Een vakantie zonder internet, het kan echt!

Het is nog maar 7 jaar geleden. Tegelijk met de geboorte van onze oudste dochter kreeg ik voor het eerst een iPhone. Een 4S. Van mijn werk. In principe ook alleen bedoeld voor mijn werk. Maar sinds de komst van de iPhone loopt werk en privé steeds meer door elkaar.

De ‘redding’

Eerlijk gezegd was de iPhone voor mij de ‘redding’ tijdens mijn verlof. Hoe lief ik mijn eigen baby ook vond, de dagen waren soms best lang, saai en eentonig. En dan is het best leuk om via de iPhone contact te hebben met de buitenwereld. Even appen met collega’s, nieuws volgen via nu.nl of kijken wat vrienden meemaken via social media. En tussendoor uiteraard heel veel foto’s en filmpjes maken van onze dochter en doorsturen naar mijn man. Nog zo’n voordeel van de iPhone.

Handig middel

De iPhone bleek ook een handig hulpmiddel te zijn voor het verschonen van de pamper. Er kwam namelijk een moment dat die schattige baby niet meer netjes stil bleef liggen op de commode. Razendsnel draaide ze van haar rug op haar handen en voeten. Ik zal de details besparen, maar een feit is dat de tekenfilmpjes op mijn telefoon uitkomst boden. Ik vraag me nu nog af hoe ze dat vroeger hadden met verschonen, toen je nog geen telefoon als afleiding kon gebruiken.

Zoethouder

Hoe ouder de kinderen werden, hoe vaker ik de schermpjes als zoethouder gebruikte. ‘Even’ iets voor mijn werk doen, in het huishouden of tijdens het koken. En ik was niet de enige. ,,Die kinderfilmpjes zijn écht mooi voor kinderen’’, zei een vriendin enthousiast tegen mij. ,,Én ook voor de ouders’’, lachten we dan.

Schermtijd

Tuurlijk weet ik dat het niet goed is om de iPhone of tv als ‘oppas’ te gebruiken. En ik probeerde me ook wel aan de richtlijnen voor schermtijd te houden om te voorkomen dat ze niet meer met de duplo, poppen of buiten willen spelen. Maar soms is het wel heel handig. En – misschien geen goed excuus – ik ben ook maar een mens.

Goede voorbeeld

Deze vakantie wilde ik het anders. En dat begint met het geven van het goede voorbeeld. Ik liet mijn telefoon thuis. Voor de kinderen namen we de iPad alleen mee voor noodgevallen, bijvoorbeeld tijdens de lange reis. De beste beslissing ooit. Voor mezelf was het heerlijk om even geen druk te voelen om berichten te beantwoorden en de kinderen vermaakten zich zonder bewegende beelden als nooit tevoren. Dan merk je hoe creatief kinderen zijn als ze écht spelen. Met een bal, zand, water, tenten, ze bedenken spelletjes en maken zelf een restaurant.

Een leven zonder iPhone 

Ik geniet van de kinderen, van de manier waarop ze spelen, zonder dat ik ondertussen op mijn eigen telefoon kijk naar andermans vakantiefoto’s op Instagram (zoals ik normaalgesproken vast allang zou hebben gedaan). Zo ziet een leven zonder iPhone met kinderen er dus uit. Ik heb de kinderen én de iPhone nu ruim 7 jaar bedenk ik me terwijl ik mijn bestelling (ranja met soepstengels) krijg opgediend van mijn jongste dochter in hun restaurant ‘De Zeemeermin’. De kinderen zou ik voor geen goud meer willen missen. Maar die iPhone…

Klasina van der Werf

Ontspullen

Ontspullen noemen ze dat. Ideaal op Koningsdag. De voorpret begon gisteren al. Samen met onze 2 dochters van 5 en 7 jaar ging ik naar zolder om spullen te zoeken voor de vrijmarkt in ons dorp. Een hele strijd. De oudste wilde alles wel verkopen, maar de jongste niet. Met pijn en moeite lukte het om toch nog twee dozen vol boekjes, knuffels en speelgoed te selecteren voor de voorkoop.

Totdat mijn man ’s avonds thuiskwam. ,,Gaan we die spullen ook verkopen?”, vroeg hij verbaasd. Hij moest er blijkbaar nog even aan wennen dat de tijd van Dora, Brandweerman Sam en Kikker nu echt voorbij is. Hij sloot een deal met de oudste dochter om één ding uit te zoeken die hij echt niet kwijt wilde. Tegen betaling uiteraard. De meiden hadden nóg een leuk idee voor de vrijmarkt: een grabbelton. Samen met heit zocht de jongste leuke prijsjes uit bij de Action. Over ontspullen gesproken…

Dan Koningsdag. Samen met een hele hoop andere kinderen uit Dorp Ee mochten ze hun spullen uitstallen in Dorpshuis De Jister Ee. Wat een feest. Vooral de grabbelton was een succes. Verder werd er 1 knuffel verkocht, 0 boekjes en de brandweerman Sam spullen (voor de helft van de prijs). Tussendoor bezochten de dames ook even de andere kraampjes. Vol enthousiasme kwamen ze terug om te vertellen wat ze allemaal hadden gezien. Van hun eigen verdiende geld kochten ze elk mooie nieuwe spullen.

Met een auto vol speelgoed reden we die middag weer naar huis. Uren hebben ze gespeeld met hun nieuwe spullen. De spullen die we volgend jaar waarschijnlijk weer verkopen. Lang leve Koningsdag!

Klasina van der Werf

Saaie kerst

Ik vind kerst nogal saai. Begrijp me goed, niet de weken voor kerst hoor. Nee, dat vind ik juist de mooiste tijd van het jaar. Hoe donkerder de dagen, hoe meer lichtjes en gezelligheid in huis. Lekker op de bank voor de buis met thee en kerstkransjes erbij, heerlijk!

Nee, ik bedoel vooral de échte kerstdagen. De eerste kerstdag vieren we sinds jaar en dag met mijn schoonfamilie en de tweede dag zijn we bij mijn ouders thuis. Dat is vaste prik. Het enige wat we op zo’n dag doen is zitten, praten en eten.

Met mijn man heb ik het er wel eens over gehad om met ons gezin op vakantie te gaan naar een warm land. Weg van de verplichtingen, alles om die saaie kerstdagen te ontvluchten. Maar dan bekruipt me een raar gevoel. Ik denk aan de gezinnen die dierbaren tijdens de kerstdagen moeten missen. Zij hebben geen keus, maar als ze die hadden, zouden ze het wel weten.

Wij hebben het geluk dat we nog met de hele familie samen kunnen zijn. Al worden we wel ouder. Volgend jaar word ik 40 jaar en mijn vader is dit jaar al 70 geworden. Helaas hebben we niet het eeuwige leven. Des te meer reden om tijdens deze dagen te genieten van elkaar en stil te staan bij hoe bevoorrecht we zijn.

Ik heb met mijn man de afspraak gemaakt: We kunnen het hele jaar door reisjes boeken, behalve met kerst. Die dagen blijven voor de familie. En wat is het eigenlijk heerlijk om twee dagen helemaal niks te hoeven. Even niet rennen, vliegen en draven, maar een hele dag zitten, praten en eten. Ik heb er nu al zin in!

Ik wens iedereen een heerlijk saai kerstfeest😊

Klasina van der Werf

Column: Een droom

25 september was altijd een feestdag. Dan was mijn pake jarig. Een lieve man met weinig eisen. Hij had wel dromen. Zo had hij eigenlijk wel geschiedenis willen studeren. Maar dat kon niet. Hij moest boer worden. Of hij dat erg vond, heb ik hem weleens gevraagd. ,,Dat wie doe sa’’, was zijn antwoord.

Als klein meisje had ik ook een droom. Ooit een écht boekje maken. Met mijn vriendinnetje van de basisschool kwam die droom al een beetje uit. Onder de naam Eclair (Eelkje Klasina) publiceerden we in groep 7 ons eigen modetijdschrift, in een oplage van tien😊

Door de jaren heen heb ik al heel wat verhalen in kranten, tijdschriften en ook in een aantal boekjes geschreven, maar een ‘eigen’ boek was er nog niet van gekomen. Tot vandaag. Hij ligt op mijn nachtkastje en het staat er met duidelijke letters op: Tekst: Klasina van der Werf.

Het zou een mooi verjaardagscadeau zijn geweest voor mijn pake. Hij interesseerde zich altijd in verhalen over vroeger. Hij had mij vast meer kunnen vertellen over mensen die in het Braakhok werkten. Maar hij is 18 jaar geleden al overleden.

Hij was slachtoffer van zijn eigen beroep, zei de dokter. Stoflongen. Een ziekte die vaak voorkwam onder boeren, maar ook arbeiders in het Braakhok liepen stuk voor stuk stoflongen op. Zo weet ik nu, dankzij het boek dat ik heb geschreven voor het vlasmuseum. Een educatief kinderboek, maar ook voor veel volwassenen leuk om te lezen. Mijn pake zou het in elk geval prachtig hebben gevonden.

Daarom was het voor mij heel speciaal dat ik op zijn verjaardag het boek over Het meisje en de magische vlasbloem aan mijn ouders kon laten zien. We hebben het gevierd met koffie en ik kreeg zelfs bloemen met op het kaartje: ‘Je eerste zelfgeschreven boek. Lokwinske! Een droom in vervulling.’

Ik denk aan mijn pake en al die arbeiders uit het Braakhok die vast ook hun dromen hadden, maar die ze niet in vervulling konden laten gaan. Zij werkten keihard om een paar centen te verdienen waar ze eten voor konden kopen. We kunnen ons dat nu niet meer voorstellen.

Alleen daarom ben ik al blij met  dit boekje. Dat kinderen er even bij stilstaan dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ondertussen hoop ik dat ze ook heerlijk zullen wegdromen bij het magische verhaal en de sprookjesachtige tekeningen van Hanna. En dat ze hun dromen blijven najagen. Want soms, heel soms, komen dromen uit!

Klasina van der Werf

 

Column: We hadden dus ook naar Esonstad kunnen gaan

Als de kinderen het naar hun zin hebben, dan genieten de ouders ook. Een veelgehoorde uitspraak. Maar hebben we eigenlijk wel genoeg genoten, vraag ik me af terwijl ik de vakantiefoto’s van Mallorca bekijk. 

Een week geleden zaten we daar nog. Tussen de palmbomen, vlakbij de turquoiseblauwe zee met witte zandstranden en uitzicht op de bergen. Elke dag een uitgebreid ontbijt, zwemmen, lekkere koffie drinken en leuke uitstapjes maken. Een hele week geen laptop, geen telefoon, geen werk. Heerlijk! Nu ik weer thuis ben besef ik pas echt hoe mooi het allemaal was.

