We besluiten het interview later in de week telefonisch te doen. Niet veel later krijg ik een appje van de tweede persoon met wie ik vanochtend een afspraak heb. Zij heeft een zoontje en nu de scholen dicht zijn moet ze thuis blijven. ,,Wat zijn we toch in een uitzonderlijke en vreemde situatie beland’’, voegt ze er aan toe. Ze wenst me nog sterkte als ZZP’er omdat alles nu stil ligt.

Dat blijkt ook nodig want diezelfde ochtend krijg ik te horen dat één van de bijlagen waarvoor ik schrijf geannuleerd wordt. Een bijlage waarvoor ik samen met twee andere tekstschrijvers al hard aan had gewerkt om er een bewaarexemplaar van te maken. Mijn derde afspraak – met een horecaondernemer – gaat wel door. Zijn zaak is dicht, maar hij relativeert dat als ik even later met een kop koffie in zijn lege restaurant zit. ,,We moeten dit positief benaderen, beter nu even dicht dan dat we straks allemaal ziek zijn of doodgaan.’’

Chips hamsteren

Na het interview rijd ik nog even langs de Albert Heijn in Dokkum. Onderweg zie ik een bord van Theater Sense waarop staat dat alle voorstellingen geannuleerd zijn. In de supermarkt is het best druk. ,,Mam, bijna alle chips is op’’, hoor ik een meisje zeggen terwijl ik met mijn kar tussen de schappen loop. ,,Zijn mensen naast wc-papier nu ook al chips aan het hamsteren?’’, denk ik bij mezelf. In de winkel kom ik de nieuwe bewoner van ons huis tegen. Wij zijn net op tijd verhuisd, maar zij moeten nog. Ik wens haar sterkte want verhuizen is al pittig en nu helemaal.

Nog 2 weken en 4,5 dagen te gaan

Terug bij onze woonboerderij waar we tijdelijk verblijven gaan we met z’n vieren lunchen. Op maandagmiddag. Dat gebeurt nooit. De meiden hebben zich goed vermaakt op de nieuwe Nintendo die we toevallig de week ervoor hadden gekocht om te vieren dat ons huis was verkocht. Eigenlijk voor de kinderen, maar Johan is minstens zo fanatiek met de Mario-spelletjes. Jeugdnostalgie. Onder het eten begint de eerste echte ruzie tussen de kinderen over iets wat niet eerlijk is… Johan en ik kijken elkaar aan: nog 2 weken en 4,5 dagen te gaan.

Extra kantoorruimte

’s Middags hebben we wisseling van de wacht. Johan gaat aan het werk in de kamer die we – gelukkig – hebben ingericht als kantoor met bureau, printer en een prachtig uitzicht over de weilanden. Wat zijn we blij met deze extra kamer in ons huis, vooral nu we allebei zoveel mogelijk thuis moeten werken. De kinderen vermaken zich ’s middags met de knikkerbaan, met een vlot in de sloot die ze maken voor de knuffeltjes en we bakken met z’n drieën een taart voor bij de koffie. En zo komen we deze dag goed door. Maar dit was nog maar de eerste!

Elise

’s Avonds kijken we met z’n vieren naar het jeugdjournaal. Daarin zien we het indrukwekkende verhaal van Elise die een spierziekte heeft. Zij moet extra oppassen voor het coronavirus want voor haar kan de ziekte gevaarlijk zijn. Als Johan even later klaagt dat hij het toch wel erg jammer vindt dat Cambuur nu misschien geen kampioen kan worden en als ik mijn zorgen uit over de vakantie naar Tenerife die we eind april geboekt hebben zegt onze oudste dochter (8) tegen ons: Dat van Elise is veel erger.

En daarmee is alles gezegd!

Klasina van der Werf

Verplicht vrij!

Wat een vreemde tijd. Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Logisch, want dit is ook nog nooit eerder gebeurd. Vrijdag hadden we nog de overdracht van ons oude huis in Dorp Ee. Terwijl de televisie nog maar net was aangesloten in onze tijdelijke woning hoorden we daar gisteren het nieuws: de scholen gaan 3 weken dicht vanwege het coronavirus. Opeens hebben de kinderen echt ‘vakantie’ in deze mooie woonboerderij.

Geen spelers
De kinderen (6 en 8 jaar) vinden het wel mooi, 3 weken vrij van school (Cbs De Gearing). Maar toch voelen ze wel dat het allemaal wat anders dan anders is. We hebben meteen de regels besproken: even geen spelers thuis. Normaalgesproken is iedereen hier welkom, maar de school gaat niet voor niks 3 weken dicht. Bovendien moeten wij zelf wel werken en dan is een beetje rust in huis wel fijn. Gisteravond kropen ze in de bedstede tegen elkaar aan. Nu nog dikke vriendinnetjes, maar hoe zal dat de komende tijd gaan?

Thuis werken
Johan en ik hebben gisteren de agenda’s even naast elkaar gelegd en de dagen dat we bij de kinderen zijn verdeeld. Als financieel adviseur van Jeugdhulp Friesland heeft hij de opdracht gekregen zoveel mogelijk thuis te weken. Toevallig heb ik een hele druk maand met 3 deadlines van grote opdrachten, waaronder 2 kranten. Ik hoop dan ook dat mijn afspraken zoveel mogelijk door kunnen gaan, want als ZZP’er geldt: geen werk = geen inkomen.

Agenda steeds leger
Ondertussen schrap ik ook verschillende afspraken in mijn agenda. Afspraken die niet noodzakelijk zijn, zoals de vergadering van het vlasmuseum waar nog een 95-jarige in het bestuur zit. De sportwedstrijden van de kinderen gaan niet meer door en onze jongste dochter mocht tot haar grote verdriet toch niet afzwemmen. Opeens is mijn agenda opvallend leeg. We zijn gewend om altijd maar te rennen, vliegen en draven, maar nu hebben we verplicht vrij!

Hoe ervaren jullie deze tijd?
Vanuit onze woonboerderij in Westergeest krijg ik niet meer zoveel mee van wat er in het dorp gebeurt. We zijn letterlijk afgesloten van de buitenwereld. De komende tijd ga ik bijhouden hoe wij deze tijd doorbrengen, maar ik ben ook benieuwd hoe anderen het ervaren. Kunnen jullie het regelen met werk en opvang van de kinderen? En hoe brengen jullie deze bijzondere tijd door? Laat het weten in een reactie hieronder!

Klasina van der Werf

Column: Een hoofd vol ideeën

Het valt niet altijd mee om een creatief beroep te hebben. Mijn hoofd staat nooit stil. Maar wat nog veel erger is – denk ik – is om getrouwd te zijn met iemand die altijd vol ideeën zit. Sinds ik een eigen bedrijf heb is het alleen maar erger geworden. Vandaag is het precies vier jaar geleden dat ik ben begonnen als zelfstandig tekstschrijver.

Het eerste jaar (2016) was druk omdat ik opdrachten moest zoeken. Maar, zo verzekerde ik thuis, volgend jaar wordt het rustiger. In 2017 kwam het skûtsje van mijn familie plotseling weer boven water. Dat bijzondere verhaal moest ik uiteraard vastleggen, want dit was zo uniek. Net zo bijzonder als de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een gebeurtenis die ook veel extra werk opleverde.

Dan 2018, het jaar waarin Fryslân-Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa was. Hét moment om het vlasmuseum in mijn woonplaats Ee op de kaart te zetten. Compleet met kinderboek over Vlassie erbij. O ja, en aan het eind van het jaar stopte de gemeente Dongeradeel definitief. Ook weer zo’n uniek project…

Net in het jaar dat ik verwacht dat het écht rustiger wordt (2019) krijg ik een kans die ik als theaterliefhebber niet kan laten schieten: Het verzorgen van de PR rondom de voorstelling TITUS in de Bonifatiuskapel in Dokkum. Allemaal hartstikke leuk, maar het moet er allemaal ‘even bij’.

Wat ik nodig heb is één vaste opdrachtgever waar ik al mijn creativiteit en energie in kwijt kan. En dat lukt bij de redactie van De Westereender, de leukste krant van Noordoost-Friesland! Nu, in 2020, heb ik eindelijk het gevoel dat ik mijn werk onder controle heb. Dat zou tenminste het geval geweest zijn als we dit jaar niet 75 jaar vrijheid zouden vieren. En als we in Ee niet een verzetsstrijder zouden hebben die het verdient om op bijzondere wijze herdacht te worden.

En dat is met dokter Jarl  Ruinen wel het geval. Daar is zelfs mijn man het mee eens. Ook al weet hij dat dit betekent dat ik de eerste helft van het jaar er weer een extra project bij doe waar ik veel tijd in zal steken. De kinderen merken ook al dat mem soms niet altijd goed luistert omdat haar hoofd weer vol ideeën zit. Gelukkig steken ze dat niet onder stoelen of banken zodat ze me op z’n tijd weer even wakker schudden.

