Berichten

Balans

Ik lig in bed, met mijn zieke dochter naast me. Ze heeft de hele nacht overgegeven. Acht keer om precies te zijn. Ze hield de ‘score’ zelf bij. Dit zijn van die nachten dat je zelf niet slaapt. Een mooi moment om na te denken over het afgelopen jaar.

Een jaar waarin de balans tussen zakelijk en privé soms ver te zoeken was. Een eigen bedrijf en twee kleine kinderen is een mooie combinatie, omdat je je eigen tijd kunt indelen. Maar dat maakt het soms ook verwarrend.

Een jaar waarin alles door elkaar liep. In de zomervakantie had ik het druk met het maken van persberichten en de krant voor de Admiraliteitsdagen. Een prachtige klus, maar wel veel werk. Vooral omdat de kinderen in de zomervakantie vrij zijn terwijl we geen oppas hebben. Dat hoeft immers niet, want ik kan zelf mijn tijd indelen.

Een jaar waarin ik keuzes moest maken. Welke opdrachten doe ik wel en welke niet. Een luxeprobleem, ik weet het. Maar wel lastig als je geen ‘nee’ kunt zeggen. En als je alles leuk vindt. Maar hoe leuk mijn werk ook is, mijn gezin gaat nog altijd voor. Vooral nu de kinderen zo klein zijn.

Toen ik vertelde dat het feest van Adje was afgelopen zei de jongste: hoeft mem dan net mear safolle te typen? Voor mij een teken dat het toch beter was om de Admiraliteitsdagen te laten varen. En zo heb ik nog een aantal opdrachten opgezegd. Op deze manier houd ik tijd over voor bijzondere losse projecten die soms op mijn pad komen en die ik niet wil laten schieten.

Zo ga ik mij het komend jaar inzetten voor de PR rondom de Bonifatius Stadsbrouwerij in Dokkum en mijn droom om een kinderboek te maken voor het vlasmuseum in Ee komt steeds dichterbij. Ook komt er waarschijnlijk een tweede editie van de bijlage Dokkum Toen & Nu. Daarnaast mag ik weer schrijven voor opdrachtgevers als Partoer, Noflik Wenje, Er op uit in Friesland en heit&mem.

,,Ik fyn mem leaf’’, hoor ik plotseling een zacht stemmetje zeggen. Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk naar mijn dochter. Ze slaat haar kleine armpje om me heen. Samen met haar zus is zij de belangrijkste opdrachtgever van het komende jaar. Een jaar waarin ik hopelijk weer wat meer de balans zal vinden tussen werk en privé. Al vrees ik dat dit ook wel een beetje het lot is van een werkende moeder.

Klasina van der Werf

‘Wij kunnen veel van de Deense Culturele hoofdstad leren’

Hoe hebben de Denen het vrijwilligerswerk georganiseerd in Aarhus, de Culturele hoofdstad van 2017? Els Hiemstra van de Vrijwilligers Academie Fryslân (een initiatief van Partoer) bracht samen met de Frij-Stiper projectgroep uit Leeuwarden een werkbezoek aan Aarhus. Wat haar het meest is opgevallen? ,,De trots en bevlogenheid waarmee vrijwilligers daar hun werk doen.”

Els Hiemstra: ,,Wij werden zeer gastvrij ontvangen door de zogenaamde Rethinkers, zoals de Frij-Stipers (vrijwilligers) in Denemarken worden genoemd. Vol enthousiasme vertelden zij over hun ervaringen met vrijwilligerswerk. Het was een heel inspirerend werkbezoek. We hebben veel praktische ideeën opgedaan. Zo hebben zij hun digitale registratiesysteem ontzettend goed op orde. Daarin staat precies hoeveel vrijwilligers waar nodig zijn en voor welke functies of taken.”