Ook de kinderen hebben genoten. Alleen al van het feit dat we allemaal tijd voor elkaar hadden. En je merkt echt dat ze ouder worden. Ik herinner me nog goed dat ik een paar jaar geleden een column schreef over een vakantie met onze kinderen die toen 1 en 3 jaar waren. Wat een verschil!

Aan het eind van de vakantie vroegen we onze dochters, die nu 4 en 6 jaar oud zijn, wat ze het leukst vonden aan deze vakantie op Mallorca. De oudste: het binnenzwembad. De jongste: de patat. Oké, we hadden dus ook naar Esonstad kunnen gaan, lacht mijn man.

Tja, laten we eerlijk zijn. Voor de kinderen is een vakantiepark van Landal net zo indrukwekkend als een resort op Mallorca. Eerlijk gezegd doen we dit gewoon voor onszelf. En als de ouders het naar hun zin hebben…

Klasina van der Werf

Noflik Wenje met kinderen

‘Less is more’ zeggen kenners vaak als het om woninginrichting gaat. Zo denken onze dochters van 4 en 6 jaar er niet over. Zij mochten dit jaar de Paastak versieren. Alles werd er bij gehaald om het geheel nóg mooier te maken.

Met lede ogen kijk ik toe hoe de dames de Paastak – waarvoor ik al een mooi plekje in de vensterbank had gereserveerd – volhangen met eieren, kuikentjes, zelfgemaakte knutselwerkjes en alles wat maar met Pasen te maken heeft.

Ik denk terug aan de uitspraak van een oud-collega, ongeveer zeven jaar geleden. Ik was zwanger van de eerste en hij gaf de tip om op dat moment foto’s van onze woning te maken. ,,Van de binnenkant. En dan moet je een paar jaar later kijken wat er allemaal veranderd is’’, lachte hij.

Hij kreeg gelijk. Al voordat de oudste geboren was had het huis een complete metamorfose ondergaan. Er werd ruimte gecreëerd voor een box in de woonkamer, naast de buffetkast in de keuken paste gelukkig precies een commode en op de overloop plaatsten we een traphekje.

Die eerste jaren vlogen voorbij en voordat ik het wist was de jongste alweer zo groot dat ze niet meer in de box hoefde (lees: ze schreeuwde zó hard als we haar in de box zetten dat we het een mooi moment vonden om de box op Marktplaats te zetten). Eindelijk weer ruimte in huis. Dachten wij.

Als ik de foto’s van ons huis vergelijk met zeven jaar geleden is er inderdaad heel wat veranderd. De slaapkamers zijn nu roze, de zolder is omgetoverd tot een speelzolder en in de keuken hangen alle knutselwerkjes bij elkaar. De kast in de woonkamer puilt uit van het speelgoed, op onze slaapkamer bouwen de meisjes regelmatig een tent en in de tuin staat een schommel, een glijbaan en een zandbak.

,,Dit is de moaiste Peasketak ooit’’, zegt onze oudste dochter nadat ze het laatste paasei heeft opgehangen. Ze kijkt me stralend aan. ,,Wat fynt mem derfan?’’ Ik krijg een warm gevoel van binnen als ik naar haar verwachtingsvolle gezicht kijk. De deskundige woonstylistes zullen het vast niet met me eens zijn, maar ik meen het oprecht als ik zeg: ,,It is prachtich!’’

Klasina van der Werf

Balans

Ik lig in bed, met mijn zieke dochter naast me. Ze heeft de hele nacht overgegeven. Acht keer om precies te zijn. Ze hield de ‘score’ zelf bij. Dit zijn van die nachten dat je zelf niet slaapt. Een mooi moment om na te denken over het afgelopen jaar.

Een jaar waarin de balans tussen zakelijk en privé soms ver te zoeken was. Een eigen bedrijf en twee kleine kinderen is een mooie combinatie, omdat je je eigen tijd kunt indelen. Maar dat maakt het soms ook verwarrend.

Een jaar waarin alles door elkaar liep. In de zomervakantie had ik het druk met het maken van persberichten en de krant voor de Admiraliteitsdagen. Een prachtige klus, maar wel veel werk. Vooral omdat de kinderen in de zomervakantie vrij zijn terwijl we geen oppas hebben. Dat hoeft immers niet, want ik kan zelf mijn tijd indelen.

Een jaar waarin ik keuzes moest maken. Welke opdrachten doe ik wel en welke niet. Een luxeprobleem, ik weet het. Maar wel lastig als je geen ‘nee’ kunt zeggen. En als je alles leuk vindt. Maar hoe leuk mijn werk ook is, mijn gezin gaat nog altijd voor. Vooral nu de kinderen zo klein zijn.

Toen ik vertelde dat het feest van Adje was afgelopen zei de jongste: hoeft mem dan net mear safolle te typen? Voor mij een teken dat het toch beter was om de Admiraliteitsdagen te laten varen. En zo heb ik nog een aantal opdrachten opgezegd. Op deze manier houd ik tijd over voor bijzondere losse projecten die soms op mijn pad komen en die ik niet wil laten schieten.

Zo ga ik mij het komend jaar inzetten voor de PR rondom de Bonifatius Stadsbrouwerij in Dokkum en mijn droom om een kinderboek te maken voor het vlasmuseum in Ee komt steeds dichterbij. Ook komt er waarschijnlijk een tweede editie van de bijlage Dokkum Toen & Nu. Daarnaast mag ik weer schrijven voor opdrachtgevers als Partoer, Noflik Wenje, Er op uit in Friesland en heit&mem.

,,Ik fyn mem leaf’’, hoor ik plotseling een zacht stemmetje zeggen. Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk naar mijn dochter. Ze slaat haar kleine armpje om me heen. Samen met haar zus is zij de belangrijkste opdrachtgever van het komende jaar. Een jaar waarin ik hopelijk weer wat meer de balans zal vinden tussen werk en privé. Al vrees ik dat dit ook wel een beetje het lot is van een werkende moeder.

Klasina van der Werf

Voorpret

,,Dit is de moaiste dei fan myn leven”, zegt onze oudste dochter Lena, net zes jaar. We zitten in de auto te wachten in Dokkum. De brug is open en wat voor boot komt er toevallig voorbij varen? De stoomboot van Sinterklaas. Het staat er echt op: Pakjesboot 12!

We waren eigenlijk op zoek naar pakjes die volgens het Sinterklaasjournaal van de boot zouden zijn gevallen door het slechte weer. Voor de zekerheid wilde Lena langs het water rijden, voor het geval we nog pakjes zouden zien drijven. Onze jongste dochter Anouk (4) heeft haar vergrootglas meegenomen, zodat we de cadeautjes wat beter konden zien.

En zo is Sinterklaas sinds deze week het gesprek van de dag. ,,Soe it wol goed komme mem, mei de boat en de pakjes?”, vraagt Lena als we naar het Sinterklaasjournaal kijken. ,,Sjoch heit, dat is net sa moai, dy mannen ha Hearrenfeanshirts oan”, lacht Anouk terwijl ze naar de mannen van de Dokkumer dakkapel wijst. Het Sinterklaasjournaal is voor onszelf een feest der herkenning met oud-Dokkumer Syb van der Ploeg als brugwachter, burgemeester Marga Waanders die op het grote boek van Sinterklaas mag passen en Henk Aartsma die je door het beeld ziet springen.

Maar niet alleen bij ons thuis is de voorpret begonnen. Je merkt het in heel Dokkum, waar dit jaar de landelijke intocht van Sinterklaas plaatsvindt. De één brouwt een speciaal biertje voor Sinterklaas, de ander verandert de naam van zijn restaurant in ‘Pietzzeria’ en zelf mocht ik de enige echte Fryske Pyt interviewen voor het programmaboekje van de gemeente. Overal worden vlaggen opgehangen, gevels versierd en de oude Friesland Bank is omgetoverd tot Sinterklaashuis.

Voor mij kan het Sinterklaasfeest al niet meer stuk en dan is het nog niet eens begonnen. Die voorpret is het leukste, dat merk ik ook aan onze kinderen. Ze hebben hun laarsjes al twee dagen voor de kachel staan. Compleet met wortel voor Amerigo en een glas water (dat al twee keer is omgevallen) voor Sinterklaas erbij. Sinterklaasliedjes worden volop gezongen, al kloppen de teksten nog niet helemaal. Of het moet net als de kleur van de pieten een nieuwe trend zijn: een letter van kroket.

Klasina van der Werf 

Rykdom

Van der Werf, is dat met 1 of met 2 ff-en? Die vraag is mij al vaak gesteld in mijn leven. Mijn vader – Sjoerd van der Werf – zei altijd: ,,Wy binne Van der Werf mei íen F. De earme tak.” Zijn neef Henk van der Werf vertelde deze week dat zijn vader Sybren altijd zei: ,,Ús namme skriuwst mei íen F. De twadde F is fan Fortuin . En dat ha wy net.”

Deze week mocht ik het boek  dat we gemaakt hebben over het verloren gewaande skûtsje alvast mee naar huis nemen. Mijn man zag het, bladerde het door en zei: ,,Jim ha in eigen skûtsje hân, in eigen werf en zelfs een eigen famyljewapen. Ik tocht altyd datsto út in earme famylje kaamst?”

Maar, als je het boek leest kom je al snel tot de ontdekking dat onze familie het skûtsje Eben Haëzer niet zomaar kon kopen. Onze voorvaderen hebben er keihard voor gewerkt! Dat blijkt onder andere uit het volgende stukje uit het boek, toen ze het skûtsje nog niet hadden gekocht. Ze voeren in die tijd nog met een klein houten zeilschip:

,,Sybren Abrahams van der Werf voer meestal met terpaarde van de kleigrond naar de Friese wouden. Het laden en lossen van de klei was erg zwaar. Al heel jong moesten de kinderen meehelpen en van naar school gaan kwam dan ook niet veel terecht. Sybren spaarde zichzelf niet. Dat had tot gevolg dat hij al voor zijn zestigste jaar lichamelijk helemaal ‘op’ was. Daarom moesten de kinderen die nog aan boord waren vrijwel alle werk doen. Maar al dat gewroet leverde uiteindelijk toch wat op, want in 1907 lieten ze een nieuw ijzeren schip bouwen voor 1925 gulden. Het kreeg de naam Eben Haëzer wat betekent: tot zover heeft de Heer ons geholpen!”

Nadat ik dit verhaal had gelezen voelde ik me eerlijk gezegd schuldig toen ik later die middag bij de kassa in de supermarkt stond en meer dan 100 euro moest betalen voor de boodschappen. ,,Even pinnen?” Zei de mevrouw van de kassa. ,,Even pinnen”, zei ik met een knoop in mijn maag. Zo gemakkelijk ging dat vroeger niet. Ik dacht aan mijn familie en de zware tijd die ze hadden gehad doordat hun vader ziek werd. Hij kon niet meer werken en het gezin met (toen) zes kinderen moest de hand ophouden bij de gemeente en de kerk, om geen honger te hoeven lijden.