Daarom heb ik besloten dat ik vandaag het 4-jarig bestaan van mijn bedrijf samen met mijn gezin ga vieren. ’s Ochtends zit ik met mijn jongste dochter (6) op de tribune om mijn oudste dochter (8) aan te moedigen met volleybal. We moeten dan wel tegen mijn eigen logo aankijken, want die staat nou eenmaal op de shirts van de meidenteams uit Ee😊Maar daarna gaan we er een gezellige middag van maken. Gewoon een spelletje doen, tenten bouwen, pannenkoeken bakken, dat werk. En het mooie is, het kost geen extra tijd, want niet voor niets heb ik mijn bedrijf opgericht op Schrikkeldag!

Ondertussen kijk ik uit naar de tweede helft van 2020. Want vanaf dan wordt het écht rustiger…

Klasina van der Werf

Column: Oorlog

‘Ga je pake en beppe eens interviewen over de Tweede Wereldoorlog’. Deze opdracht kreeg ik op de Mavo in Damwâld van mijn geschiedenisleraar, meneer Corporaal. Ik was veertien jaar en mijn pake en beppe – Herman en Janke Annema – hadden de oorlog als jongeren meegemaakt, dus zij konden er goed over vertellen.

Zij vertelden over de evacuees die ze in huis hadden gehad, over de razzia’s én over de massa-executie bij de Woudweg in Dokkum. Mijn pake legde uit dat de aanleiding een verzetsactie was bij de Falom. Zelf woonden ze in Damwâld, precies tussen deze twee plaatsen in.  ,,Het was verschrikkelijk. Iedereen had het erover dat twintig onschuldige mannen bij Dokkum waren doodgeschoten’’, zei mijn beppe.

Toen ik in 2005 als redacteur bij de Nieuwe Dockumer Courant begon kreeg ik al snel meer details te horen over deze vreselijke gebeurtenis. Elk jaar op 22 januari werden de slachtoffers in Dokkum herdacht. En nog steeds.

Eenmaal inwoner van Ee kreeg één van de slachtoffers voor mij een gezicht: dokter Jarl Ruinen. Ik hoorde dat hij tijdens de oorlog vele Joodse onderduikers aan een adres heeft geholpen en dat de inwoners van Ee allemaal een foto van hem op de schoorsteenmantel hadden staan nadat hij was doodgeschoten. Als eerbetoon aan hun geliefde huisarts.

Nu onze kinderen naar basisschool De Gearing in Ee gaan, herdenken we elk jaar op 4 mei dokter Ruinen bij het monument schuin tegenover onze woning, bij de ‘tsjerke op de terp’. De familie Ruinen is elk jaar bij de herdenking aanwezig. Het grijpt me aan als ik hen zie. De oorlog komt op deze manier steeds dichter bij, ook al is het dit jaar al 75 jaar geleden dat we bevrijd zijn.

,,Hawwe pake en beppe de oorloch ek meimakke?’’, vroeg onze oudste dochter van 8 jaar laatst, naar aanleiding van een kinderboek dat ze las over de oorlog. ,,Dyn pake en beppe net, mar dy fan my wol’’, zei ik. Tegelijkertijd besefte ik dat de verhalen steeds verder van de kinderen af komen te staan, want mijn pake en beppe zijn al overleden. Veel kinderen kunnen niets meer vragen aan mensen die de oorlog zelf bewust hebben meegemaakt.

Daarom hebben we in Ee dit jaar de handen ineen geslagen. Met een betrokken groep dorpsbewoners proberen we het oorlogsverhaal vast te leggen door de ogen van een kind. Voor en in samenwerking met de kinderen. Er komt een film, een boek en een lied. Met als hoofdpersoon dokter Ruinen. Volgende week is het precies 75 jaar geleden dat hij bij Dokkum werd vermoord. Maar in Ee zullen we hem nooit vergeten!

Klasina van der Werf

PS: Heeft u ook een bijzonder verhaal over de Tweede Wereldoorlog dat u graag aan de redactie wilt vertellen? Laat het ons weten via redactie@westereender.nl

Bron: De Westereender, 15 januari 2020

Jittie

Ik ben dit jaar 40 jaar geworden. Een hele mijlpaal en dat heb ik geweten. Ik kreeg allemaal berichtjes via whatsapp, felicitaties via social media en zelfs nog een paar kaarten per ouderwetse post. Van één kaart zie ik altijd al aan het handschrift van wie die komt. Van ome Kees en tante Pietsje.

Elk jaar als ik die verjaardagskaart lees, denk ik aan mijn nicht Jittie. Toen ik 36 jaar werd dacht ik: net zo oud als Jittie. Het jaar erna voelde vreemd en dit jaar, nu ik 40 ben geworden, dacht ik aan hoe dit voor Kees en Pietsje moet zijn. Zij hebben deze mijlpaal nooit met hun dochter kunnen vieren.

Dit jaar heb ik het voor het eerst met onze kinderen over Jittie gehad. Zij was mijn ‘grote nicht’, net zoals Lisanne hun grote nicht is. Het kwam ter sprake door de Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden. De juf had daar op school over vertelt. ,,Maarten hat it foarich jier ek al probearre’’, vertelde de jongste dochter van vijf later thuis. ,,Mar toen is it net lukt, want hy krige kanker…’’

De dag na de Elfstedenzwemtocht stond het volgende bericht in de krant:

En zo kwam dankzij Maarten bij ons thuis het gesprek op die vreselijke rotziekte, kanker. Ik vertelde de kinderen dat mensen tegenwoordig vaak kunnen genezen van die ziekte, zoals Maarten. ,,Maar soms ook niet. Net als mijn nicht Jittie. Zij had ook kanker en is maar 36 jaar geworden. Zij heeft een dochter, Iris, die kennen jullie wel van de familiedag.’’

Die familiedag is dit jaar door omstandigheden helaas niet doorgegaan. Maar zoals elk jaar hebben we wel weer een mooi bloemstuk voor op het graf van Jittie laten maken. Een bloemstuk met roze rozen en 1 witte in het midden. Voor Jittie. Omdat we haar nooit zullen vergeten!

Klasina van der Werf

Einde van een tijdperk!?

‘Dit is het einde van een tijdperk’, zo eindigde ik vijf jaar geleden mijn laatste column voor de Dockumer Courant waar ik tien jaar voor gewerkt had. Wegens bezuinigingen werd ik ontslagen. Als zelfstandig tekstschrijver schrijf ik nu nog steeds verhalen voor diverse kranten, tijdschriften, nieuwsbrieven, brochures en websites. Maar mijn hart ligt nog altijd bij de lokale krant.
 
Ik had nooit verwacht dat ik ooit weer redacteur van een streekkrant in Noardeast-Fryslân zou worden. Totdat ik dit jaar in contact kwam met Pieter Jan Heidstra van De Westereender. Hij vertelde dat ze op zoek waren naar een opvolger voor Johannes van Kammen. Ik ken Johannes nog van de tijd dat ik stagiaire was bij de Kollumer Courant. Hij is vanaf het begin bij De Westereender betrokken geweest. Hij ís De Westereender.
 
Het valt voor mij dan ook niet mee om Johannes op te volgen. Maar, tijdens de overdracht bleek al snel dat wij op één lijn zitten. We houden allebei van schrijven en zijn altijd op zoek naar verhalen. Bijzondere verhalen over gewone mensen uit de regio. Exclusieve verhalen die nog niet in andere kranten hebben gestaan. Johannes vertelde mij ook dat het hem aan het hart gaat om ‘afscheid’ van ‘zijn’ krant te nemen. Het is zijn ‘kindje’. En kinderen laat je niet zomaar los, hoe oud ze ook zijn.
 
Daarom heb ik diep respect voor het besluit van Johannes om het bijltje er na ruim dertig jaar bij neer te leggen. Ik neem het stokje graag van hem over per 1 januari 2020. Als oud-Damwâldster met schoonfamilie in De Westereen, inwoner van Ee en jarenlange journalistieke ervaring in deze regio ben ik bekend met het gebied. Zoals Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja in een interview in De Westereender van vandaag zegt: Dit is myn folk!
 
Vijf jaar geleden dacht ik nog dat het einde van een tijdperk was aangebroken. Niets is minder waar. De lokale gratis huis-aan-huiskrant leeft als nooit tevoren. Dat laat De Westereender zien. Ik zal mijn best doen om er elke keer weer een mooi exemplaar van te maken samen met Pieter Jan en Johan Henk Heidstra en Nynke van der Zee. Een enthousiast team dat toekomst ziet voor de lokale krant en bereid is daarin te investeren.
 