Ontmoetingscentrum vrijwilligers

,,Verder hebben zij midden in de stad een prachtig ontmoetingscentrum voor vrijwilligers. Daar zijn altijd coördinatoren aanwezig bij wie vrijwilligers terecht kunnen met vragen. Ook staat de koffie in dit centrum altijd klaar. Er zijn sponsoren in natura die zorgen voor lekkere broodjes of een warme maaltijd, wat door de vrijwilligers zeer wordt gewaardeerd. Voor mij was dit een bevestiging dat het faciliteren en serieus nemen van vrijwilligers ontzettend belangrijk is.”

Gastvrij ontvangst toeristen

,,Waar wij in Leeuwarden ook van kunnen leren is de ontvangst van toeristen. Daar vangen vrijwilligers de toeristen die per cruiseschip aankomen in de haven op. Ze dragen grote buttons met daarop de tekst ‘Ask me’, hun naam en de talen die ze spreken. Heel praktisch. De gasten worden welkom geheten met een broodje met daarop een Deens vlaggetje, ze wijzen toeristen de weg en vertellen welke activiteiten er te doen zijn. Ook op andere toeristische plekken lopen vrijwilligers rond om gasten welkom te heten.”

Hoge ambities in Leeuwarden

,,Een groot verschil tussen de aanpak in Leeuwarden en Aarhus is dat het aantal vrijwilligers waarmee gewerkt wordt bij ons veel hoger ligt. Daar werken ze op dit moment met 3000 vrijwilligers, terwijl het aantal bij ons op 6000 wordt geschat. Ook liggen onze ambities op het gebied van vrijwilligers met een kwetsbare positie hoger. Daar is het streven om te werken ze met 300 tot 500 vrijwilligers die een lange afstand tot de arbeidsmarkt hebben, hier stimuleren we 1000 vrijwilligers om mee te doen. Ons voordeel is dat wij daarbij samenwerken met de gemeenten. In Denemarken is dat niet het geval.”

Ook Denen sceptisch

,,Wat mij verder is opgevallen is dat wij hier wel eens wat te ‘voorzichtig’ zijn, bijvoorbeeld wat betreft het scholingsprogramma. Wij willen op voorhand graag weten wat de scholingsvragen zijn om zo een mooi en compleet aanbod samen te stellen. In Denemarken beginnen ze gewoon, denken niet te ingewikkeld, kijken naar wat ze nodig hebben en regelen het op het moment dat er een vraag is. Uiteraard hebben ze ook wel last van ‘last-minute-stress’: Hebben we niet teveel of juist te weinig vrijwilligers? Het is elke dag weer een puzzel. Tot slot is er één opvallende overeenkomst tussen de culturele hoofdstad in Aarhus en Leeuwarden. Ook daar waren de inwoners vooraf sceptisch over het evenement. Maar sinds de opening kwam de trein op gang. Vrijwilligers ervaren het als ‘a once in a lifetime experience’ en zeggen nu: ‘We wouldn’t miss it for the world!’

Tekst: Klasina van der Werf. Bron: www.partoer.nl

Onderzoek naar effecten Tomke-project

Het Friese taalstimuleringsproject voor peuters – Tomke – bestaat twintig jaar. Voor de Afûk, Bibliotheek Service Fryslân en Stichting Lezen een mooie aanleiding om te laten onderzoeken wat voor effect Tomke heeft op meertaligheid en de Friestalige voorleescultuur. Partoer voert het onderzoek uit.

Voor dit onderzoek gaat Partoer ouders van peuters in Fryslân bevragen. Hoe zijn zij in aanraking gekomen met Tomke? Hoe maken zij er gebruik van (via boekjes, spelletjes, tv, radio of de app)? En wat doen Nederlandstalige ouders met Tomke? ,,Ook zijn we benieuwd of ouders merken wat voor effect Tomke heeft op hun peuters. Gaan de kinderen bijvoorbeeld meer Fries praten en worden andere talen ook beter ontwikkeld. Dat zijn vragen die aan de orde komen’’, aldus Lotte Piekema van Partoer die het onderzoek samen met Sjoerd IJdema gaat uitvoeren.