Toen ik thuis alle boodschappen samen met mijn dochter van 3 jaar opruimde, dacht ik ook aan Abraham van der Werf, de oom van mijn vader. Hij schreef een prachtig verhaal: Aventoer op de Burgumer Mar, hoofdstuk 5 in het boek. Wat ik misschien nog wel het mooiste stukje vond, is het volgende:

,,Ferskate bekenden stiene op ús te wachtsjen. Hja hiene heard fan ús aventoer op de mar en woene graach witte hoe’t dat ferrûn wie. It wie in feestlike thúskomst en in feest waarden ek de Krystdagen. Foar it earst sûnt moannen wiene wy as húshâlding wer ris kompleet. Op de twadde Krystdei mochten wy nei de Herfoarme kapel. Prachtich fûn ik dat. In echte Krystbeam wie derby mei glinsterjende bollen en brânende kearsen. Wy waarden traktearre op waarme sûkelade-molke en oan de ein krigen wy in pakje. Dêr siet in sinesapel, in sûkeladereep en in lyts lêsboekje yn. Wy fielden ús de kening te ryk.”

En daarmee slaat hij de spijker op z’n kop. Rijkdom zit ‘em niet in geld of een ‘F’ meer of minder. Rijkdom zit ‘em in kleine dingen: een krystbeam mei gljinsterjende bollen, brânende kearsen en waarme sûkelade-molke.

De bysûndere famyljedei fan de ‘Van der Werf-en’, de wille dy’t wy as reüniekommisje hân ha én dit prachtige boek… Dát is rykdom!

Klasina van der Werf, familiereünie Van der Werf, 2 september 2017

 

 

Vakantie in Frankrijk

De geur van lavendel

Het geluid van krekels

De gele zonnebloemen

De pittoreske Franse dorpjes

 

Stokbrood en croissants

De Franse taal

Elke dag mooi weer

Afkoelen in het zwembad

 

Grotten, kastelen en watervallen

Slenteren over markten

Franse kaas en wijn

Roze toiletpapier

 

Rijden door de bergen

Over oude stenen bruggetjes

Langs platanen, olijfbomen en wijnvelden

Abrikoos en perzik te koop langs de weg

 

Wandelen over rotsachtige paadjes

Met je slippers door de ijskoude rivier

Een kaars aansteken in een koele kerk

IJs eten op het terras

 

Afwassen op de camping

Een praatje maken met andere Friezen

Vriendjes en vriendinnetjes

Laat op bed in de veel te warme tent

 

Over tolwegen terug naar huis

Koffiedrinken bij drukke parkeerplekken

Fijn om weer thuis te zijn

Volgend jaar weer?

 

Klasina van der Werf

 

Geen kind is gelijk

Elk kind doet alles op z’n eigen manier en op zijn of haar eigen moment. Geen kind is gelijk. Ook niet als het zusjes zijn. Daar ben ik inmiddels wel achter. Maar die ouders. Die willen soms dat alles wat sneller gaat.

Ik dacht dat ik daar anders in zou zijn. Relaxter. Het is immers geen wedstrijd: wie het eerst kan lopen, fietsen… of  op het potje plassen. Maar ik ben al bijna net zo ergs als die fanatieke ouders die op zaterdagochtend op het sportveld staan te schreeuwen langs de lijn.

Bij onze oudste dochter ging alles ‘vanzelf’. Toen ze één jaar was zei ze haar eerste woordje en dat werden er vanaf die tijd alleen maar meer. Op haar tweede verjaardag fietste ze er meteen met haar driewieler vandoor en een half jaar later plaste ze op het potje. Nog voordat ik maar kon bedenken of we ook iets aan zindelijkheidstraining moesten doen.

Onze jongste dochter van bijna vier jaar doet – behalve het praten – alles wat rustiger aan. Toen ze op haar derde jaar nog niet wilde fietsen probeerde ik het haar te leren. Maar ze weigerde op haar driewieler te stappen, deed haar armen over elkaar heen en keek heel boos. Zoals peuters dat kunnen. Een half jaar later vertelde haar zus trots: ,,Mem, Anouk kin fytse. Ik seach har fytsen op it plein fan de peuterskoalle. Se gie hiel hurd by de heuvel del.”

Voor mij was dit een bevestiging dat Anouk haar eigen moment bepaalt. Ik besloot me daarom ook niet meer zo druk te maken over het potje waar ze nog steeds niet op wilde plassen. Als ik haar pamper verruilde voor een onderbroekje hield ze het net zolang in tot ze er buikpijn van kreeg. ,,Ik fyn it spannend”, gaf ze aan. Om de druk letterlijk en figuurlijk niet te hoog op te voeren – omdat dit nog weleens averechts zou kunnen werken – wachtte ik af. Maar er gebeurde niks.

Een paar weken geleden moest ik het formulier van de basisschool invullen. ‘Is uw kind al zindelijk?’, was één van de vragen. Ik moest deze vraag met ‘nee’ beantwoorden. Verontschuldigend tegenover de kleuterjuffen schreef ik er in de toelichting bij dat we druk aan het oefenen zijn en dat we hopen dat ze na de zomervakantie als ze naar school gaat wél zindelijk is. Met haar vierde verjaardag in zicht werd ik toch wel wat zenuwachtiger. Het werd nu toch weleens tijd. Vond ik.

Daar maakte ik dus weer de fout dat ík wilde bepalen, wanneer zí­j er aan toe was. Tuurlijk is het goed om een kind te stimuleren en ook dat zal bij elk kind anders zijn. Maar de snelheid waarop ze zich ontwikkelen, bepalen ze uiteindelijk toch zelf. Dat bleek ook nu weer. Op de dag dat ik haar aanmeldingsbrief voor de basisschool had ingeleverd, besloot Anouk dat het tijd was om op het potje te plassen.

Wat was ze opgelucht toen het muziekje van het Koninklijke potje ging en ‘Yeah’ zei. (Dat potje hadden we een jaar geleden gekocht in de hoop dat ze het dan wél zou durven…). Anouk heeft een kwartier lang op ons bed gesprongen en geroepen ‘Ik ha op it potsje plast, ik ha op it potsje plast’. Wat een feest. En wat een timing!

Een kind is als een vlinder in de wind

De één vliegt hoog, de ander laag

Ieder op zijn eigen manier

Het leven is geen competitiestrijd

Dus waarom vergelijken met elkaar?

 

Ieder kind is speciaal

Ieder kind is mooi

Ieder kind op zijn eigen manier

 

Tekst column: Klasina van der Werf

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie. Een woord waar je de laatste jaren mee ‘doodgegooid’ wordt. Het zei me eigenlijk nooit zoveel. Totdat ik er zelf mee te maken kreeg. Nu ruim twee jaar geleden.

Het was op een avond. De bel ging. Een dorpsbewoner stond voor de deur, Klaas Sipma. Ik kende hem niet goed, maar we zeiden wel ‘hoi’ als we elkaar tegenkwamen. Mag ik even wat vragen, zei hij.

Hij vertelde over het zogenaamde DOM-project waar hij deel vanuit maakte. DOM staat voor Dorps Ontwikkelings Maatschappij. Het is een project van de gemeente dat samen met de dorpsbewoners wordt uitgevoerd. Mensen zoals Klaas. Een veertiger met een drukke baan, maar met hart voor ‘zijn’ dorp.

Hij vroeg of ik ook deel wilde uitmaken van de DOM-groep. Er was iemand vertrokken en ze zochten een opvolger voor de communicatie. Aangezien ik toen nog bij de lokale krant werkte, dachten ze aan mij. Ik hoefde niet lang na te denken. Ik was al van plan om vrijwilligerswerk in het dorp te doen en dit project sprak me aan.

Een week later had ik mijn eerste vergadering. Vele vergaderingen zouden volgen. Kort, maar krachtig en na de tijd gezellig. We vergaderden ook bij de gemeente. Die samenwerking ging boven verwachting goed en het project werd een succes. Woningen uit het dorp werden opgeknapt, een historische route langs bijzondere panden werd opgezet en we maakten plannen voor het realiseren van een dorpsplein en het opknappen van het vlasmuseum.

Het DOM-project werd een voorbeeld voor anderen. Vooral omdat het breed gedragen werd door het dorp. De aanpak ‘van onderen op’ werkte. Mede dankzij Partoer die de schakel vormde tussen de gemeente en de inwoners. Politici uit het hele land kwamen naar ons dorp om van ons te leren.

Ik ben blij dat ik die avond ‘ja’ heb gezegd. Ik ben blij dat de gemeente ons de vrijheid heeft gegeven om mee te doen met dit project. En ik ben blij dat ik dankzij dit vrijwilligerswerk in contact ben gekomen met Partoer, het Friese advies- en onderzoeksbureau waar ik nu regelmatig teksten voor schrijf.

Eén van de speerpunten van Partoer is: Burgerparticipatie. Het woord dat een paar jaar geleden voor mij nog geen betekenis had. Maar nu wel!

Klasina van der Werf

Bron: www.partoer.nl

Thús

It thús. Zo heet de afdeling waar mijn beppe woont. Maar heeft ze zich hier ooit thuis gevoeld? Eerlijk gezegd denk ik van niet.

Ze heeft een eigen kamer, met een eigen bed en haar eigen sprei. Zelfgemaakt. Zoals ze altijd alles zelf deed. Nog altijd wil ze het liefst alles zelf regelen. ,,Ha we noch wol kofje yn ‘e hûs? Mei wat lekkers derby? Ik moat wol op ‘e tiid thús wêze. Want der moat net ien foar de tichte doar stean.’’

Mar wat is thús? In elk geval niet hier, in dit verpleeghuis. Waar ze al ruim vijf jaar woont. Elke keer als we afscheid nemen zegt ze dat ze graag weer naar haar eigen huis wil. Haar ‘thús’.

Ik snap precies wat ze bedoelt. Want wat woonde ze daar mooi in Damwâld. Samen met haar man. Toen mijn pake overleed was de glans al een beetje van haar leven af, maar ze redde zich prima alleen. Zoals ze zich altijd zelf had gered.

Elke maandagmiddag – na de deadline van de krant – kwam ik bij haar op bezoek. Dan dronken we thee en vertelde ze de mooiste verhalen over vroeger. Over het leven op de boerderij, de cichoreifabriek waar haar vader had gewerkt, maar ook de laatste nieuwtjes uit het dorp werden besproken. Soms zat er nog weleens een leuk onderwerp voor de krant bij.

Van mijn moeder hoorde ik dat mijn beppe altijd blij was dat ik maandags langskwam. ,,Dan sjoch ik it autoke oankommen en tink ik ‘heu’.’’ Voor mij was dit een extra stimulans om haar elke week trouw te bezoeken. Dat ‘heu-moment’ wilde ik haar niet ontnemen.