Uiteraard zal Johannes van Kammen zijdelings betrokken blijven bij De Westereender en zijn eigen rubrieken aanhouden. Want helemaal afscheid nemen van een lokale krant, dat valt niet mee weet ik uit ervaring. Journalist voor een lokale krant zit in je, dat laat je niet zomaar los. Dat ben je en blijf je voor de rest van je leven. Zelfs als je het niet meer had verwacht!
 
Klasina van der Werf
 
PS: Tips voor verhalen en redactionele artikelen zijn van harte welkom en kunnen voortaan gestuurd worden naar redactie@westereender.nl
Foto: Marit Anker

Een vakantie zonder internet, het kan echt!

Het is nog maar 7 jaar geleden. Tegelijk met de geboorte van onze oudste dochter kreeg ik voor het eerst een iPhone. Een 4S. Van mijn werk. In principe ook alleen bedoeld voor mijn werk. Maar sinds de komst van de iPhone loopt werk en privé steeds meer door elkaar.

De ‘redding’

Eerlijk gezegd was de iPhone voor mij de ‘redding’ tijdens mijn verlof. Hoe lief ik mijn eigen baby ook vond, de dagen waren soms best lang, saai en eentonig. En dan is het best leuk om via de iPhone contact te hebben met de buitenwereld. Even appen met collega’s, nieuws volgen via nu.nl of kijken wat vrienden meemaken via social media. En tussendoor uiteraard heel veel foto’s en filmpjes maken van onze dochter en doorsturen naar mijn man. Nog zo’n voordeel van de iPhone.

Handig middel

De iPhone bleek ook een handig hulpmiddel te zijn voor het verschonen van de pamper. Er kwam namelijk een moment dat die schattige baby niet meer netjes stil bleef liggen op de commode. Razendsnel draaide ze van haar rug op haar handen en voeten. Ik zal de details besparen, maar een feit is dat de tekenfilmpjes op mijn telefoon uitkomst boden. Ik vraag me nu nog af hoe ze dat vroeger hadden met verschonen, toen je nog geen telefoon als afleiding kon gebruiken.

Zoethouder

Hoe ouder de kinderen werden, hoe vaker ik de schermpjes als zoethouder gebruikte. ‘Even’ iets voor mijn werk doen, in het huishouden of tijdens het koken. En ik was niet de enige. ,,Die kinderfilmpjes zijn écht mooi voor kinderen’’, zei een vriendin enthousiast tegen mij. ,,Én ook voor de ouders’’, lachten we dan.

Schermtijd

Tuurlijk weet ik dat het niet goed is om de iPhone of tv als ‘oppas’ te gebruiken. En ik probeerde me ook wel aan de richtlijnen voor schermtijd te houden om te voorkomen dat ze niet meer met de duplo, poppen of buiten willen spelen. Maar soms is het wel heel handig. En – misschien geen goed excuus – ik ben ook maar een mens.

Goede voorbeeld

Deze vakantie wilde ik het anders. En dat begint met het geven van het goede voorbeeld. Ik liet mijn telefoon thuis. Voor de kinderen namen we de iPad alleen mee voor noodgevallen, bijvoorbeeld tijdens de lange reis. De beste beslissing ooit. Voor mezelf was het heerlijk om even geen druk te voelen om berichten te beantwoorden en de kinderen vermaakten zich zonder bewegende beelden als nooit tevoren. Dan merk je hoe creatief kinderen zijn als ze écht spelen. Met een bal, zand, water, tenten, ze bedenken spelletjes en maken zelf een restaurant.

Een leven zonder iPhone 

Ik geniet van de kinderen, van de manier waarop ze spelen, zonder dat ik ondertussen op mijn eigen telefoon kijk naar andermans vakantiefoto’s op Instagram (zoals ik normaalgesproken vast allang zou hebben gedaan). Zo ziet een leven zonder iPhone met kinderen er dus uit. Ik heb de kinderen én de iPhone nu ruim 7 jaar bedenk ik me terwijl ik mijn bestelling (ranja met soepstengels) krijg opgediend van mijn jongste dochter in hun restaurant ‘De Zeemeermin’. De kinderen zou ik voor geen goud meer willen missen. Maar die iPhone…

Klasina van der Werf

Ontspullen

Ontspullen noemen ze dat. Ideaal op Koningsdag. De voorpret begon gisteren al. Samen met onze 2 dochters van 5 en 7 jaar ging ik naar zolder om spullen te zoeken voor de vrijmarkt in ons dorp. Een hele strijd. De oudste wilde alles wel verkopen, maar de jongste niet. Met pijn en moeite lukte het om toch nog twee dozen vol boekjes, knuffels en speelgoed te selecteren voor de voorkoop.

Totdat mijn man ’s avonds thuiskwam. ,,Gaan we die spullen ook verkopen?”, vroeg hij verbaasd. Hij moest er blijkbaar nog even aan wennen dat de tijd van Dora, Brandweerman Sam en Kikker nu echt voorbij is. Hij sloot een deal met de oudste dochter om één ding uit te zoeken die hij echt niet kwijt wilde. Tegen betaling uiteraard. De meiden hadden nóg een leuk idee voor de vrijmarkt: een grabbelton. Samen met heit zocht de jongste leuke prijsjes uit bij de Action. Over ontspullen gesproken…

Dan Koningsdag. Samen met een hele hoop andere kinderen uit Dorp Ee mochten ze hun spullen uitstallen in Dorpshuis De Jister Ee. Wat een feest. Vooral de grabbelton was een succes. Verder werd er 1 knuffel verkocht, 0 boekjes en de brandweerman Sam spullen (voor de helft van de prijs). Tussendoor bezochten de dames ook even de andere kraampjes. Vol enthousiasme kwamen ze terug om te vertellen wat ze allemaal hadden gezien. Van hun eigen verdiende geld kochten ze elk mooie nieuwe spullen.

Met een auto vol speelgoed reden we die middag weer naar huis. Uren hebben ze gespeeld met hun nieuwe spullen. De spullen die we volgend jaar waarschijnlijk weer verkopen. Lang leve Koningsdag!

Klasina van der Werf

Saaie kerst

Ik vind kerst nogal saai. Begrijp me goed, niet de weken voor kerst hoor. Nee, dat vind ik juist de mooiste tijd van het jaar. Hoe donkerder de dagen, hoe meer lichtjes en gezelligheid in huis. Lekker op de bank voor de buis met thee en kerstkransjes erbij, heerlijk!

Nee, ik bedoel vooral de échte kerstdagen. De eerste kerstdag vieren we sinds jaar en dag met mijn schoonfamilie en de tweede dag zijn we bij mijn ouders thuis. Dat is vaste prik. Het enige wat we op zo’n dag doen is zitten, praten en eten.

Met mijn man heb ik het er wel eens over gehad om met ons gezin op vakantie te gaan naar een warm land. Weg van de verplichtingen, alles om die saaie kerstdagen te ontvluchten. Maar dan bekruipt me een raar gevoel. Ik denk aan de gezinnen die dierbaren tijdens de kerstdagen moeten missen. Zij hebben geen keus, maar als ze die hadden, zouden ze het wel weten.

Wij hebben het geluk dat we nog met de hele familie samen kunnen zijn. Al worden we wel ouder. Volgend jaar word ik 40 jaar en mijn vader is dit jaar al 70 geworden. Helaas hebben we niet het eeuwige leven. Des te meer reden om tijdens deze dagen te genieten van elkaar en stil te staan bij hoe bevoorrecht we zijn.

Ik heb met mijn man de afspraak gemaakt: We kunnen het hele jaar door reisjes boeken, behalve met kerst. Die dagen blijven voor de familie. En wat is het eigenlijk heerlijk om twee dagen helemaal niks te hoeven. Even niet rennen, vliegen en draven, maar een hele dag zitten, praten en eten. Ik heb er nu al zin in!

Ik wens iedereen een heerlijk saai kerstfeest😊

Klasina van der Werf

Column: Een droom

25 september was altijd een feestdag. Dan was mijn pake jarig. Een lieve man met weinig eisen. Hij had wel dromen. Zo had hij eigenlijk wel geschiedenis willen studeren. Maar dat kon niet. Hij moest boer worden. Of hij dat erg vond, heb ik hem weleens gevraagd. ,,Dat wie doe sa’’, was zijn antwoord.