Tomke-pakketten

Ouders worden benaderd via de peuterspeelzalen en kinderopvangcentra. Ruim vierhonderd leidsters krijgen binnenkort een brief waarin hen wordt gevraagd ouders uit te nodigen mee te doen aan de enquête. ,,Om een goed beeld te krijgen van de effecten van Tomke is het van belang dat zoveel mogelijk ouders meedoen aan het onderzoek. Onder de ouders worden daarom tien Tomke-pakketten verloot en de opvang waar de meeste ouders meedoen krijgen Tomke in de levende lijve op bezoek.’’

Groepsgesprekken

Naast de enquête worden er ook twee groepsgesprekken met enkele ouders van peuters georganiseerd, waarbij dieper op het onderwerp wordt ingegaan. Uit het totale onderzoek moet blijken hoe ouders het gebruik van het Tomke-materiaal ervaren, wat hun wensen/behoeften zijn omtrent het Tomke-project en of Tomke daadwerkelijk een positieve invloed heeft op de taalontwikkeling van kinderen.

De vragenlijsten – die zowel in het Nederlands als in het Fries zijn – gaan volgende week nog de deur uit. Het rapport wordt na de zomervakantie opgeleverd.

Tekst: Klasina van der Werf

Bron: www.partoer.nl

Onderzoek naar peuters die niet naar ‘school’ gaan

Welke peuters gaan niet naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf en wat is de reden daarvoor? Partoer gaat dit voor de gemeente Smallingerland onderzoeken. Doel is om in beeld te krijgen waarom deze peuters thuisblijven en welke aanbevelingen ouders/verzorgers hebben om deze kinderen toch mee te laten doen.

Partoer voert het onderzoek uit aan de hand van  enquêtes en diepte-interviews. Alle ouders/verzorgers van kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 6 jaar uit de gemeente Smallingerland – die niet naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf gaan/ of zijn gegaan – worden opgeroepen de vragenlijst in te vullen. ,,Het gaat dus ook om ouders van kinderen die inmiddels al ouder zijn, maar die tussen 2012 en 2017 geen gebruik hebben gemaakt van voorschoolse voorzieningen’’, legt projectleider Jitske Algra uit. Zij benadrukt dat de gegevens anoniem worden verzameld en niet te herleiden zijn naar ouders.

Aan de deelnemers wordt ook gevraagd of zij naast de enquête mee willen doen aan een interview. Tijdens dat gesprek kunnen ouders hun argumenten motiveren. Jitske Algra, Gerjanne Hoekstra en Lotte Piekema (zie foto) starten vanaf 1 juni met hun onderzoek. Het onderzoek loopt van juni tot en met september 2017. De eindrapportage wordt aan het eind van dit jaar opgeleverd.

Tekst en foto: Klasina van der Werf

Bron: Drachtster Courant, 31 mei 2017

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie. Een woord waar je de laatste jaren mee ‘doodgegooid’ wordt. Het zei me eigenlijk nooit zoveel. Totdat ik er zelf mee te maken kreeg. Nu ruim twee jaar geleden.

Het was op een avond. De bel ging. Een dorpsbewoner stond voor de deur, Klaas Sipma. Ik kende hem niet goed, maar we zeiden wel ‘hoi’ als we elkaar tegenkwamen. Mag ik even wat vragen, zei hij.

Hij vertelde over het zogenaamde DOM-project waar hij deel vanuit maakte. DOM staat voor Dorps Ontwikkelings Maatschappij. Het is een project van de gemeente dat samen met de dorpsbewoners wordt uitgevoerd. Mensen zoals Klaas. Een veertiger met een drukke baan, maar met hart voor ‘zijn’ dorp.

Hij vroeg of ik ook deel wilde uitmaken van de DOM-groep. Er was iemand vertrokken en ze zochten een opvolger voor de communicatie. Aangezien ik toen nog bij de lokale krant werkte, dachten ze aan mij. Ik hoefde niet lang na te denken. Ik was al van plan om vrijwilligerswerk in het dorp te doen en dit project sprak me aan.

Een week later had ik mijn eerste vergadering. Vele vergaderingen zouden volgen. Kort, maar krachtig en na de tijd gezellig. We vergaderden ook bij de gemeente. Die samenwerking ging boven verwachting goed en het project werd een succes. Woningen uit het dorp werden opgeknapt, een historische route langs bijzondere panden werd opgezet en we maakten plannen voor het realiseren van een dorpsplein en het opknappen van het vlasmuseum.