Sinds mijn beppe in een verpleeghuis woont kom ik niet meer elke maandag langs. De bezoekjes zijn nu verplaatst naar af en toe op een zondagmiddag. Samen met mijn man en kinderen bezoeken we dan mijn beppe. Of ‘âlde beppe’ zoals onze kinderen haar noemen.

Als ze ons ziet aankomen en in de gaten heeft dat we er zijn leeft ze helemaal op. Ze zegt nog net geen ‘heu’, maar laat wel weten dat ze zo blij is om haar ‘eigen folk’ te zien.

Vanmiddag bezochten we haar weer. Mijn ouders waren er ook. Ik zag mijn beppe glimlachen naar mijn moeder die naast haar zat. Haar dochter. Ze pakten elkaars hand stevig vast.

Een lach, een ‘tút’ of een hand van een dierbare. Meer heb je niet nodig om je ‘thús’ te voelen.

Klasina van der Werf

Een dag na het schrijven van deze column werd mijn beppe ziek. Ze is er niet meer bovenop gekomen. Op 20 april 2017 is ze overleden, op 95-jarige leeftijd. Beppe is nu weer ‘thús’ in Damwâld. Bij mijn pake. It is goed sa. Maar toch… wat zullen we haar missen. De laatste woorden die ze tegen mijn mem zei: De groeten thús!

Stemmen!

Een historische dag! Het is vandaag voor het eerst dat ik mag stemmen terwijl een kabinet de periode heeft uitgezeten.

De eerste keer dat ik mocht stemmen voor de Tweede Kamerverkiezing was in 1998. Ik was toen achttien jaar. Dat kabinet (Kok II), haalde het net niet naar aanleiding van de Screbrenica-crisis. In 2002 werden de verkiezingen overschaduwd door de dood van Pim Fortuyn. Het eerste kabinet-Balkenende dat daaruit voortkwam viel al na een paar maanden na interne ruzies met de LPF. De volgende kabinetten van Balkenende maakten de vier jaar evenmin vol en het laatste kabinet Rutte viel in april 2012 doordat de VVD en het CDA er niet uitkwamen met Geert Wilders.

Waarom stemmen?

Ondanks dat het vertrouwen dat ik in de politiek heb door de jaren heen is gedaald, zal het mij nooit weerhouden om te gaan stemmen. Er zijn landen waar het niet vanzelfsprekend is om te stemmen, helemaal niet voor vrouwen. Daar worden mensen zelfs bedreigd of opgepakt als ze opkomen voor vrije verkiezingen. Ik vind dan ook dat iedereen vandaag gebruik moet maken van zijn of haar stemrecht. Als je echt geen keuze kunt maken kun je ook altijd nog blanco stemmen. Dan wordt je stem wel meegerekend in het opkomstpercentage, maar heeft geen invloed op de uitslag van de verkiezingen. Dan heb je in elk geval gebruik gemaakt van je kiesrecht.

Stemmen op een partij, niet op een persoon

Ik mag vandaag twee keer stemmen! Voor de Tweede Kamerverkiezingen en voor de nieuwe gemeentenaam. De gemeentenaam is niet zo moeilijk: Dokkumerlân. Deze naam is ook voor mensen in de rest van Nederland herkenbaar en spreekt meer aan dan Ie- en Lauwerslân of Noardeast-Fryslân. Als we onszelf op de kaart willen zetten en ook in de toekomst mee willen doen moeten we breder denken dan onze eigen grenzen. De partij waar ik mij het beste in kan vinden begint net als Dokkumerlân met een D: D66. Traditiegetrouw stem ik op een vrouw en het liefst op een Fries. Helaas staat er deze keer geen Friese vrouw op de kandidatenlijst van D66 dus ga ik voor Stientje van Veldhoven, de nummer 2 van de lijst. Zij is in 2014 ook nog verkozen tot het duurzaamste Tweede Kamerlid. Mooi meegenomen!

Een voorrecht

We zijn vanochtend vroeg opgestaan om nog vóór school naar het stembureau in ons dorp te fietsen. Onderweg leg ik mijn dochter van vijf jaar uit op welke partij ik stem en waarom: Deze partij vindt scholen, zorg en werk heel belangrijk. ,,Dêr stem ik letter ek op’’, zegt ze. Fijn om te horen, dat je dochter kan zeggen dat ze later gaat stemmen. Op welke partij moet ze helemaal zelf weten. Als ze maar weet dat het een voorrecht is dat ze mág stemmen!

Klasina van der Werf

 

Een jaar om nooit te vergeten…

Deze week was het precies een jaar geleden dat ik voor mezelf begon als tekstschrijver. Een spannend jaar, want je hebt van tevoren geen idee wat je te wachten staat, óf en hoeveel opdrachten je binnensleept en wat er allemaal bij komt kijken, zo’n eigen bedrijf.

Daar kwam ook nog eens bij dat mijn man op de dag dat ik voor mezelf begon, ontslagen werd na een reorganisatie op zijn werk. Een tijd van (nog meer) financiële onzekerheid brak aan. Nu – een jaar later – kan ik zeggen dat zijn ontslag onze redding is geweest.

Vanaf dag 1 kon ik netwerken, afspraken plannen en schrijven wanneer ik dat wilde zonder dat ik oppas hoefde te regelen voor onze twee kleine kinderen. Ik had alle tijd om mijn bedrijf op te starten zonder dat onze dochters daar de dupe van werden.

Integendeel. Onze thuissituatie is nog nooit zo stabiel geweest. Geen ochtendmarathon meer waarbij alles snel moet: aankleden, ontbijten, tas inpakken, enz. Geen paniek als er iemand ziek is of als de meesters en juffen een studiedag hebben. En als iemand naar de dokter, het consultatiebureau of de logopedist moest? Dan ging heit mee.

Je moet dat wel kunnen. Hele dagen thuis zijn bij de kinderen. Uit ervaring weet ik dat je geen tel rust hebt. Er is altijd wel wat te doen en aan het eind van de dag ben je blij dat ze slapen. Tenminste, zo keek ik er tegenaan tijdens het half jaar dat ik dag in dag uit alleen thuis was bij de kinderen.

Mijn man niet. Hij heeft er vanaf dag 1 van genoten. ,,Het is toch geweldig dat ik zoveel tijd met mijn kinderen kan doorbrengen nu ze nog zo klein zijn. Dat vergeet ik later nooit weer’’, dat heeft hij meerdere malen gezegd.

Ik was blij dat hij er zo over dacht, want ik had de indruk dat ‘de buitenwereld’ het vooral sneu vond dat hij geen werk had. Geen werk? Dacht ik dan. Moet je eens kijken wat hij allemaal doet! Hij kreeg 1 felicitatiekaart toen hij huisvader werd. Van een dorpsbewoner. ‘Geniet van je kinderen’, stond erin. Dat heeft hij gedaan. Zoals alleen vaders dat kunnen. Zo gingen ze als ‘the three musketeers’ naar de zeedijk met flessenpost, speelden ze in de modder bij het blote voetenpad en hebben ze thuis heel wat tenten gebouwd.

Vrijdag was voor mij de laatste dag dat ik met een gerust hart de hele dag op pad kon gaan voor vergaderingen en interviews. Voordat ik de deur achter me dichttrok hoorde ik de oudste nog net zeggen: ,,Wij zijn de Nooitgedachtpiraten. En wie is heit?’’ ,,Kapitein Haak’’, riep de jongste enthousiast. ,,Jaaaaaa’’, riepen ze beide in koor.

Vanaf maandag wordt alles anders. Johan heeft een nieuwe baan bij Jeugdhulp Friesland als adviseur Planning & Control. Op de dag dat hij dit te horen kreeg gingen we naar zijn ouders om het goede nieuws te vertellen. Ik zie het nog voor me. Johan liep voorop, gevolgd door de meiden. ,,Ik ha de baan’’, zei hij. ,,En ik ha in wibeltosk’’, riep onze dochter van vijf jaar er meteen achteraan. ,,En ik krij bijna in grutte-meiden-prik’’, voegde de jongste van 3 jaar er aan toe. ,,Dat docht wol sear, mar dan knyp ik hiel hurd yn heit syn hân.’’

Ze hebben blijkbaar nog geen idee dat heit straks niet meer hele dagen bij hen thuis is. Die eerste tand mag ik straks in een mooi doosje bewaren. En als het zover is, mag onze kleine grote meid binnenkort heel hard in mijn hand knijpen. Behalve als het op een woensdag gebeurt. Want woensdags blijft het ‘heitedei’. Dat kan niet anders. Helemaal niet na dit jaar. Een jaar om nooit te vergeten!

Tekst: Klasina van der Werf; Foto: Burt Sytsma

Wat is er met Dokkumerlân gebeurd?

De naam Dokkumerlân – die als één van de drie fusienamen wordt genoemd voor de gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland – is niet nieuw. Sterker nog: Op 17 oktober 2008 werd deze naam door de gemeente Dantumadiel (de gemeente die niet mee wil doen aan de bestuurlijke fusie) gepresenteerd als mogelijk fusienaam voor de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland.

Niet dat het wat uitmaakt dat deze naam al eens eerder is bedacht, maar wat ik me wel afvraag: wat is er met de domeinnaam www.dokkumerlan.nl gebeurd? Ik weet nog dat de gemeente na de bekendmaking van deze naam was vergeten deze domeinnaam vast te leggen en dat een inwoner van Dokkum dat snel had gedaan. ‘Domeinnaam Dokkumerlân gekaapt’ stond er destijds in alle kranten. Niet wetende dat juist een medewerker van de krant die naam had ‘gekaapt’, te weten mijn zeer gewaardeerde collega Jaap Mellink, die op 31 augustus 2012 is overleden. Hij vertelde mij destijds dat hij deze domeinnaam als ‘cadeau’ wilde geven aan de gemeenten als deze zouden fuseren. Als dank voor de fijne samenwerking. Wat er met de domeinnaam is gebeurd is een raadsel. Ik heb het Jaap zijn zoon, Dennis Mellink, gevraagd en hij weet het ook niet. Feit is dat de domeinnaam al is geregistreerd.

Eerst maar afwachten welke fusienaam de inwoners van de drie gemeenten op 15 maart kiezen, de dag van de Tweede Kamer Verkiezingen. Ik ben heel benieuwd. Als PR-adviseur zou ik Dokkumerlân aanbevelen, omdat deze naam ook voor mensen in de rest van Nederland herkenbaar is en meer aanspreekt dan Ie- en Lauwerslân of Noardeast-Fryslân. Ik weet echter van de tijd dat ik bij de Dockumer Courant werkte hoe gevoelig het soms bij de inwoners van omliggende dorpen ligt  dat Dokkum ‘altijd alle aandacht krijgt’. Ik hoop dat mensen naar het bredere belang kijken. Als regio willen we mee blijven doen, onszelf op de kaart zetten. Een goede naam is daarbij van groot belang! Op welke politieke partij ik 15 maart ga stemmen is voor mij nog onduidelijk, maar de gemeentenaam weet ik wel: Dokkumerlân. Al is het alleen al omdat deze naam mij doet denken aan Jaap Mellink, die ongetwijfeld ook voor deze naam gekozen had!