Als klein meisje had ik ook een droom. Ooit een écht boekje maken. Met mijn vriendinnetje van de basisschool kwam die droom al een beetje uit. Onder de naam Eclair (Eelkje Klasina) publiceerden we in groep 7 ons eigen modetijdschrift, in een oplage van tien😊

Door de jaren heen heb ik al heel wat verhalen in kranten, tijdschriften en ook in een aantal boekjes geschreven, maar een ‘eigen’ boek was er nog niet van gekomen. Tot vandaag. Hij ligt op mijn nachtkastje en het staat er met duidelijke letters op: Tekst: Klasina van der Werf.

Het zou een mooi verjaardagscadeau zijn geweest voor mijn pake. Hij interesseerde zich altijd in verhalen over vroeger. Hij had mij vast meer kunnen vertellen over mensen die in het Braakhok werkten. Maar hij is 18 jaar geleden al overleden.

Hij was slachtoffer van zijn eigen beroep, zei de dokter. Stoflongen. Een ziekte die vaak voorkwam onder boeren, maar ook arbeiders in het Braakhok liepen stuk voor stuk stoflongen op. Zo weet ik nu, dankzij het boek dat ik heb geschreven voor het vlasmuseum. Een educatief kinderboek, maar ook voor veel volwassenen leuk om te lezen. Mijn pake zou het in elk geval prachtig hebben gevonden.

Daarom was het voor mij heel speciaal dat ik op zijn verjaardag het boek over Het meisje en de magische vlasbloem aan mijn ouders kon laten zien. We hebben het gevierd met koffie en ik kreeg zelfs bloemen met op het kaartje: ‘Je eerste zelfgeschreven boek. Lokwinske! Een droom in vervulling.’

Ik denk aan mijn pake en al die arbeiders uit het Braakhok die vast ook hun dromen hadden, maar die ze niet in vervulling konden laten gaan. Zij werkten keihard om een paar centen te verdienen waar ze eten voor konden kopen. We kunnen ons dat nu niet meer voorstellen.

Alleen daarom ben ik al blij met  dit boekje. Dat kinderen er even bij stilstaan dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ondertussen hoop ik dat ze ook heerlijk zullen wegdromen bij het magische verhaal en de sprookjesachtige tekeningen van Hanna. En dat ze hun dromen blijven najagen. Want soms, heel soms, komen dromen uit!

Klasina van der Werf

 

Column: We hadden dus ook naar Esonstad kunnen gaan

Als de kinderen het naar hun zin hebben, dan genieten de ouders ook. Een veelgehoorde uitspraak. Maar hebben we eigenlijk wel genoeg genoten, vraag ik me af terwijl ik de vakantiefoto’s van Mallorca bekijk. 

Een week geleden zaten we daar nog. Tussen de palmbomen, vlakbij de turquoiseblauwe zee met witte zandstranden en uitzicht op de bergen. Elke dag een uitgebreid ontbijt, zwemmen, lekkere koffie drinken en leuke uitstapjes maken. Een hele week geen laptop, geen telefoon, geen werk. Heerlijk! Nu ik weer thuis ben besef ik pas echt hoe mooi het allemaal was.

Ook de kinderen hebben genoten. Alleen al van het feit dat we allemaal tijd voor elkaar hadden. En je merkt echt dat ze ouder worden. Ik herinner me nog goed dat ik een paar jaar geleden een column schreef over een vakantie met onze kinderen die toen 1 en 3 jaar waren. Wat een verschil!

Aan het eind van de vakantie vroegen we onze dochters, die nu 4 en 6 jaar oud zijn, wat ze het leukst vonden aan deze vakantie op Mallorca. De oudste: het binnenzwembad. De jongste: de patat. Oké, we hadden dus ook naar Esonstad kunnen gaan, lacht mijn man.

Tja, laten we eerlijk zijn. Voor de kinderen is een vakantiepark van Landal net zo indrukwekkend als een resort op Mallorca. Eerlijk gezegd doen we dit gewoon voor onszelf. En als de ouders het naar hun zin hebben…

Klasina van der Werf

Balans

Ik lig in bed, met mijn zieke dochter naast me. Ze heeft de hele nacht overgegeven. Acht keer om precies te zijn. Ze hield de ‘score’ zelf bij. Dit zijn van die nachten dat je zelf niet slaapt. Een mooi moment om na te denken over het afgelopen jaar.

Een jaar waarin de balans tussen zakelijk en privé soms ver te zoeken was. Een eigen bedrijf en twee kleine kinderen is een mooie combinatie, omdat je je eigen tijd kunt indelen. Maar dat maakt het soms ook verwarrend.

Een jaar waarin alles door elkaar liep. In de zomervakantie had ik het druk met het maken van persberichten en de krant voor de Admiraliteitsdagen. Een prachtige klus, maar wel veel werk. Vooral omdat de kinderen in de zomervakantie vrij zijn terwijl we geen oppas hebben. Dat hoeft immers niet, want ik kan zelf mijn tijd indelen.

Een jaar waarin ik keuzes moest maken. Welke opdrachten doe ik wel en welke niet. Een luxeprobleem, ik weet het. Maar wel lastig als je geen ‘nee’ kunt zeggen. En als je alles leuk vindt. Maar hoe leuk mijn werk ook is, mijn gezin gaat nog altijd voor. Vooral nu de kinderen zo klein zijn.

Toen ik vertelde dat het feest van Adje was afgelopen zei de jongste: hoeft mem dan net mear safolle te typen? Voor mij een teken dat het toch beter was om de Admiraliteitsdagen te laten varen. En zo heb ik nog een aantal opdrachten opgezegd. Op deze manier houd ik tijd over voor bijzondere losse projecten die soms op mijn pad komen en die ik niet wil laten schieten.

Zo ga ik mij het komend jaar inzetten voor de PR rondom de Bonifatius Stadsbrouwerij in Dokkum en mijn droom om een kinderboek te maken voor het vlasmuseum in Ee komt steeds dichterbij. Ook komt er waarschijnlijk een tweede editie van de bijlage Dokkum Toen & Nu. Daarnaast mag ik weer schrijven voor opdrachtgevers als Partoer, Noflik Wenje, Er op uit in Friesland en heit&mem.

,,Ik fyn mem leaf’’, hoor ik plotseling een zacht stemmetje zeggen. Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk naar mijn dochter. Ze slaat haar kleine armpje om me heen. Samen met haar zus is zij de belangrijkste opdrachtgever van het komende jaar. Een jaar waarin ik hopelijk weer wat meer de balans zal vinden tussen werk en privé. Al vrees ik dat dit ook wel een beetje het lot is van een werkende moeder.

Klasina van der Werf

Voorpret

,,Dit is de moaiste dei fan myn leven”, zegt onze oudste dochter Lena, net zes jaar. We zitten in de auto te wachten in Dokkum. De brug is open en wat voor boot komt er toevallig voorbij varen? De stoomboot van Sinterklaas. Het staat er echt op: Pakjesboot 12!

We waren eigenlijk op zoek naar pakjes die volgens het Sinterklaasjournaal van de boot zouden zijn gevallen door het slechte weer. Voor de zekerheid wilde Lena langs het water rijden, voor het geval we nog pakjes zouden zien drijven. Onze jongste dochter Anouk (4) heeft haar vergrootglas meegenomen, zodat we de cadeautjes wat beter konden zien.

En zo is Sinterklaas sinds deze week het gesprek van de dag. ,,Soe it wol goed komme mem, mei de boat en de pakjes?”, vraagt Lena als we naar het Sinterklaasjournaal kijken. ,,Sjoch heit, dat is net sa moai, dy mannen ha Hearrenfeanshirts oan”, lacht Anouk terwijl ze naar de mannen van de Dokkumer dakkapel wijst. Het Sinterklaasjournaal is voor onszelf een feest der herkenning met oud-Dokkumer Syb van der Ploeg als brugwachter, burgemeester Marga Waanders die op het grote boek van Sinterklaas mag passen en Henk Aartsma die je door het beeld ziet springen.

Maar niet alleen bij ons thuis is de voorpret begonnen. Je merkt het in heel Dokkum, waar dit jaar de landelijke intocht van Sinterklaas plaatsvindt. De één brouwt een speciaal biertje voor Sinterklaas, de ander verandert de naam van zijn restaurant in ‘Pietzzeria’ en zelf mocht ik de enige echte Fryske Pyt interviewen voor het programmaboekje van de gemeente. Overal worden vlaggen opgehangen, gevels versierd en de oude Friesland Bank is omgetoverd tot Sinterklaashuis.

Voor mij kan het Sinterklaasfeest al niet meer stuk en dan is het nog niet eens begonnen. Die voorpret is het leukste, dat merk ik ook aan onze kinderen. Ze hebben hun laarsjes al twee dagen voor de kachel staan. Compleet met wortel voor Amerigo en een glas water (dat al twee keer is omgevallen) voor Sinterklaas erbij. Sinterklaasliedjes worden volop gezongen, al kloppen de teksten nog niet helemaal. Of het moet net als de kleur van de pieten een nieuwe trend zijn: een letter van kroket.