Het DOM-project werd een voorbeeld voor anderen. Vooral omdat het breed gedragen werd door het dorp. De aanpak ‘van onderen op’ werkte. Mede dankzij Partoer die de schakel vormde tussen de gemeente en de inwoners. Politici uit het hele land kwamen naar ons dorp om van ons te leren.

Ik ben blij dat ik die avond ‘ja’ heb gezegd. Ik ben blij dat de gemeente ons de vrijheid heeft gegeven om mee te doen met dit project. En ik ben blij dat ik dankzij dit vrijwilligerswerk in contact ben gekomen met Partoer, het Friese advies- en onderzoeksbureau waar ik nu regelmatig teksten voor schrijf.

Eén van de speerpunten van Partoer is: Burgerparticipatie. Het woord dat een paar jaar geleden voor mij nog geen betekenis had. Maar nu wel!

Klasina van der Werf

Bron: www.partoer.nl

‘Congres mijlpaal voor democratische vernieuwing’

Gemeenten zijn op zoek naar nieuwe vormen van democratie. Dat bleek donderdag tijdens het Noordelijk Congres Democratic Challenge (NCDC) in Oosterwolde.

Hoofdspreker Job Cohen gaf de aanwezige bestuurders, ambtenaren en burgerinitiatiefnemers enkele adviezen met betrekking tot burgerparticipatie. Zo stelde hij dat maatwerk belangrijk is. ,,Kijk wat er leeft in jouw straat, wijk of gemeente. Doe ook je best om de hele gemeenschap erbij te betrekken. Anders is er geen sprake van democratie’’, aldus de voormalig politicus die tegenwoordig Bijzonder Hoogleraar Gemeenterecht/Gemeentekunde is aan de Universiteit van Leiden.

Als de zogenaamde ‘gemeenschapskracht’ zo belangrijk wordt, wat voor taak heeft de gemeenteraad dan nog in de toekomst? Deze vraag werd meerdere keren gesteld tijdens het congres. ,,Het is duidelijk een zoektocht waar veel gemeentes mee bezig zijn’’, stelt Esther Rodenburg van CMO STAMM, de partij die het congres samen diverse Noordelijke organisaties en instellingen organiseerde.

Jan Rodenhuis, Els Hiemstra en Ellen Stutterheim waren namens het Friese onderzoeks- en adviesbureau Partoer aanwezig om de deelsessies te begeleiden. Zo gaven zij antwoord op vragen die leefden omtrent het Fonds Ooststellingwerf en het Experiment Duurzaam Beschermde Dorpsgezichten, ook wel DOM-project. Volgens consultant Jan Rodenhuis van Partoer zoeken de verschillende partijen naar nieuwe wegen om mensen bij hun beleid te betrekken. ,,Het DOM-project in de gemeente Dongeradeel is een mooi voorbeeld van hoe het anders kan. Daar mogen de bewoners meebeslissen over wat er in hun dorp gebeurt’’, aldus Rodenhuis.

Wethouder Engbert van Esch van de gastgemeente Ooststellingwerf noemde het congres een mijlpaal op weg naar democratische vernieuwing. Van Esch: ,,Dit is een proces met vallen en opstaan. Falen mag. Dan komt het succes vanzelf.’’

In bijgaand filmpje een sfeerimpressie van het Noordelijk Congres Democratic Challenge.

https://youtu.be/gJ6ljSq2F34

Tekst, foto’s en filmpje: Klasina van der Werf

 

Vrijwilligers Academie Fryslân viert 1-jarig bestaan

va-fryslanDe Vrijwilligers Academie Fryslân – een initiatief van Partoer- bestaat vandaag precies 1 jaar. In dit jaar hebben negentien organisaties met elkaar geïnvesteerd in de samenwerking ten aanzien van deskundigheidsbevordering van vrijwilligers en mantelzorgers. Coördinator Els Hiemstra vond het 1-jarig bestaan een  mooie gelegenheid  om het hele netwerk (adviesraad, uitvoerend medewerkers, trainers en alle andere betrokkenen) bij elkaar te brengen om met elkaar terug te blikken en vooruit te kijken.