Klasina van der Werf, 2 februari 2017

Nooit meer uitslapen

‘Tot de geboorte van ons eerste kind was ik er heilig van overtuigd dat ik acht uur slaap per nacht nodig had. Dat was het eerste waanidee waar onze dochter me van afhielp.’ Zo schrijft journalist Ewoud Sanders in zijn boek ‘Nooit meer uitslapen’.

1001004008266539

Ik kreeg het boek tijdens mijn eerste zwangerschap, vijf jaar geleden. En ik begrijp nu precies wat de auteur bedoelt. Of eigenlijk begreep ik dat al vanaf de eerste week met gebroken nachten. Die kraamtijd nam ik nog op de koop toe. Je weet van tevoren dat je weinig slaap zult krijgen. Maar die jaren erna. Die breken je op een gegeven moment op. Als iemand mij vraagt wat ik het ‘zwaarste’ vind aan kinderen noem ik als eerste: het slaapgebrek.

Het schijnt dus zo te zijn dat er kinderen zijn die wél uitslapen. Vol trots vertellen hun ouders: ‘ús bern sliepe tot njoggen oere út’. !#$$%#%^&@$@#^$#^#$%#$%

Utsliepe

Zelf ben ik ook een ochtendmens, maar half zes of zes uur vind ik wel heel erg ochtend. Als de ‘zeven’ er maar in zit zeggen mijn man en ik vaak tegen elkaar. De oudste houdt zich daar sinds kort aardig aan, maar de eerste keer dat de jongste ook maar in de buurt van ‘de zeven’ is gekomen, moet nog komen. ’s Avonds is ze hartstikke moe en elke keer als ik haar instop zeg ik tegen haar: Moarn mar lekker útsliepe!

Nu de oudste vijf jaar is en de jongste drie weet ik het zeker. Ik heb niet veel slaap nodig. Ik slaap al jaren ongeveer vijf/zes uren per nacht en ik functioneer nog steeds. Soms heb ik even een ‘instortmoment’ en dan haal ik slaap in, door ’s avonds tegelijk met de kinderen naar bed te gaan. Dan kan ik er weer tegenaan.

Het dieptepunt was tijdens onze vakantie in Denemarken vorig jaar. Onze jongste werd steevast half zes wakker en riep ons dan, heel luid. Omdat we niet wilden dat de oudste – die haar slaap soms hard nodig heeft – ook zo vroeg wakker zou zijn haalden we haar uit bed en gingen we met haar in de kinderwagen wandelen. Elke ochtend. Om de beurt. Half zes. We wandelden dan naar het kasteel, vlakbij onze camping en zagen de zon opkomen. We liepen langs de bakker, die nog niet open was.

Zonder kinderen

Op dat soort momenten denk ik nog wel eens terug aan de tijd dat we nog geen kinderen hadden en samen reizen maakten. ‘s Ochtends lekker een boek lezen in bed, daarna uitgebreid ontbijten en met de auto op pad om het land te verkennen. Of aan de tijd dat we op zondagochtend in bed konden blijven liggen om onze favoriete serie te kijken. Of bij de keukentafel rustig de krant zaten te lezen met warme koffie erbij. Ik zou onze kinderen voor geen goud willen missen, maar soms verlang ik terug naar die tijd.

Vanochtend was het ook weer raak. Ik lag nog heerlijk te slapen toen ik de deur van onze slaapkamer open hoorde gaan. Ik keek op de klok: 5.00 uur. Ik knipte het licht op mijn nachtkastje aan en keek recht in de stralende ogen van onze jongste dochter Anouk die enthousiast riep: ,,Mem, ik ha útsljipt!’’

Troch: Klasina van der Werf. Bron: www.heitenmem.nl

 

 

 

Te laat

Je hebt van die mensen die altijd te laat zijn. Zelf ben ik er ook zo eentje. Meestal gaat het om een paar minuten, maar toch. Het kan soms erg vervelend zijn. Voor anderen, maar ook voor mezelf. Vooral als ik een foto moet maken van bijvoorbeeld een opening. Dan mag je hét fotomoment niet missen.

Ik probeer mijn leven echt te beteren, maar op de een of andere manier lukt het niet. De wekker eerder zetten heeft geen zin. Onze persoonlijke wekkers van drie en vijf jaar zijn tussen zes en zeven uur wakker, dus ik neem de dag al lekker mee.

Uit onderzoek blijkt dat ‘te laat komen’ ook een ziekte kan zijn. Zo komt een man uit Schotland chronisch te laat omdat hij geen besef van tijd heeft als gevolg van een hersenaandoening. Het gaat me te ver om deze ziekte als smoes te gebruiken, maar ik denk het gebrek aan tijdsbesef bij mij ook het grootste probleem is.

Meestal wil ik nog 1 dingetje doen voordat ik weg ga: snel een mail versturen of nog even de afwasmachine leeghalen. Als ik dan precies op tijd wil vertrekken, moet ik meestal eerst nog op zoek naar mijn autosleutel, beurs of mobiele telefoon. Vervolgens onderschat ik de reistijd nogal eens. Als de routeplanner veertig minuten aangeeft, denk ik dat ik het wel in een half uurtje kan redden.

Vandaag had ik een afspraak om 10.00 uur. ,,10 uur op 10-10”, zei de persoon aan de telefoon vorige week met wie ik de afspraak maakte. Ik vond dat zo’n bijzonder tijdstip, dat ik ervoor zorgde dat ik er precies op tijd was. Wat heerlijk, om op tijd te zijn, dacht ik, toen ik 10-10-10 het gebouw binnenstapte. Ik vroeg naar de persoon met wie ik een afspraak had. ,,Die is er nog niet’’, zei de mevrouw achter de balie. ,,Hij is altijd te laat.’’

Klasina van der Werf

10 oktober 2016

 

Mooie dag

Soms heb je van die leuke dagen met kinderen (soms ook niet trouwens). Zondag hadden we zo’n mooie dag. Zo’n dag waarop niks hoeft en (bijna) alles mag.

We zijn eerst van plan om er een pyjamadag van te maken. Lekker lui, spelletjes doen, een tent bouwen onder de tafel en vervolgens ‘koffie’ drinken in die tent. En we knutselen een mûzehûs in elkaar, met kaas erin. Om muizen te lokken. Ideetje van de oudste dochter van 4 jaar.

We zetten het muzehûs voor op het trappetje van ons huis. Het is 25 september, de zon schijnt. We kunnen lekker naar buiten zonder jas. ,,Mem, mei ik myn gymnastiekpakje oan’’, vraagt de oudste. ,,Ach ja, wêrom ek net.” De jongste (2) kiest voor haar ‘campingjoggingspak’, want ze wil buiten de tent opzetten.

De oudste komt op het idee om een winkeltje voor huis te beginnen. Compleet met kassa, frozen-bekertjes met water en een schaal met koekjes. Duitse koekjes, die pake en beppe van vakantie hadden meegenomen. Dat alles voor maar 10 cent. ,,Duitse koekjes te koop’’, roept ze, samen met haar zusje, die ook winkeljuffrouw mag zijn.

Maar het dorp lijkt uitgestorven. Op de fiets en de step gaan de meiden op zoek naar ‘klanten’. In de speeltuin vinden ze twee buurjongetjes, maar die willen liever nog even in de zandbak spelen. Dus blijven ze met z’n vieren in de speeltuin. Tot ze dorst krijgen en op het idee komen om naar hun winkel te gaan. Voor water en Duitse koekjes.

Om nog meer klanten te vinden, verhuizen ze de winkel met z’n vieren naar de speeltuin. ,,Duitse koekjes te koop!’’ Al snel is de speeltuin vol en het water en de koekjes raken op. Met z’n allen besluiten ze om nu een camping te maken op het grasveld naast ons huis. Er zijn inmiddels een stuk of acht kinderen. Gelukkig hebben we nog precies genoeg ijsjes in de vriezer. Dat maakt het feest compleet.

Ondertussen maken mijn man en ik de tuin ‘herfstklaar’. Aan het eind van de middag stuur ik alle buurkinderen met een milkyway weer naar huis. Het werd toch wat vol op de camping. De kinderen zien het mûzehûs voor op de stoep staan. ,,Dat is in mûzehûs’’, fluistert de oudste. ,,As we hiel stil binne, komme de mûskes deroan, want der sit tsiis yn.’’ Alle kinderen fluisteren en lopen op hun tenen weg.

,,Duitse koekjes te koop’’, hoor ik mijn man roepen vanuit de tuin waar hij aan het snoeien is. ,,Ssssst’’, zeggen de kinderen allemaal tegelijk met de vinger voor hun mond. Ik moet lachen en denk bij mezelf: wat een mooie dag!

Klasina van der Werf

DSC_0557 DSC_0560 DSC_0567

 

Getrouwd

getrouwdHet was één van de mooiste dagen uit mijn leven en als het over moest, zou ik het precies zo doen. Het is vandaag precies 10 jaar geleden. Ik in een witte zomerjurk, hij in een luchtig linnen pak. De zon scheen, dat was te verwachten. De zenuwen gierden door mijn keel toen de limousinechauffeur ons ophaalde.

Sommige meisjes dromen er hun hele leven al van. Een mooie trouwjurk, een volle kerk en ’s avonds stukjes. Dat heb ik nooit gehad. Integendeel, ik moest er niet aan denken om de hele dag in de belangstelling te staan. Maar het leek me wel leuk om te trouwen.

Vonden je ouders het niet jammer dat ze er niet bij konden zijn, vroegen mensen vaak aan mij. Jammer? Ik ging trouwen met de leukste man ter wereld, ze waren hartstikke blij voor me. Mijn vader zei zelfs dat hij dit misschien ook wel had gewild, als hij nu jong was geweest. En mijn moeder was al lang blij dat we niet stiekem trouwden. Beppe zei dat ze het verstandig vond. ,,Dan kostet it net sa’n soad jild.’’

Onze getuige ‘Roseanne’ stelde ons al gauw op het gemak door te zeggen dat we er zo jong uitzagen. We waren net 27 en 28 jaar. Na twintig minuten stonden we alweer buiten, met een dvd en fotorolletje in de hand als bewijs. En natuurlijk de trouwringen. Er was genoeg te doen in deze stad om ons de rest van de dag te vermaken. We begonnen met een ritje in een supersnelle achtbaan, daarna het grootste broodje hamburger ooit en tot slot waagden we een gokje in het casino.

Ondertussen hief onze familie het glas bij mijn ouderlijk huis in Damwâld. Mijn ouders en zussen hebben wel een traantje weggepinkt, zo hoorde ik later. Hun jongste dochter en ‘kleine’ zusje was getrouwd. In Las Vegas.