Klasina van der Werf 

Vakantie in Frankrijk

De geur van lavendel

Het geluid van krekels

De gele zonnebloemen

De pittoreske Franse dorpjes

 

Stokbrood en croissants

De Franse taal

Elke dag mooi weer

Afkoelen in het zwembad

 

Grotten, kastelen en watervallen

Slenteren over markten

Franse kaas en wijn

Roze toiletpapier

 

Rijden door de bergen

Over oude stenen bruggetjes

Langs platanen, olijfbomen en wijnvelden

Abrikoos en perzik te koop langs de weg

 

Wandelen over rotsachtige paadjes

Met je slippers door de ijskoude rivier

Een kaars aansteken in een koele kerk

IJs eten op het terras

 

Afwassen op de camping

Een praatje maken met andere Friezen

Vriendjes en vriendinnetjes

Laat op bed in de veel te warme tent

 

Over tolwegen terug naar huis

Koffiedrinken bij drukke parkeerplekken

Fijn om weer thuis te zijn

Volgend jaar weer?

 

Klasina van der Werf

 

Geen kind is gelijk

Elk kind doet alles op z’n eigen manier en op zijn of haar eigen moment. Geen kind is gelijk. Ook niet als het zusjes zijn. Daar ben ik inmiddels wel achter. Maar die ouders. Die willen soms dat alles wat sneller gaat.

Ik dacht dat ik daar anders in zou zijn. Relaxter. Het is immers geen wedstrijd: wie het eerst kan lopen, fietsen… of  op het potje plassen. Maar ik ben al bijna net zo ergs als die fanatieke ouders die op zaterdagochtend op het sportveld staan te schreeuwen langs de lijn.

Bij onze oudste dochter ging alles ‘vanzelf’. Toen ze één jaar was zei ze haar eerste woordje en dat werden er vanaf die tijd alleen maar meer. Op haar tweede verjaardag fietste ze er meteen met haar driewieler vandoor en een half jaar later plaste ze op het potje. Nog voordat ik maar kon bedenken of we ook iets aan zindelijkheidstraining moesten doen.

Onze jongste dochter van bijna vier jaar doet – behalve het praten – alles wat rustiger aan. Toen ze op haar derde jaar nog niet wilde fietsen probeerde ik het haar te leren. Maar ze weigerde op haar driewieler te stappen, deed haar armen over elkaar heen en keek heel boos. Zoals peuters dat kunnen. Een half jaar later vertelde haar zus trots: ,,Mem, Anouk kin fytse. Ik seach har fytsen op it plein fan de peuterskoalle. Se gie hiel hurd by de heuvel del.”

Voor mij was dit een bevestiging dat Anouk haar eigen moment bepaalt. Ik besloot me daarom ook niet meer zo druk te maken over het potje waar ze nog steeds niet op wilde plassen. Als ik haar pamper verruilde voor een onderbroekje hield ze het net zolang in tot ze er buikpijn van kreeg. ,,Ik fyn it spannend”, gaf ze aan. Om de druk letterlijk en figuurlijk niet te hoog op te voeren – omdat dit nog weleens averechts zou kunnen werken – wachtte ik af. Maar er gebeurde niks.

Een paar weken geleden moest ik het formulier van de basisschool invullen. ‘Is uw kind al zindelijk?’, was één van de vragen. Ik moest deze vraag met ‘nee’ beantwoorden. Verontschuldigend tegenover de kleuterjuffen schreef ik er in de toelichting bij dat we druk aan het oefenen zijn en dat we hopen dat ze na de zomervakantie als ze naar school gaat wél zindelijk is. Met haar vierde verjaardag in zicht werd ik toch wel wat zenuwachtiger. Het werd nu toch weleens tijd. Vond ik.

Daar maakte ik dus weer de fout dat ík wilde bepalen, wanneer zí­j er aan toe was. Tuurlijk is het goed om een kind te stimuleren en ook dat zal bij elk kind anders zijn. Maar de snelheid waarop ze zich ontwikkelen, bepalen ze uiteindelijk toch zelf. Dat bleek ook nu weer. Op de dag dat ik haar aanmeldingsbrief voor de basisschool had ingeleverd, besloot Anouk dat het tijd was om op het potje te plassen.

Wat was ze opgelucht toen het muziekje van het Koninklijke potje ging en ‘Yeah’ zei. (Dat potje hadden we een jaar geleden gekocht in de hoop dat ze het dan wél zou durven…). Anouk heeft een kwartier lang op ons bed gesprongen en geroepen ‘Ik ha op it potsje plast, ik ha op it potsje plast’. Wat een feest. En wat een timing!

Een kind is als een vlinder in de wind

De één vliegt hoog, de ander laag

Ieder op zijn eigen manier

Het leven is geen competitiestrijd

Dus waarom vergelijken met elkaar?

 

Ieder kind is speciaal

Ieder kind is mooi

Ieder kind op zijn eigen manier

 

Tekst column: Klasina van der Werf

Een jaar om nooit te vergeten…

Deze week was het precies een jaar geleden dat ik voor mezelf begon als tekstschrijver. Een spannend jaar, want je hebt van tevoren geen idee wat je te wachten staat, óf en hoeveel opdrachten je binnensleept en wat er allemaal bij komt kijken, zo’n eigen bedrijf.

Daar kwam ook nog eens bij dat mijn man op de dag dat ik voor mezelf begon, ontslagen werd na een reorganisatie op zijn werk. Een tijd van (nog meer) financiële onzekerheid brak aan. Nu – een jaar later – kan ik zeggen dat zijn ontslag onze redding is geweest.

Vanaf dag 1 kon ik netwerken, afspraken plannen en schrijven wanneer ik dat wilde zonder dat ik oppas hoefde te regelen voor onze twee kleine kinderen. Ik had alle tijd om mijn bedrijf op te starten zonder dat onze dochters daar de dupe van werden.

Integendeel. Onze thuissituatie is nog nooit zo stabiel geweest. Geen ochtendmarathon meer waarbij alles snel moet: aankleden, ontbijten, tas inpakken, enz. Geen paniek als er iemand ziek is of als de meesters en juffen een studiedag hebben. En als iemand naar de dokter, het consultatiebureau of de logopedist moest? Dan ging heit mee.

Je moet dat wel kunnen. Hele dagen thuis zijn bij de kinderen. Uit ervaring weet ik dat je geen tel rust hebt. Er is altijd wel wat te doen en aan het eind van de dag ben je blij dat ze slapen. Tenminste, zo keek ik er tegenaan tijdens het half jaar dat ik dag in dag uit alleen thuis was bij de kinderen.

Mijn man niet. Hij heeft er vanaf dag 1 van genoten. ,,Het is toch geweldig dat ik zoveel tijd met mijn kinderen kan doorbrengen nu ze nog zo klein zijn. Dat vergeet ik later nooit weer’’, dat heeft hij meerdere malen gezegd.

Ik was blij dat hij er zo over dacht, want ik had de indruk dat ‘de buitenwereld’ het vooral sneu vond dat hij geen werk had. Geen werk? Dacht ik dan. Moet je eens kijken wat hij allemaal doet! Hij kreeg 1 felicitatiekaart toen hij huisvader werd. Van een dorpsbewoner. ‘Geniet van je kinderen’, stond erin. Dat heeft hij gedaan. Zoals alleen vaders dat kunnen. Zo gingen ze als ‘the three musketeers’ naar de zeedijk met flessenpost, speelden ze in de modder bij het blote voetenpad en hebben ze thuis heel wat tenten gebouwd.

Vrijdag was voor mij de laatste dag dat ik met een gerust hart de hele dag op pad kon gaan voor vergaderingen en interviews. Voordat ik de deur achter me dichttrok hoorde ik de oudste nog net zeggen: ,,Wij zijn de Nooitgedachtpiraten. En wie is heit?’’ ,,Kapitein Haak’’, riep de jongste enthousiast. ,,Jaaaaaa’’, riepen ze beide in koor.

Vanaf maandag wordt alles anders. Johan heeft een nieuwe baan bij Jeugdhulp Friesland als adviseur Planning & Control. Op de dag dat hij dit te horen kreeg gingen we naar zijn ouders om het goede nieuws te vertellen. Ik zie het nog voor me. Johan liep voorop, gevolgd door de meiden. ,,Ik ha de baan’’, zei hij. ,,En ik ha in wibeltosk’’, riep onze dochter van vijf jaar er meteen achteraan. ,,En ik krij bijna in grutte-meiden-prik’’, voegde de jongste van 3 jaar er aan toe. ,,Dat docht wol sear, mar dan knyp ik hiel hurd yn heit syn hân.’’