Tijdens de bijeenkomst op 10 januari werden zowel de jaarcijfers als de uitkomsten van het scholingswensenonderzoek gepresenteerd. Daaruit blijkt dat in het eerste jaar 78 trainingen en workshops zijn ingebracht, 183 mensen hebben zich ingeschreven, 129 vrijwilligers en 38 mantelzorgers zijn geschoold. Uit de scholingswensen van vrijwilligers blijkt dat de respondenten het meeste behoefte hebben aan het vinden en binden van vrijwilligers. Het aanvragen van subsidies staat op de tweede plaats en het succesvol inzetten van sociale media staat op nummer drie van de wensen van vrijwilligers.

Els Hiemstra wilde van de betrokken partijen weten hoe ze in 2017 efficiënter kunnen samenwerken en wat iedereen wil en kan bijdragen om dat te bereiken. De ruim veertig aanwezigen waren zeer betrokken en gaven veel input voor de doorontwikkeling van de VA Fryslân in het tweede pilotjaar. Het uiteindelijke doel is om vrijwilligers en mantelzorgers beter te kunnen toerusten. Eén ding is zeker: Alle organisaties uit het netwerk gaan er tegenaan om dit met elkaar te realiseren.

Tekst: Klasina van der Werf

 

 

Partoer onderzoekt vervoergedrag reizigers in Fryslân

Partoer gaat onderzoek doen naar het vervoergedrag van reizigers in Fryslân. Dit doen we in opdracht van de provincie Fryslân en in samenwerking met Sweco (de voormalige Grontmij). De provincie wil graag meer inzicht in het vervoergedrag om zo goed te kunnen inspelen op de ontwikkelingen.

Tegenwoordig rijden er regelmatig lege bussen door de dorpen van Fryslân. De vraag is waarom er geen of weinig gebruik meer van bepaalde buslijnen wordt gemaakt. Doen de vervoerders iets verkeerd of hebben reizigers er geen belang bij? Heeft het te maken met de bustijden, of rijden mensen liever met hun buurman mee? ,,Aan de hand van een enquête en interviews met inwoners van twee dorpen gaan wij onderzoeken wat voor invloed bepaalde ontwikkelingen – zoals vergrijzing, krimp of de toegenomen mobiliteit van bewoners – hebben op het vervoergedrag op het platteland. De provincie wil de gevolgen van deze ontwikkelingen in kaart brengen om goede afwegingen te kunnen maken bij de nieuwe aanbesteding’’, aldus projectleider Sjoerd IJdema van Partoer.

De provincie Fryslân wil het hele openbaar vervoer in 2020 opnieuw aanbesteden. Voor de bus betekent dit een concessie, die in principe tien jaar loopt. De provincie wil onder andere laten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de buslijnen te strekken. Dat betekent dat de haltes waar een bus voor moet omrijden – terwijl ze niet of nauwelijks extra passagiers opleveren –  worden geschrapt. Verder wordt onderzocht hoe de buslijnen het best op toeleidende infrastructuur kan worden aangesloten en wat zwakke lijnen zijn. Er moet uiteindelijk een keus worden gemaakt of de zwakke lijnen moeten blijven bestaan en wat de eventuele gevolgen voor de reiziger zijn.

Sjoerd IJdema vindt het fijn dat Partoer als Fries onderzoeksbureau is gevraagd om het onderzoek te verrichten. ,,Wij hebben verstand van de Friese samenleving, we kennen de dorpen en de mensen. Bovendien gaan we graag de samenwerking met Sweco aan. Zij verzorgen het kwantitatieve gedeelte en wij verrichten het kwalitatieve onderzoek. Het is de kunst om alles goed op elkaar af te stemmen.’’ Volgende week wordt bepaald welke dorpen worden gevraagd om mee te werken aan het onderzoek. Het is de bedoeling om het onderzoek aan het eind van het jaar af te ronden en de rapportage begin volgend jaar op te leveren.