Klasina van der Werf

19 september 2016

Net mear sa lyts

Daar staat ie. Klaar om verkocht te worden. Onze kinderwagen. Lief en leed heb ik er mee gedeeld. En nu gaat ie weg. Naar wildvreemde mensen. Ik hoop dat ze er goed op zullen passen.

Ik heb ‘em soms vervloekt. Bijvoorbeeld die ene keer in de stromende regen, dat ik ‘em niet in elkaar kreeg. Lena zat in de maxi-cosi te huilen en ik moest de kinderwagen inklappen. Mijn man had het thuis nog voorgedaan. Het zag er heel gemakkelijk uit.

Ik weet ook nog die eerste keer dat ik met deze kinderwagen naar Dokkum ging. Ik had nog verlof, verveelde me en dacht, ik ga een rondje over de Bolwerken wandelen. Bij de groenteman liep ik trots met de kinderwagen naar binnen. Hij keek over het randje en zei: ,,Ik bin bliid dat dy fan ús net mear sa lyts binne.’’

Ik snapte hem toen niet. Het was toch geweldig om een baby te hebben. Nu, bijna vijf jaar (en nog een baby) later denk ik nog wel eens aan zijn opmerking terug. Wat waren die jaren mooi, maar ook zwaar. Vooral door het slaapgebrek. En omdat ze nog zo afhankelijk zijn. En doordat je die kinderwagen elke keer moet meeslepen en in- en uitklappen.

Maar dat hoeft nu niet meer. Deze week zeiden mijn man en ik tegen elkaar: Alles wordt weer gemakkelijker. De kinderen redden zich steeds beter zelf. Ze worden ’s nachts niet meer wakker, slapen (iets) langer uit én de kinderwagen hoeft niet meer mee. ,,Wát in rûmte yn hûs’’, zei mijn man. Zelf noem ik het nu nog even ‘leegte’.

Onze dochters van bijna 3 en 5 jaar vinden vooral de maxi-cosi heel interessant. ,,Dêr ha jimme ynsitten doe’t jim in lyts babytsje wienen’’, vertel ik. ,,Wiene wy doe sa lyts?’’, vraagt de jongste terwijl ze de duim en wijsvinger een stukje uit elkaar houdt. Ze denkt na. Springt op en kijkt me met stralende ogen aan: ,,Ik ha in goed idee. Wy kinne noch wol in baby ha en dan kin dy moai yn dit stuoltsje sitte.’’

,,In hiel goed idee, mar dat dogge wy net’’, zeg ik vastbesloten. En opeens ben ik blij dat de kinderwagen weggaat. Ik denk terug aan de opmerking van de groenteman, bijna vijf jaar geleden. ,,Ik bin bliid dat dy fan ús net mear sa lyts binne.’’

Klasina van der Werf, 12 september 2016, Heit & Mem

 

 

Het zit erop

Admiraliteitsdagen columnDat was het dan. Ik sta samen met de organisatoren van de Admiraliteitsdagen op het grote podium in het centrum van Dokkum. Het podium waar een dag eerder Di-Rect en Jeroen van der Boom nog stonden te zingen. Duizenden mensen langs de kade applaudisseren om de organisatie te bedanken voor het prachtige feest. Een bijzonder moment.

Ik denk dat het publiek niet in de gaten heeft hoeveel werk de organisatie verzet heeft om dit evenement te realiseren. Maar dat maakt ook niet uit. Ik zie stralende gezichten bij de organisatoren. Het zit erop. Alles is goed gegaan. Wat een ontlading.  

Ik denk terug aan het afgelopen jaar. Ik mocht de PR voor de Admiraliteitsdagen verzorgen. Mijn eerste opdracht voor mijn eigen bedrijf. Een mooie klus, maar wat een werk. Ik heb heel veel mensen geïnterviewd, tientallen persberichten geschreven en vaak overleg gepleegd met voorzitter Jan-Michiel van der Gang van de Admiraliteitsdagen. Op een gegeven moment zelfs zo vaak, dat ik mijn dochter van bijna drie jaar mezelf zag imiteren. Ze deed alsof ze met haar speelgoedtelefoon aan het bellen was met Jan-Michiel.

Dat geeft aan dat de Admiraliteitsdagen niet alleen impact hebben op al die mensen die dit evenement organiseren, maar ook op het thuisfront. Ik heb geluk dat mijn man me deze opdracht gunt en dat hij er tijdens het Admiraliteitsweekend is voor de kinderen. Zodat ik me daar geen zorgen over hoef te maken.

Toch heb ik me er ook wel schuldig over gevoeld. De balans tussen werk en privé was de laatste tijd soms ver te zoeken. Terwijl ik op het podium sta valt mijn oog op een bestuurslid van wie ik weet hoeveel tijd zij in de Admiraliteitsdagen heeft gestoken, voor de vijfde achtereenvolgende keer. Ook zij worstelt soms met de vele uren die ze aan de Admiraliteitsdagen besteedt en die dan ten koste gaan van haar zelf of haar gezin. Zouden vrouwen daar meer last van hebben dan mannen, vroegen wij ons laatst af.

Met elkaar lopen we terug naar de uitvalsbasis voor de vrijwilligers van de Admiraliteitsdagen. Ik kijk nog één keer heel bewust om me heen. Wát een mensen, wát een evenement. Wat ben ik blij dat ik daar deel van uit heb mogen maken. Tussen al die mensen zie ik haar weer staan. Haar dochter stormt op haar af, geeft haar een dikke knuffel en zegt: Mam, je bent klaar!

Tekst: Klasina van der Werf; Foto: Bote Sape Schoorstra

 

Onthaasten

Laat het los, laat het gaan… Dit nummer zit de hele vakantie al in mijn hoofd. Het is het lievelingsnummer van onze jongste dochter Anouk. Ze zingt het dagelijks. Uit volle borst. Compleet met uithalen, handen in de lucht en een ernstig gezicht erbij.

onthaasten

Na een drukke tijd kunnen we eindelijk genieten van onze vakantie. De reis van ruim 1300 kilometer ging wonderbaarlijk goed. Onze dochters van 4 en 2 jaar hebben zich ‘voorbeeldig’ gedragen tijdens de reis. We hadden ze ook goed voorbereid en deden het rustig aan onderweg, maar dat is natuurlijk geen garantie.

En dan ben je er. Eindelijk. Het grote genieten kan beginnen. Alle ingrediënten voor een heerlijke vakantie zijn aanwezig: zon, zwembaden, palmbomen, lekker eten… Waarom lukt het me dan niet om te ontspannen?

Vier dagen heb ik uiteindelijk nodig om mijn hoofd leeg te maken. En ik ben niet de enige. Ook onze oudste dochter heeft er last van. Ook bij haar moet de knop om. Van elke dag naar school met een vaste structuur naar een leven waarin niks hoeft en (bijna) alles mag. Dat is even wennen.

Het enige waar we ons nu nog druk over maken is: Hebben we nog brood over voor de eendjes die elke ochtend tijdens het ontbijt bij ons langskomen? Zullen we vandaag zwemmen in het zwembad of bij het meer? Welke smaak ijs zal ik vandaag kiezen?

Ik kan eindelijk weer eens echt genieten. Niet van een boek, want daar kom ik overdag niet aan toe. Maar wel van spelen met de kinderen. Tikkertje doen met Anouk, vliegeren met Lena en samen zingen: Laat het los, laat het gaan… Totdat de buren van het vakantiehuisje naast ons beginnen met applaudisseren.

Aan het einde van de vakantie heb ik mijn energie weer terug. Door alle drukte thuis was ik het bijna vergeten, maar nu weet ik weer wat het beste medicijn is tegen vermoeidheid: Weer even kind zijn!

Klasina van der Werf

Uiteindelijk is het gelukt om te onthaasten. Zie bijgaand filmpje:

Twee kaarten

Ik heb deze week twee kaarten op de bus gedaan. Twee heel verschillende kaarten voor twee nichtjes van ons. Twee zusjes van elkaar. Ze waren samen zwanger.

Ik probeerde mij  voor te stellen hoe blij ze moeten zijn geweest. Dat ze alvast fantaseerden over hoe hun kinderen later samen zouden spelen. Hoe ze ervaringen konden delen. Zou het een jongetje worden? Of een meisje? Als het maar gezond is, dan maakt het ons niks uit.

Met de ene kaart in mijn hand loop ik naar de brievenbus. Met de andere kaart wacht ik nog even. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze allebei tegelijk op de bus te doen. Ik weet niet waarom, maar het voelt niet goed.

Ik denk terug aan een echtpaar dat ik drie jaar geleden heb geïnterviewd voor de krant. Zij waren zestig jaar getrouwd. Het was ook zestig jaar geleden dat hun oudste kindje levenloos ter wereld kwam. ,,Ik mocht it net sjen. Gelokkich is dat tsjintwurdich net mear sa, want it is net bêst’’, vertelde de vrouw.

Ze huilde. Zestig jaar later huilde deze vrouw nog steeds om hun kindje dat levenloos ter wereld was gekomen en dat ze nooit hadden gezien. Haar man had het er ook nog altijd zichtbaar moeilijk mee. Dat ze daarna vier gezonde kinderen kregen, verzachtte de pijn niet.

Tijdens dat interview was ik net zwanger van onze tweede dochter. Ik voelde de pijn van dit echtpaar. Door de hormonen werd dit nog eens extra versterkt. Ze wilden hun verhaal graag aan mij kwijt. Ik was voor hun een buitenstaander, daarom durfden ze het mij te vertellen. Want verder werd er nooit over gepraat.

Met de tranen in mijn ogen schreef ik op wat ze zeiden. Ik vergeet het nooit weer. Hun oudste kindje was geboren op 29 december. ,,Op 29 desimber sizze wy altyd tsjin elkoar: it is hjoed 29 desimber.’’ Meer woorden hadden ze niet nodig om hun verdriet te delen. Dit gaf voor mij aan hoe erg het moet zijn om je kind te verliezen, hoe jong hij of zij ook is.

De kaart met bemoedigende woorden gaat op de bus. ‘Toch hoor jij kaarter altijd bij’. Het liedje dat Paul de Leeuw zong, voor iedereen die dit heeft meegemaakt, zit in mijn hoofd. Thuis ligt de andere kaart nog op tafel: ‘Een zoon. Van harte gefeliciteerd. Geniet van dit kleine wonder’.

Het klinkt zo cliché, maar het is en blijft een wonder. Een groot wonder!

Klasina van der Werf

Heit & Mem, 18-5-2016

Foar pake

Of ik er ook van baalde dat de opening van de Waddentour in Ee zaterdag werd afgelast. Deze vraag stelde iemand mij vorige week omdat ik veel werk had gehad van de organisatie, het maken van de flyers en het verzorgen van de PR rondom dit feest.