Ze hebben blijkbaar nog geen idee dat heit straks niet meer hele dagen bij hen thuis is. Die eerste tand mag ik straks in een mooi doosje bewaren. En als het zover is, mag onze kleine grote meid binnenkort heel hard in mijn hand knijpen. Behalve als het op een woensdag gebeurt. Want woensdags blijft het ‘heitedei’. Dat kan niet anders. Helemaal niet na dit jaar. Een jaar om nooit te vergeten!

Tekst: Klasina van der Werf; Foto: Burt Sytsma

Nooit meer uitslapen

‘Tot de geboorte van ons eerste kind was ik er heilig van overtuigd dat ik acht uur slaap per nacht nodig had. Dat was het eerste waanidee waar onze dochter me van afhielp.’ Zo schrijft journalist Ewoud Sanders in zijn boek ‘Nooit meer uitslapen’.

1001004008266539

Ik kreeg het boek tijdens mijn eerste zwangerschap, vijf jaar geleden. En ik begrijp nu precies wat de auteur bedoelt. Of eigenlijk begreep ik dat al vanaf de eerste week met gebroken nachten. Die kraamtijd nam ik nog op de koop toe. Je weet van tevoren dat je weinig slaap zult krijgen. Maar die jaren erna. Die breken je op een gegeven moment op. Als iemand mij vraagt wat ik het ‘zwaarste’ vind aan kinderen noem ik als eerste: het slaapgebrek.

Het schijnt dus zo te zijn dat er kinderen zijn die wél uitslapen. Vol trots vertellen hun ouders: ‘ús bern sliepe tot njoggen oere út’. !#$$%#%^&@$@#^$#^#$%#$%

Utsliepe

Zelf ben ik ook een ochtendmens, maar half zes of zes uur vind ik wel heel erg ochtend. Als de ‘zeven’ er maar in zit zeggen mijn man en ik vaak tegen elkaar. De oudste houdt zich daar sinds kort aardig aan, maar de eerste keer dat de jongste ook maar in de buurt van ‘de zeven’ is gekomen, moet nog komen. ’s Avonds is ze hartstikke moe en elke keer als ik haar instop zeg ik tegen haar: Moarn mar lekker útsliepe!

Nu de oudste vijf jaar is en de jongste drie weet ik het zeker. Ik heb niet veel slaap nodig. Ik slaap al jaren ongeveer vijf/zes uren per nacht en ik functioneer nog steeds. Soms heb ik even een ‘instortmoment’ en dan haal ik slaap in, door ’s avonds tegelijk met de kinderen naar bed te gaan. Dan kan ik er weer tegenaan.

Het dieptepunt was tijdens onze vakantie in Denemarken vorig jaar. Onze jongste werd steevast half zes wakker en riep ons dan, heel luid. Omdat we niet wilden dat de oudste – die haar slaap soms hard nodig heeft – ook zo vroeg wakker zou zijn haalden we haar uit bed en gingen we met haar in de kinderwagen wandelen. Elke ochtend. Om de beurt. Half zes. We wandelden dan naar het kasteel, vlakbij onze camping en zagen de zon opkomen. We liepen langs de bakker, die nog niet open was.

Zonder kinderen

Op dat soort momenten denk ik nog wel eens terug aan de tijd dat we nog geen kinderen hadden en samen reizen maakten. ‘s Ochtends lekker een boek lezen in bed, daarna uitgebreid ontbijten en met de auto op pad om het land te verkennen. Of aan de tijd dat we op zondagochtend in bed konden blijven liggen om onze favoriete serie te kijken. Of bij de keukentafel rustig de krant zaten te lezen met warme koffie erbij. Ik zou onze kinderen voor geen goud willen missen, maar soms verlang ik terug naar die tijd.

Vanochtend was het ook weer raak. Ik lag nog heerlijk te slapen toen ik de deur van onze slaapkamer open hoorde gaan. Ik keek op de klok: 5.00 uur. Ik knipte het licht op mijn nachtkastje aan en keek recht in de stralende ogen van onze jongste dochter Anouk die enthousiast riep: ,,Mem, ik ha útsljipt!’’

Troch: Klasina van der Werf. Bron: www.heitenmem.nl

 

 

 

Te laat

Je hebt van die mensen die altijd te laat zijn. Zelf ben ik er ook zo eentje. Meestal gaat het om een paar minuten, maar toch. Het kan soms erg vervelend zijn. Voor anderen, maar ook voor mezelf. Vooral als ik een foto moet maken van bijvoorbeeld een opening. Dan mag je hét fotomoment niet missen.

Ik probeer mijn leven echt te beteren, maar op de een of andere manier lukt het niet. De wekker eerder zetten heeft geen zin. Onze persoonlijke wekkers van drie en vijf jaar zijn tussen zes en zeven uur wakker, dus ik neem de dag al lekker mee.

Uit onderzoek blijkt dat ‘te laat komen’ ook een ziekte kan zijn. Zo komt een man uit Schotland chronisch te laat omdat hij geen besef van tijd heeft als gevolg van een hersenaandoening. Het gaat me te ver om deze ziekte als smoes te gebruiken, maar ik denk het gebrek aan tijdsbesef bij mij ook het grootste probleem is.

Meestal wil ik nog 1 dingetje doen voordat ik weg ga: snel een mail versturen of nog even de afwasmachine leeghalen. Als ik dan precies op tijd wil vertrekken, moet ik meestal eerst nog op zoek naar mijn autosleutel, beurs of mobiele telefoon. Vervolgens onderschat ik de reistijd nogal eens. Als de routeplanner veertig minuten aangeeft, denk ik dat ik het wel in een half uurtje kan redden.

Vandaag had ik een afspraak om 10.00 uur. ,,10 uur op 10-10”, zei de persoon aan de telefoon vorige week met wie ik de afspraak maakte. Ik vond dat zo’n bijzonder tijdstip, dat ik ervoor zorgde dat ik er precies op tijd was. Wat heerlijk, om op tijd te zijn, dacht ik, toen ik 10-10-10 het gebouw binnenstapte. Ik vroeg naar de persoon met wie ik een afspraak had. ,,Die is er nog niet’’, zei de mevrouw achter de balie. ,,Hij is altijd te laat.’’

Klasina van der Werf

10 oktober 2016

 

Mooie dag

Soms heb je van die leuke dagen met kinderen (soms ook niet trouwens). Zondag hadden we zo’n mooie dag. Zo’n dag waarop niks hoeft en (bijna) alles mag.

We zijn eerst van plan om er een pyjamadag van te maken. Lekker lui, spelletjes doen, een tent bouwen onder de tafel en vervolgens ‘koffie’ drinken in die tent. En we knutselen een mûzehûs in elkaar, met kaas erin. Om muizen te lokken. Ideetje van de oudste dochter van 4 jaar.

We zetten het muzehûs voor op het trappetje van ons huis. Het is 25 september, de zon schijnt. We kunnen lekker naar buiten zonder jas. ,,Mem, mei ik myn gymnastiekpakje oan’’, vraagt de oudste. ,,Ach ja, wêrom ek net.” De jongste (2) kiest voor haar ‘campingjoggingspak’, want ze wil buiten de tent opzetten.

De oudste komt op het idee om een winkeltje voor huis te beginnen. Compleet met kassa, frozen-bekertjes met water en een schaal met koekjes. Duitse koekjes, die pake en beppe van vakantie hadden meegenomen. Dat alles voor maar 10 cent. ,,Duitse koekjes te koop’’, roept ze, samen met haar zusje, die ook winkeljuffrouw mag zijn.

Maar het dorp lijkt uitgestorven. Op de fiets en de step gaan de meiden op zoek naar ‘klanten’. In de speeltuin vinden ze twee buurjongetjes, maar die willen liever nog even in de zandbak spelen. Dus blijven ze met z’n vieren in de speeltuin. Tot ze dorst krijgen en op het idee komen om naar hun winkel te gaan. Voor water en Duitse koekjes.

Om nog meer klanten te vinden, verhuizen ze de winkel met z’n vieren naar de speeltuin. ,,Duitse koekjes te koop!’’ Al snel is de speeltuin vol en het water en de koekjes raken op. Met z’n allen besluiten ze om nu een camping te maken op het grasveld naast ons huis. Er zijn inmiddels een stuk of acht kinderen. Gelukkig hebben we nog precies genoeg ijsjes in de vriezer. Dat maakt het feest compleet.

Ondertussen maken mijn man en ik de tuin ‘herfstklaar’. Aan het eind van de middag stuur ik alle buurkinderen met een milkyway weer naar huis. Het werd toch wat vol op de camping. De kinderen zien het mûzehûs voor op de stoep staan. ,,Dat is in mûzehûs’’, fluistert de oudste. ,,As we hiel stil binne, komme de mûskes deroan, want der sit tsiis yn.’’ Alle kinderen fluisteren en lopen op hun tenen weg.