Het project wordt uitgevoerd door onderzoekers Ellen Stutterheim, Lotte Piekema en Sjoerd IJdema die als projectleider de processen en communicatie begeleidt. Daarnaast beschikt Partoer over een aantal ervaren interviewers met kennis van het Friese platteland.

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Sjoerd IJdema: sijdema@partoer.nl of 06-39 84 50 75.

Tekst: Klasina van der Werfbus kwalitatief_onderzoek

 

 

Jelmer Kok: Dankzij Partoer is het proces versneld

jelmer_actie_2Waarom is het handig om Partoer in te schakelen? Wie kunnen dit beter uitleggen dan de mensen die met Partoer te maken hebben gehad. Op de website van Partoer staat vanaf nu elke maand een persoon centraal die vertelt over de rol die Partoer als onafhankelijke partij heeft gespeeld bij diverse projecten. Voorzitter Jelmer Kok (39) van de Dorps Ontwikkelings Maatschappij (DOM) in Ee bijt het spits af.

,,Het DOM-project is een experiment in het krimpbeleid. Mensen uit vier dorpen met beschermde dorpsgezichten in Dongeradeel vertegenwoordigen elk hun eigen dorp. Zo maak ik met vijf andere inwoners deel uit van de DOM in Ee. Samen met de dorpsbewoners hebben wij ervoor gezorgd dat panden die dreigden te verpauperen werden aangepakt. Ook de openbare ruimte wordt dankzij het project ‘van onderen op’ onderhanden genomen. Op deze manier houd je de dorpen leefbaar. Mede dankzij de DOM is ons dorp positief op de kaart gezet. Het werkt als een katalysator. Ook andere partijen willen nu met ons samenwerken met projecten, zoals kunstenaars, de provincie Fryslân en de Technische Universiteit in Delft. We zijn een ‘knuffeldorp’ geworden. Daarom pleit ik er ook voor dat de DOM blijft bestaan.’’

Bijdrage Jan Rodenhuis van grote waarde

,,De gemeente Dongeradeel heeft Jan Rodenhuis (ook wel Jan de Olieman) van Partoer ingeschakeld om de samenwerking tussen de gemeente Dongeradeel en de lokale DOM’s goed te laten verlopen. Voor het proces was het belangrijk dat hij er tussen zat. Voor de gemeente moet het heel eng zijn geweest om de verantwoordelijkheid te geven aan ons als inwoners. Wij hadden echt een stem en mochten meebeslissen. Het is ‘ons’ project geworden en Jan Rodenhuis is vanaf de geboorte bij de DOM betrokken geweest. Het was voor ons als inwoners gemakkelijk om hem als vraagbaak te hebben, want met zijn ervaring in de politiek en zijn werk bij Partoer weet hij precies hoe de hazen lopen. Zijn bijdrage is van grote waarde geweest. Hij zorgde voor afstemming tussen twee werelden: het dorp en het gemeentehuis.’’

Niet elke keer het wiel opnieuw uitvinden

,,Door Partoer in te zetten bij het DOM-project is het proces versneld. Jan Rodenhuis fungeerde als klankbord tussen overheid en burgers. Wij konden altijd met alle vragen bij hem terecht. Hij wist welke wegen we moesten bewandelen. Bovendien hoef je dankzij Partoer het wiel niet elke keer opnieuw uit te vinden. Dat zou zonde zijn, want daar gaat veel gemeenschapsgeld mee verloren.’’

Tekst en foto: Klasina van der Werf. Zie ook: http://www.partoer.nl

 

Laaggeletterdheid hoog in Fryslân

presentatie laaggeletterdheidDe laaggeletterdheid is hoog in Fryslân. Friese gemeenten zullen het probleem nog meer aandacht moeten geven en daarin ook meer moeten samenwerken om zo ook van elkaar te leren. Dat stelt Partoer in haar rapportage ‘Laaggeletterdheid in de provincie Fryslân’ dat donderdag is gepresenteerd tijdens de Week van de Alfabetisering.