Uit de grond van mijn hart kan ik zeggen: nee! Als organisatie hebben we geen moment getwijfeld of de opening in Ee wel of niet door moest gaan. Vanaf het moment dat we te horen kregen dat onze dorpsgenoot overleden was, was het duidelijk. Zaterdag was er geen feest in Ee. Integendeel.

Als ‘import’ in Ee kende ik deze dorpsbewoner persoonlijk niet. Maar ik wist wel wie hij was. Tijdens een informatiebijeenkomst van de Dorps Ontwikkelings Maatschappij (DOM), waar ik deel van uitmaak, eindigde hij de vergadering met de woorden: Jim binne goed besich!

Hij had het zelf misschien niet eens in de gaten, maar die zin was voor ons als vrijwilligers heel belangrijk. Met die ene zin gaf hij een positieve draai aan de avond. Het draagvlak dat hij op deze manier creëerde,  stimuleerde ons om met het project verder te gaan en ons best hiervoor te doen.

Zoals dat in een klein dorp gaat, werd er deze week veel gepraat over het overlijden van deze zeer gewaardeerde dorpsgenoot. Ook onze oudste dochter Lena (4) had op school gehoord dat de pake van een meisje uit haar klas ‘dood’ was.

Ze vertelde het thuis tijdens het theedrinken terwijl ze mij met grote ogen aankeek. Ik zei dat dat heel erg was voor het meisje en haar familie. Mijn man probeerde het uit te leggen: ‘dat soe itselde wêze as pake Sjoerd dea soe gean, dat soesto ek hiel erg fine’.

Lena dacht even na en besloot toen verder te gaan met spelen. Ze pakte haar kleurboek en stiften en maakte een mooie tekening. Toen het kunstwerk bijna af was hoorde ik Johan zeggen: ‘Wat in moaie kleurplaat. Foar wa hast dy makke?’

‘Foar pake Sjoerd’.

Klasina van der Werf

Ee, 11 april 2016

Dokkum

‘Binne we no wêr yn ús eigen Dokkum?’ Ik was denk ik een jaar of vijf toen ik deze vraag aan mijn ouders stelde. We waren net terug van vakantie uit het buitenland, waar we allerlei steden hadden bezocht. Leuk al die steden, maar als kind voelde ik me toch het meest vertrouwd in mijn eigen omgeving. Dus toen we thuis waren en in Dokkum winkelden, stelde ik deze vraag. Mijn moeder moest er om lachen. Ze schreef dit soort uitspraken altijd op, vandaar dat ik het nog weet.

Hoewel ik me van jongs af aan thuis heb gevoeld in Dokkum, zag ik de schoonheid van de stad pas veel later in. Het was in een pauze van mijn middelbare schooltijd toen ik een groep toeristen verwonderd naar de trapgevels van de huizen op de Vleesmarkt zag kijken. Ik had die gevels al veel vaker gezien, maar besefte nu pas hoe uniek die waren. Net als de Bolwerken, waarover we de laatste jaren met collega’s regelmatig een rondje liepen tijdens onze lunchpauze. In de winter van 2012 leerde ik Dokkum weer op een andere manier kennen, namelijk vanaf het ijs. Opnieuw kwam ik tot de conclusie dat deze stad bijzonder mooi is.

Met het nieuwe Dokkum Magazine, dat dinsdag 22 maart gepresenteerd wordt, laten we mensen op papier zien hoeveel moois Dokkum te bieden heeft. Zo kunnen we ook toeristen een positief gevoel geven over de Bonifatiusstad. Vaak vind je het ‘gewoon’ als je er zelf woont, omdat je er aan gewend bent. Dat merk ik ook aan mezelf. In het buitenland bekijken we alle toeristische hoogtepunten, terwijl we in onze eigen regio nog lang niet alles hebben gezien.

Daarom roep ik bij deze alle inwoners van de regio op om eens goed naar Dokkum te kijken en vervolgens te ontdekken hoe bijzonder het hier is. Het heeft bij mij even geduurd voordat ik het door had, maar ik vertel nu tegen iedereen die het wil horen dat deze stad prachtig is. Ik ben dan ook hartstikke trots op Dokkum. Ús eigen Dokkum!

Klasina van der Werf

Gepubliceerd op www.in-dokkum.nl, 22 maart 2016

Dubbel

Het was een bijzondere week. Voor mij en voor ons gezin. Maandag heb ik de handtekening gezet voor de start van mijn nieuwe bedrijf: Klasina van der Werf Tekst & PR. Een dag later zette mijn man een heel ander soort handtekening.

Het hing al een tijdje in de lucht en we hadden het er thuis al uitgebreid over gehad. De kans dat Johan zou worden ontslagen was groot. Zijn afdeling wordt opgeheven en tijdens een reorganisatie ben je dan als eerste de pineut. Na maandenlang in spanning te hebben gezeten, kreeg ik vorige week vrijdag een whatsapp-berichtje. ‘Ik ben ontslagen, wil je me even bellen?’

Wat doe je, als je weet dat je ontslagen wordt? Als een gek solliciteren, op een baan die je misschien helemaal niet leuk vindt? Of rustig afwachten. Het liefst maak je zelf de keuze om te stoppen. En in de WW terechtkomen, dat is je eer eigenlijk te na. Maar toch is het verstandig om even alles op een rijtje te zetten. Dat is de belangrijke les die ik geleerd heb van mijn eigen ontslag. Alles stap voor stap. Uiteindelijk heeft iedereen daar baat bij.

We hoopten dat we niet tegelijk werkloos zouden raken en dat is gelukt. We wisselen elkaar precies af. Dinsdag, op de dag dat hij acht jaar als Fondsbeheerder bij de betreffende rederij in Groningen werkte, zette hij zijn handtekening.

Thuis vertelde Johan het nieuws aan onze dochters van twee en vier jaar. Een gejuich steeg op toen Johan vertelde dat hij voorlopig vaker bij hen thuis zou zijn. Wat relativeert dat heerlijk, kinderen. Toch bekroop me deze week een vervelend gevoel. Ik voel nu meer druk op mijn schouders, want als ik als zzp’er niet voldoende opdrachten binnenhaal, hebben we wel een probleem. De vaste lasten gaan gewoon door.

In de auto op weg naar de Kamer van Koophandel, zei ik tegen Johan: We staan er eigenlijk wel slecht voor he? Hij keek me verbaasd aan. Hoezo staan we er slecht voor? Kijk eens naar de achterbank. Ik draaide me om. Twee gezonde, stralende meisjes keken me lachend aan.

Daarmee was alles gezegd.

Klasina van der Werf

12794402_775829779184548_213305322866534923_n

 

Eindelijk

DSC_0134

Maanden heb ik naar dit moment uitgekeken. Anouk mag naar de peuter! Dat betekent dat ik weer tijd voor mezelf heb. Dat ik alleen thuis ben, zonder kinderen. Ik kan doen en laten wat ik wil zonder dat iemand tussendoor roept:  ‘MEM, mehèem….’

Oké, ik geef toe, het was eerst even schrikken toen de juf mij belde om te zeggen dat er eerder een plekje vrij was in de peutergroep. Ze zou eigenlijk pas na de voorjaarsvakantie naar school. Dat vond ik vroeg genoeg, want dan is ze nog maar 2,5 jaar.

Maar Anouk zelf heeft er zin in. Ook zij kijkt er al maanden naar uit. Sinds haar grote zus Lena naar de basisschool gaat, wil zij ook ‘nei skoalle’. ‘Nei juf Anneke’.

Maandagochtend staan er dan ook twee roze rugzakjes van Peppa klaar. In beide tasjes zit een bakje met fruit en een drinkbeker met roosvicee. Hand in Hand lopen ze voor me richting school. Mijn twee meiden. Onderweg geeft Lena haar zusje nog een paar belangrijke instructies (meist op skoalle net ‘poep’ sizze. En ek net ‘keutel’).

Ik mag nog even in de klas blijven, maar het is al snel duidelijk dat Anouk zich wel vermaakt. Ze kijkt niet naar me om, heeft het te druk met spelen. Wat een verschil met haar grote zus. Die klemde zich altijd aan mijn been vast.

Op het moment dat Anouk bij de grote tafel mag zitten om te knutselen vind ik het tijd om te gaan. ,,Mem giet no nei hûs en hellet dy straks wer op.’’ ,,Oké’’, zegt Anouk. En dat was het. Ik kijk stiekem nog even door het raam, voor het geval ze nog naar mij zwaait, maar ze knutselt onverstoorbaar door.

Negen uur ben ik thuis. Sinds de geboorte van onze oudste dochter van vier jaar, ben ik weer helemaal alleen. Heerlijk. Tijd om het huis op te ruimen en schoon te maken. Of een verhaal te schrijven. Of….. Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen.

Eerst maar koffie drinken. Anouk vindt dat altijd zo gezellig. Dan mag ze een koekje uit de la pakken. Daarna mag ze naar KRO Kindertijd kijken, totdat Koffietijd begint. We kijken meestal even of er leuke gasten zijn. Anouk doet dan verslag: Dy man hat krultsjes, krekt as Anouk. Dy man hat chocolade om de mûle (snor), dat is Quinty…

Alleen koffie drinken is toch een stuk minder gezellig. En Koffietijd is al helemaal niks aan zonder Anouk haar commentaar erbij. Nog maar een bak koffie. Toch gek, toen we nog geen kinderen hadden, heb ik nooit gemerkt dat het zo stil kon zijn in huis.

Dan de radio maar even aan. Ik hoor het nummer van Claudia de Breij en Waylon door de luidspreker galmen: ‘Want ik mis je zo graag. Het is oké als je gaat. Want wanneer ik je mis weet ik weer hoe goed het is. Dat jij bestaat.’ Mooie tekst, daar klamp ik mij maar aan vast.

Eindelijk, elf uur. Ik mag Anouk weer ophalen! Hoe zou het met haar gaan? Ik zie haar al door het raam. Ze zit bij juf Anneke op schoot. Ze huilt, tranen met tuiten. Juf Anneke weet niet wat de reden is. ,,Ze is niet gevallen’’, zegt ze. Maar ze is ontroostbaar. ,,Ik wol nei hûs’’, snikt ze.

Thuis probeer ik haar verder te troosten. ,,Werom is Anouk ferdrietich?’’, vraag ik. Ze is echt van slag. Het duurt even voordat ze weer kan praten. Na een tijdje komt het hoge woord eruit: Ik mis mem.

Klasina van der Werf

Gepubliceerd op 12 februari 2016 op de website www.heitenmem.nl

Verdwaald op de Centrale As

3 Centrale as

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik ben verdwaald. Op de Centrale As.

Het was op een zaterdagavond, in het donker. Ik was net uit eten geweest in Leeuwarden met mijn oudste zus. ‘Stuur je een berichtje als je thuis bent?’, zei ze nog vlak voordat ik mijn Toyota Aygo instapte. Ik lachte. Ik ben nu 36 jaar, maar in haar ogen blijf ik altijd ‘it lytse suske’.