,,Duitse koekjes te koop’’, hoor ik mijn man roepen vanuit de tuin waar hij aan het snoeien is. ,,Ssssst’’, zeggen de kinderen allemaal tegelijk met de vinger voor hun mond. Ik moet lachen en denk bij mezelf: wat een mooie dag!

Klasina van der Werf

DSC_0557 DSC_0560 DSC_0567

 

Getrouwd

getrouwdHet was één van de mooiste dagen uit mijn leven en als het over moest, zou ik het precies zo doen. Het is vandaag precies 10 jaar geleden. Ik in een witte zomerjurk, hij in een luchtig linnen pak. De zon scheen, dat was te verwachten. De zenuwen gierden door mijn keel toen de limousinechauffeur ons ophaalde.

Sommige meisjes dromen er hun hele leven al van. Een mooie trouwjurk, een volle kerk en ’s avonds stukjes. Dat heb ik nooit gehad. Integendeel, ik moest er niet aan denken om de hele dag in de belangstelling te staan. Maar het leek me wel leuk om te trouwen.

Vonden je ouders het niet jammer dat ze er niet bij konden zijn, vroegen mensen vaak aan mij. Jammer? Ik ging trouwen met de leukste man ter wereld, ze waren hartstikke blij voor me. Mijn vader zei zelfs dat hij dit misschien ook wel had gewild, als hij nu jong was geweest. En mijn moeder was al lang blij dat we niet stiekem trouwden. Beppe zei dat ze het verstandig vond. ,,Dan kostet it net sa’n soad jild.’’

Onze getuige ‘Roseanne’ stelde ons al gauw op het gemak door te zeggen dat we er zo jong uitzagen. We waren net 27 en 28 jaar. Na twintig minuten stonden we alweer buiten, met een dvd en fotorolletje in de hand als bewijs. En natuurlijk de trouwringen. Er was genoeg te doen in deze stad om ons de rest van de dag te vermaken. We begonnen met een ritje in een supersnelle achtbaan, daarna het grootste broodje hamburger ooit en tot slot waagden we een gokje in het casino.

Ondertussen hief onze familie het glas bij mijn ouderlijk huis in Damwâld. Mijn ouders en zussen hebben wel een traantje weggepinkt, zo hoorde ik later. Hun jongste dochter en ‘kleine’ zusje was getrouwd. In Las Vegas.

Klasina van der Werf

19 september 2016

Net mear sa lyts

Daar staat ie. Klaar om verkocht te worden. Onze kinderwagen. Lief en leed heb ik er mee gedeeld. En nu gaat ie weg. Naar wildvreemde mensen. Ik hoop dat ze er goed op zullen passen.

Ik heb ‘em soms vervloekt. Bijvoorbeeld die ene keer in de stromende regen, dat ik ‘em niet in elkaar kreeg. Lena zat in de maxi-cosi te huilen en ik moest de kinderwagen inklappen. Mijn man had het thuis nog voorgedaan. Het zag er heel gemakkelijk uit.

Ik weet ook nog die eerste keer dat ik met deze kinderwagen naar Dokkum ging. Ik had nog verlof, verveelde me en dacht, ik ga een rondje over de Bolwerken wandelen. Bij de groenteman liep ik trots met de kinderwagen naar binnen. Hij keek over het randje en zei: ,,Ik bin bliid dat dy fan ús net mear sa lyts binne.’’

Ik snapte hem toen niet. Het was toch geweldig om een baby te hebben. Nu, bijna vijf jaar (en nog een baby) later denk ik nog wel eens aan zijn opmerking terug. Wat waren die jaren mooi, maar ook zwaar. Vooral door het slaapgebrek. En omdat ze nog zo afhankelijk zijn. En doordat je die kinderwagen elke keer moet meeslepen en in- en uitklappen.

Maar dat hoeft nu niet meer. Deze week zeiden mijn man en ik tegen elkaar: Alles wordt weer gemakkelijker. De kinderen redden zich steeds beter zelf. Ze worden ’s nachts niet meer wakker, slapen (iets) langer uit én de kinderwagen hoeft niet meer mee. ,,Wát in rûmte yn hûs’’, zei mijn man. Zelf noem ik het nu nog even ‘leegte’.

Onze dochters van bijna 3 en 5 jaar vinden vooral de maxi-cosi heel interessant. ,,Dêr ha jimme ynsitten doe’t jim in lyts babytsje wienen’’, vertel ik. ,,Wiene wy doe sa lyts?’’, vraagt de jongste terwijl ze de duim en wijsvinger een stukje uit elkaar houdt. Ze denkt na. Springt op en kijkt me met stralende ogen aan: ,,Ik ha in goed idee. Wy kinne noch wol in baby ha en dan kin dy moai yn dit stuoltsje sitte.’’

,,In hiel goed idee, mar dat dogge wy net’’, zeg ik vastbesloten. En opeens ben ik blij dat de kinderwagen weggaat. Ik denk terug aan de opmerking van de groenteman, bijna vijf jaar geleden. ,,Ik bin bliid dat dy fan ús net mear sa lyts binne.’’

Klasina van der Werf, 12 september 2016, Heit & Mem

 

 

Het zit erop

Admiraliteitsdagen columnDat was het dan. Ik sta samen met de organisatoren van de Admiraliteitsdagen op het grote podium in het centrum van Dokkum. Het podium waar een dag eerder Di-Rect en Jeroen van der Boom nog stonden te zingen. Duizenden mensen langs de kade applaudisseren om de organisatie te bedanken voor het prachtige feest. Een bijzonder moment.

Ik denk dat het publiek niet in de gaten heeft hoeveel werk de organisatie verzet heeft om dit evenement te realiseren. Maar dat maakt ook niet uit. Ik zie stralende gezichten bij de organisatoren. Het zit erop. Alles is goed gegaan. Wat een ontlading.  

Ik denk terug aan het afgelopen jaar. Ik mocht de PR voor de Admiraliteitsdagen verzorgen. Mijn eerste opdracht voor mijn eigen bedrijf. Een mooie klus, maar wat een werk. Ik heb heel veel mensen geïnterviewd, tientallen persberichten geschreven en vaak overleg gepleegd met voorzitter Jan-Michiel van der Gang van de Admiraliteitsdagen. Op een gegeven moment zelfs zo vaak, dat ik mijn dochter van bijna drie jaar mezelf zag imiteren. Ze deed alsof ze met haar speelgoedtelefoon aan het bellen was met Jan-Michiel.

Dat geeft aan dat de Admiraliteitsdagen niet alleen impact hebben op al die mensen die dit evenement organiseren, maar ook op het thuisfront. Ik heb geluk dat mijn man me deze opdracht gunt en dat hij er tijdens het Admiraliteitsweekend is voor de kinderen. Zodat ik me daar geen zorgen over hoef te maken.

Toch heb ik me er ook wel schuldig over gevoeld. De balans tussen werk en privé was de laatste tijd soms ver te zoeken. Terwijl ik op het podium sta valt mijn oog op een bestuurslid van wie ik weet hoeveel tijd zij in de Admiraliteitsdagen heeft gestoken, voor de vijfde achtereenvolgende keer. Ook zij worstelt soms met de vele uren die ze aan de Admiraliteitsdagen besteedt en die dan ten koste gaan van haar zelf of haar gezin. Zouden vrouwen daar meer last van hebben dan mannen, vroegen wij ons laatst af.

Met elkaar lopen we terug naar de uitvalsbasis voor de vrijwilligers van de Admiraliteitsdagen. Ik kijk nog één keer heel bewust om me heen. Wát een mensen, wát een evenement. Wat ben ik blij dat ik daar deel van uit heb mogen maken. Tussen al die mensen zie ik haar weer staan. Haar dochter stormt op haar af, geeft haar een dikke knuffel en zegt: Mam, je bent klaar!

Tekst: Klasina van der Werf; Foto: Bote Sape Schoorstra

 

Onthaasten

Laat het los, laat het gaan… Dit nummer zit de hele vakantie al in mijn hoofd. Het is het lievelingsnummer van onze jongste dochter Anouk. Ze zingt het dagelijks. Uit volle borst. Compleet met uithalen, handen in de lucht en een ernstig gezicht erbij.

onthaasten

Na een drukke tijd kunnen we eindelijk genieten van onze vakantie. De reis van ruim 1300 kilometer ging wonderbaarlijk goed. Onze dochters van 4 en 2 jaar hebben zich ‘voorbeeldig’ gedragen tijdens de reis. We hadden ze ook goed voorbereid en deden het rustig aan onderweg, maar dat is natuurlijk geen garantie.