Het Friese onderzoeks- en adviesbureau deed voor het eerst onderzoek naar de laaggeletterdheid in alle Friese gemeenten in opdracht van de Provinciale Staten van de provincie Fryslân.  ,,Er zijn wel landelijke onderzoeken gedaan naar laaggeletterdheid en de onderliggende factoren. Partoer heeft voor alle Friese gemeenten deze cijfers op een rij gezet. Gemeenten kunnen daarmee direct aan de slag”, aldus onderzoeker Sjoerd IJdema van Partoer die het onderzoek leidde. Voor dit onderzoek zijn de gegevens gebruikt van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) uit het rapport ‘Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland’.

Fryslân in top 3 laaggeletterdheid

In Nederland is ruim 1 op de 9 mensen, tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dit komt neer op ongeveer 1,3 miljoen (12,2%). In Fryslân ligt dit percentage op 13,4 procent. Daarmee staat onze provincie in de top 3. Uit het onderzoek blijkt dat de laaggeletterdheid rondom Leeuwarden meevalt. In Noordoost-Friesland is het aantal mensen dat moeite heeft met lezen en schrijven het grootst.

Laaggeletterdheid steeds meer een probleem

Laaggeletterdheid houdt in dat mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of het gebruiken van schriftelijke en digitale informatie. Volgens IJdema wordt laaggeletterdheid voor steeds meer mensen een probleem. ,,Vroeger konden mensen die moeite hadden met lezen zichzelf lang redden, maar tegenwoordig wordt het ze steeds lastiger gemaakt. Zo vinden laaggeletterden het lastig om bijsluiters van medicijnen te lezen en ze hebben bijvoorbeeld moeite met de digitale aanvraag van voorzieningen in het kader van de WMO. Ook stellen werkgevers steeds hogere eisen.

Hoe kom je laaggeletterden op het spoor?

Het grootste probleem met betrekking tot laaggeletterdheid is: hoe kom je laaggeletterden op het spoor? Het onderzoek onderschrijft hier de rol van werkgevers, die ervoor kunnen zorgen dat werknemers die minder goed zijn met taal, cursussen krijgen aangeboden.  Het blijkt dat laaggeletterdheid het meeste voorkomt in de sectoren Industrie & Energie, Bouw en Handel & Horeca. Een andere aanbeveling van Partoer is laaggeletterde ouders van basisschoolkinderen via het onderwijs op te sporen. Leerkrachten en pedagogisch medewerkers kunnen een signalerende rol vervullen en ouders actief doorverwijzen naar mogelijkheden voor taalscholing in de regio. Dit heeft ook een positieve invloed op de kinderen, omdat ouders nu bijvoorbeeld kunnen helpen met huiswerk of de kinderen vaker voorlezen.

Gezamenlijke aanpak Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid heeft een grote impact op het leven van mensen. Uit onderzoek blijkt dat de groep laaggeletterden steeds verder afraakt van de arbeidsmarkt, minder participeert en zich minder gezond voelt. Het verhogen van de taalkennis kan ervoor zorgen dat mensen een betere plek in de samenleving krijgen en zich gelukkiger voelen. Het zelfvertrouwen wordt hoger, mensen hebben een betere kans op de arbeidsmarkt en kunnen daardoor beter functioneren in hun baan. Dit alles heeft weer een positieve uitwerking op de gezondheid. Partoer hoopt dat dit onderzoek voor Friese gemeenten een aanleiding zal zijn om dit probleem aan te pakken. Sjoerd IJdema: ,,Het is belangrijk dat gemeenten goed nadenken over hoe ze laaggeletterden opsporen en hoe ze het taalniveau kunnen verhogen. Ons advies is om dit samen met de Stichting Lezen & Schrijven, welzijnsinstanties, bibliotheken en het Friesland College op te pakken. Uiteraard zijn wij van Partoer, als onafhankelijke partij, bereid om te helpen. Op 12 oktober organiseert Partoer samen met de Stichting Lezen & Schrijven een werkbijeenkomst rondom laaggeletterdheid voor beleidsambtenaren die er in de praktijk mee te maken hebben.

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met onderzoeker Sjoerd IJdema van Partoer, 06 398 450 75 of sijdema@partoer.nl

Tekst: Klasina van der Werf

afbeelding laaggeletterdheid

 

Partoer onderzoekt samen met studenten aansluiting arbeidsmarkt

PartoeD'Driver gaat onderzoek doen naar de aansluiting die de opleiding D’Drive van het Friesland College heeft op de arbeidsmarkt. D’Drive biedt een verscheidenheid aan opleidingen aan in de creatieve sector.

Om het onderzoek overzichtelijk te houden richt Partoer zich in eerste instantie op het segment kunstopleiding. Deze opleiding bevindt zich in het gebouw De Neushoorn, dat begin 2016 is geopend. Om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten, is kennis van het werkveld nodig. Welke ontwikkelingen spelen er in het werkveld? Waar is behoefte aan?

Zowel Partoer als D’Drive vinden het belangrijk studenten bij het onderzoek te betrekken. Door studenten gesprekken te laten voeren met ondernemers en opdrachtgevers in het werkveld, krijgen zij een beter beeld van het type werk dat zij in de toekomst gaan doen en kunnen ze beter bepalen welke richting ze op willen. Bovendien wordt het ondernemerschap van studenten versterkt.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeker Lotte Piekema van Partoer. Zij is tevens projectleider en contactpersoon. Het onderzoek gaat na de zomervakantie van start en in december worden de resultaten opgeleverd. Zo kunnen de conclusies en aanbevelingen meegenomen worden in de ontwikkeling van de opleiding voor het schooljaar 2017-2018.

Zie ook: www.partoer.nl

Eerste certificaten voor Frij Stipers CH2018 uitgereikt

De eerste vrijwilligers die aan de slag gaan bij de activiteiten van Culturele Hoofdstad hebben hun certificaat gehaald. Zij hebben de basistraining Frij Stiper succesvol afgerond.

vrijwilligers CH2018 certificaten

In totaal worden duizend mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt opgeleid. Wellzo verzorgt de werving en selectie van de vrijwilligers, ook wel Frij Stipers genoemd. Het is de bedoeling dat zeventig procent van de vrijwilligers uit Leeuwarden komt, de rest uit andere delen van Fryslân.

De Vrijwilligers Academie Fryslân, een initiatief van Partoer, voert het scholingsprogramma voor de Frij Stipers uit. ,,Het is een prachtig project. Fantastisch dat de stichting Culturele Hoofdstad 2018 investeert in mensen die het minder goed getroffen hebben in het leven. Je ziet mensen opbloeien. Ze voelen zich nuttig en doen weer mee. Voor onze Vrijwilligers Academie is dit een mooie kans om meer bekendheid te krijgen’’, aldus Els Hiemstra van Partoer.

Het is de bedoeling dat alle duizend vrijwilligers de basistraining Frij Stiper volgen. Deze training bestaat uit de onderdelen: communicatievaardigheden, sociale vaardigheden en omgaan met lastig gedrag, samenwerken/teamvorming, gastvrijheid en eigen kwaliteiten. Als zij dit certificaat hebben gehaald kunnen ze met verdiepingsmodules hun kennis en vaardigheden uitbreiden op basis van de taken die ze gaan doen. Zo kunnen zij bijvoorbeeld een training verkeersregelaar volgen, taalcursussen, een AED-training of EHBO-cursussen, of het certificaat instructie verantwoord alcohol schenken halen.

Het streven is dat dat de vrijwilligers na 2018 doorstromen naar de arbeidsmarkt, opleidingen, werkstages of regulier vrijwilligerswerk.

Via de website www.vrijwilligersacademiefryslan.nl kunnen vrijwilligers zich inschrijven voor interessante trainingen en workshops. De Vrijwilligers Academie Fryslân verbindt vraag en aanbod.

Meer informatie: tel: 058-3030134 of e-mail: info@vafryslan.nl

Op de foto: De eerste vijf vrijwilligers die de basistraining Frij Stiper hebben gehaald.