En dan ben je er. Eindelijk. Het grote genieten kan beginnen. Alle ingrediënten voor een heerlijke vakantie zijn aanwezig: zon, zwembaden, palmbomen, lekker eten… Waarom lukt het me dan niet om te ontspannen?

Vier dagen heb ik uiteindelijk nodig om mijn hoofd leeg te maken. En ik ben niet de enige. Ook onze oudste dochter heeft er last van. Ook bij haar moet de knop om. Van elke dag naar school met een vaste structuur naar een leven waarin niks hoeft en (bijna) alles mag. Dat is even wennen.

Het enige waar we ons nu nog druk over maken is: Hebben we nog brood over voor de eendjes die elke ochtend tijdens het ontbijt bij ons langskomen? Zullen we vandaag zwemmen in het zwembad of bij het meer? Welke smaak ijs zal ik vandaag kiezen?

Ik kan eindelijk weer eens echt genieten. Niet van een boek, want daar kom ik overdag niet aan toe. Maar wel van spelen met de kinderen. Tikkertje doen met Anouk, vliegeren met Lena en samen zingen: Laat het los, laat het gaan… Totdat de buren van het vakantiehuisje naast ons beginnen met applaudisseren.

Aan het einde van de vakantie heb ik mijn energie weer terug. Door alle drukte thuis was ik het bijna vergeten, maar nu weet ik weer wat het beste medicijn is tegen vermoeidheid: Weer even kind zijn!

Klasina van der Werf

Uiteindelijk is het gelukt om te onthaasten. Zie bijgaand filmpje:

Twee kaarten

Ik heb deze week twee kaarten op de bus gedaan. Twee heel verschillende kaarten voor twee nichtjes van ons. Twee zusjes van elkaar. Ze waren samen zwanger.

Ik probeerde mij  voor te stellen hoe blij ze moeten zijn geweest. Dat ze alvast fantaseerden over hoe hun kinderen later samen zouden spelen. Hoe ze ervaringen konden delen. Zou het een jongetje worden? Of een meisje? Als het maar gezond is, dan maakt het ons niks uit.

Met de ene kaart in mijn hand loop ik naar de brievenbus. Met de andere kaart wacht ik nog even. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze allebei tegelijk op de bus te doen. Ik weet niet waarom, maar het voelt niet goed.

Ik denk terug aan een echtpaar dat ik drie jaar geleden heb geïnterviewd voor de krant. Zij waren zestig jaar getrouwd. Het was ook zestig jaar geleden dat hun oudste kindje levenloos ter wereld kwam. ,,Ik mocht it net sjen. Gelokkich is dat tsjintwurdich net mear sa, want it is net bêst’’, vertelde de vrouw.

Ze huilde. Zestig jaar later huilde deze vrouw nog steeds om hun kindje dat levenloos ter wereld was gekomen en dat ze nooit hadden gezien. Haar man had het er ook nog altijd zichtbaar moeilijk mee. Dat ze daarna vier gezonde kinderen kregen, verzachtte de pijn niet.

Tijdens dat interview was ik net zwanger van onze tweede dochter. Ik voelde de pijn van dit echtpaar. Door de hormonen werd dit nog eens extra versterkt. Ze wilden hun verhaal graag aan mij kwijt. Ik was voor hun een buitenstaander, daarom durfden ze het mij te vertellen. Want verder werd er nooit over gepraat.

Met de tranen in mijn ogen schreef ik op wat ze zeiden. Ik vergeet het nooit weer. Hun oudste kindje was geboren op 29 december. ,,Op 29 desimber sizze wy altyd tsjin elkoar: it is hjoed 29 desimber.’’ Meer woorden hadden ze niet nodig om hun verdriet te delen. Dit gaf voor mij aan hoe erg het moet zijn om je kind te verliezen, hoe jong hij of zij ook is.

De kaart met bemoedigende woorden gaat op de bus. ‘Toch hoor jij kaarter altijd bij’. Het liedje dat Paul de Leeuw zong, voor iedereen die dit heeft meegemaakt, zit in mijn hoofd. Thuis ligt de andere kaart nog op tafel: ‘Een zoon. Van harte gefeliciteerd. Geniet van dit kleine wonder’.

Het klinkt zo cliché, maar het is en blijft een wonder. Een groot wonder!

Klasina van der Werf

Heit & Mem, 18-5-2016

Dubbel

Het was een bijzondere week. Voor mij en voor ons gezin. Maandag heb ik de handtekening gezet voor de start van mijn nieuwe bedrijf: Klasina van der Werf Tekst & PR. Een dag later zette mijn man een heel ander soort handtekening.

Het hing al een tijdje in de lucht en we hadden het er thuis al uitgebreid over gehad. De kans dat Johan zou worden ontslagen was groot. Zijn afdeling wordt opgeheven en tijdens een reorganisatie ben je dan als eerste de pineut. Na maandenlang in spanning te hebben gezeten, kreeg ik vorige week vrijdag een whatsapp-berichtje. ‘Ik ben ontslagen, wil je me even bellen?’

Wat doe je, als je weet dat je ontslagen wordt? Als een gek solliciteren, op een baan die je misschien helemaal niet leuk vindt? Of rustig afwachten. Het liefst maak je zelf de keuze om te stoppen. En in de WW terechtkomen, dat is je eer eigenlijk te na. Maar toch is het verstandig om even alles op een rijtje te zetten. Dat is de belangrijke les die ik geleerd heb van mijn eigen ontslag. Alles stap voor stap. Uiteindelijk heeft iedereen daar baat bij.

We hoopten dat we niet tegelijk werkloos zouden raken en dat is gelukt. We wisselen elkaar precies af. Dinsdag, op de dag dat hij acht jaar als Fondsbeheerder bij de betreffende rederij in Groningen werkte, zette hij zijn handtekening.

Thuis vertelde Johan het nieuws aan onze dochters van twee en vier jaar. Een gejuich steeg op toen Johan vertelde dat hij voorlopig vaker bij hen thuis zou zijn. Wat relativeert dat heerlijk, kinderen. Toch bekroop me deze week een vervelend gevoel. Ik voel nu meer druk op mijn schouders, want als ik als zzp’er niet voldoende opdrachten binnenhaal, hebben we wel een probleem. De vaste lasten gaan gewoon door.

In de auto op weg naar de Kamer van Koophandel, zei ik tegen Johan: We staan er eigenlijk wel slecht voor he? Hij keek me verbaasd aan. Hoezo staan we er slecht voor? Kijk eens naar de achterbank. Ik draaide me om. Twee gezonde, stralende meisjes keken me lachend aan.

Daarmee was alles gezegd.

Klasina van der Werf

12794402_775829779184548_213305322866534923_n

 

Henk

Dat was even schrikken zondagavond. Ik kreeg een telefoontje van mijn moeder. Ze kwam met slecht nieuws, over Henk. Meteen gingen mijn gedachten terug naar die zomer van 1996, toen ik Henk leerde kennen.

Ik was zestien jaar. Hij vestigde zich bij ons in het dorp, in Damwâld, waar ik nog bij m’n ouders woonde. Toen ik hoorde van Henk ben ik meteen op hem afgestapt. Het klikte vanaf de eerste minuut. Vier jaar lang ging ik elk weekend fluitend op mijn fiets naar Henk toe. Totdat ik afgestudeerd was. We verloren elkaar uit het oog, maar toch ben ik Henk nooit vergeten.

Mijn moeder had het stokje vlak daarna van mij overgenomen bij Henk in Dokkum. Daardoor kwam ik toch nog regelmatig bij Henk over de vloer. Het was er een zoete inval, altijd gezellig. Lekker sneupen tussen de kledingrekken en ondertussen kletsen met oud-collega’s.

We sturen elkaar nog altijd een kaartje met kerst en met speciale gebeurtenissen zoeken we elkaar op. Zo zijn de dames van Henk vorig jaar nog bij mij thuis geweest op poppeslok. Tot diep in de nacht, want we hadden veel stof om over bij te praten. En natuurlijk werden mooie herinneringen over Henk weer opgehaald.

In mei van dit jaar zei ook mijn moeder vaarwel tegen Henk. Maar gelukkig konden we hem altijd nog opzoeken, wanneer we maar wilden. Dat is nu verleden tijd. Sinds deze week zijn alle winkels van Henk gesloten. In Dokkum, Damwâld, maar ook in honderd andere plaatsen.

Ik begin me nu echt zorgen te maken. Want als zelfs ‘mijn’ Henk – waar ik mijn eerste geld heb verdiend – het hoofd niet eens meer boven water kan houden, wie volgen er dan nog meer?

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 5 oktober 2012