Ik had de route van Leeuwarden naar mijn woonplaats Ee al honderden keren gereden voor mijn werk. De laatste tijd duurde het ritje meestal wat langer vanwege de wegwerkzaamheden aan de Centrale As. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst dat grote bord langs de weg zag staan: Wy wurkje hjir oan de Centrale As. Een mooi moment was dat. ‘Eindelijk’, dacht ik. Na al die discussies ging het dan toch door. Onze regio doet weer mee. Dat geeft vertrouwen, voor nu en in de toekomst.

Ik reed de route inmiddels op de automatische piloot. Vanaf Dokkum was het altijd nog een klein stukje rijden richting Ee. Rechttoe rechtaan. Maar deze keer was alles opeens anders. Ik reed plotseling op een rotonde en nu moest ik snel een keuze maken. Voor mijn gevoel moest ik rechtdoor, maar mijn richtinggevoel laat me weleens in de steek. Hé, ik was op een prachtige nieuwe weg terechtgekomen: de Centrale As. Gelukkig kon ik de eerste afslag naar Broeksterwâld nemen en vervolgens terug naar Dokkum rijden. Nu moest het goedkomen.

Nobody’s Wife van Anouk was op de radio. Heerlijk dat ik nu ongestoord mee kon zingen zonder dat ik kinderen vanaf de achterbank hoorde schreeuwen: ‘Mem, net sjonge!’. Terwijl ik aan het zingen was bedacht ik me dat ik bij dezelfde nieuwe rotonde weer rechtdoor was gereden. En weer kwam ik in Broeksterwâld uit. Gelukkig zat ik alleen in de auto, dus niemand hoefde er achter te komen dat ik in de regio waar ik al mijn hele leven woon verdwaald was.  Op dat moment kreeg ik een berichtje op mijn mobiel. Mijn zus. ‘Ben je al thuis?’

Inmiddels weet ik hoe de Centrale As in elkaar zit. En het is echt een aanrader voor iedereen die denkt dat Dokkum heel ver weg is. Met de Centrale As ben je er veel sneller dan je denkt.

Tenminste; als je niet verdwaalt.

Klasina van der Werf

Gepubliceerd op 18 januari 2016 op de website www.in-dokkum.nl 

Geboekt!

Wat vonden jullie het leukste in het afgelopen jaar? Dit vroegen we onze kinderen Lena (4) en Anouk (2) op oudejaarsavond. Ze waren het er unaniem over eens: de vakantie in Denemarken. We hebben de foto’s en het filmpje vaak bekeken en elke keer weer zijn ze enthousiast over de trampoline op de camping, Legoland en het kasteel.

Nu het nieuwe jaar is begonnen zijn we alweer druk bezig met het maken van vakantieplannen voor komende zomer. Sterker nog, we hebben de vakantie op nieuwjaarsdag meteen geboekt. Misschien niet slim, want we gaan financieel een onzeker jaar tegemoet, maar dat was voor mij juist de reden om snel te boeken. Anders gaan we misschien twijfelen.

Dit heb ik geleerd van een oud-collega. Zijn vrouw zei een paar jaar geleden precies hetzelfde. We stonden in die tijd voor een reorganisatie dus hij twijfelde of ze wel een dure vakantie naar Frankrijk moesten boeken. Mijn collega had kinderen in de leeftijd van 14 en 16 jaar. ,,Ze willen nu nog mee op vakantie, dus we moeten er van genieten’’, had zijn vrouw gezegd. Niet veel later werd zij ernstig ziek waardoor de vakantie niet meer door kon gaan. Een jaar later overleed mijn collega.

Onze kinderen zijn nog een stuk jonger, maar ze hebben nu wel een leeftijd dat het allemaal weer wat makkelijker wordt. Hopelijk is onze jongste rond die tijd zindelijk en ik denk dat ze zichzelf dan ook wat beter kan redden op de speeltoestellen. Vooral met een beetje hulp van haar grote zus die tegen die tijd al bijna vijf jaar is.

Op nieuwjaarsdag vertelde Johan tijdens het avondeten het goede nieuws aan de meiden. ,,We gaan in de zomer op vakantie naar Italië.’’ Ze juichten. ,,Krekt as Pieter Post’’, voegde de jongste er aan toe. In de kerstvakantie hadden we met z’n vieren de film van Pieter Post gezien en , inderdaad, ook Pieter Post ging op vakantie naar Italië.

We beseffen dat we er heel wat voor over moeten hebben om naar het Gardameer te gaan.  Vooral de reis van bijna 1300 kilometer zal pittig zijn, maar dat hebben we er graag voor over. Aangezien Lena nog niet leerplichtig is, is dit het laatste jaar dat we buiten het hoogseizoen kunnen reizen. In die tijd is het bij het Gardameer minder heet, een stuk goedkoper en niet zo druk. Dit gaf voor ons de doorslag. 

We realiseren ons dat het voor de kinderen echt niet hoeft hoor, zo’n vakantie helemaal naar Italië. Op deze leeftijd zijn ze ook tevreden met een vakantiepark in Nederland met een zwembad en speeltuin erbij. Maar wij zijn zelf grote reisliefhebbers en dit enthousiasme proberen we ook over te brengen op onze kinderen.

Johan vertelde dan ook vol trots wat er allemaal te zien en te doen is bij het vakantiehuisje: daar zijn hele hoge bergen, er is een mooi zwembad en in Italië heb je de lekkerste ijsjes van de hele wereld. Vooral dat laatste sprak onze jongste heel erg aan. De oudste was nog niet helemaal overtuigd. Ze dacht diep na en vroeg vervolgens:  ,,Ha se dêr ek in knikkertkûltsje?’’

Tja, dat we dáár nou niet aan gedacht hadden…

Klasina van der Werf

Gepubliceerd op 6 januari 2016 op de website van heit&mem

Niet zielig

Misschien ligt het aan mij, maar ik heb het gevoel dat sommige mensen mij zielig vinden omdat ik mijn baan ben kwijtgeraakt. Tuurlijk heb ik daar ook van gebaald. En het komt ook keihard aan als je op een dag te horen krijgt dat je niet meer nodig bent. Maar nu, een half jaar na mijn ontslag, weet ik dat het goed is geweest.

Eigenlijk besefte ik het pas echt tijdens een sollicitatiegesprek dat ik onlangs had bij de Sionsberg waar ik op gesprek mocht komen voor de functie van Communicatieadviseur. De reorganisatie bij mijn voormalige werkgever kwam ter sprake. Ik zei dat ik het een hele vervelende periode had gevonden, maar dat ik er vooral veel van geleerd had.

,,Wat heb je ervan geleerd?’’ Vroeg de manager bedrijfsvoering aan mij. ,,Dat werk niet het belangrijkste is’’, zei ik. Misschien niet erg tactisch om te zeggen tijdens een sollicitatiegesprek, maar ik merkte dat ze me begreep. Ze wist er alles van. Bij de Sionsberg hadden ze natuurlijk precies hetzelfde meegemaakt.

,,Maar’’, voegde ik er aan toe. ,,Het heeft me vooral ook sterker gemaakt, ik weet nu wat ik wil.’’ ,,Wat wil je dan?’’ Vroegen de twee mensen aan de andere kant van de tafel bij wie ik op sollicitatiegesprek was. ,,Ik wil voor mezelf beginnen als tekstschrijver’’, zei ik, heel overtuigend. 

Het was voor het eerst dat ik deze woorden hardop uitsprak tegenover anderen. En dat tijdens een sollicitatiegesprek voor een baan die me eigenlijk best leuk leek. Diep in mijn hart wilde ik dit al heel lang, maar ik durfde de stap niet te zetten. Nu wel. Dankzij mijn ontslag.

Diezelfde middag kreeg ik een telefoontje van de vrouw van de Sionsberg met wie ik het gesprek had gehad. Ik was niet door naar de volgende ronde. Ze vonden het wel een goed gesprek en waardeerden het dat ik zo eerlijk was geweest. ,,We bewaren je gegevens wel, misschien hebben we nog eens een tekstschrijver nodig.’’ Ze eindigde het gesprek met de woorden: ,,Je moet je hart volgen.’’

En dat ga ik doen!

Klasina van der Werf

PS: Voor iedereen die nog op zoek is naar een tekstschrijver? Volgend jaar ga ik los!

Ee, 28 december 2015

Loslaten

2 Loslaten1

Het begon al vanaf het moment dat de navelstreng bij onze oudste dochter werd doorgeknipt, nu bijna vier jaar geleden. Die eerste nacht, durfde ik niet te slapen. Ze lag zo stil in de wieg. Ik hing voortdurend boven haar bedje om te luisteren of ze nog wel ademde.

Twee maanden later kwam de volgende stap: Lena verhuisde naar haar eigen kamer. De slaapkamer die we zorgvuldig voor haar hadden ingericht, met commode, een schommelstoel en knuffelberen. Daar lag ze, zo’n klein meisje in zo’n groot ledikantje. Ik hield de babyfoon die nacht dicht bij me en zodra ze een kick gaf sprintte ik naar haar toe.

En zo volgden er vele stappen, letterlijk en figuurlijk. Deze week ging het opeens wel heel erg snel. Woensdag mocht Lena voor het eerst naar school, om te wennen. Thuis was ze heel stoer, ze had er zin in. Hielp mee haar nieuwe schooltas in te pakken en wilde haar Peppa-beker los meenemen, zodat ze deze aan de anderen kon laten zien. Hand in hand wandelden we naar school.

Maar hoe dichter we bij school kwamen, hoe steviger ze mij vast hield. Bij de ingang zei ze: Mem, ik wol net. Ik fyn it spannend. ,,It is ek spannend’’, zei ik. ,,Mar wol leuk spannend.’’ Ik probeerde niks te laten merken, maar ik denk dat ze voelde dat ik het zelf ook doodeng vond. Het liefst hield ik haar hand vast.

Dit weekend wilde ze opeens zonder zijwieltjes fietsen. Nu al? Dacht ik. Ze is nog niet eens vier jaar. Maar goed, ze wilde het dus gingen we oefenen. Ik hield haar stevig vast, want stel je voor dat ze zou vallen. Ze wiebelde nog heel erg. Totdat ze met heit ging oefenen. Ik stond voor het raam naar buiten te kijken en zag nog net dat Johan haar een duwtje gaf. Daarna liet hij los en fietste ze zelf verder. Zonder zijwieltjes. Helemaal alleen.

Wat was ik trots op onze grote kleine meid. ,,Hoe kan het dat het bij mij niet lukte met fietsen en bij jou wel?” vroeg ik later aan mijn man. ,,Je moet haar gewoon loslaten’’, zei hij.

Gewoon loslaten. Was het maar zo simpel.

Klasina van der Werf

Website Heit & Mem, 24 augustus 2015

Afzien

Zo leuk, al die vakantiekiekjes op Facebook. Iedereen geniet. Van het mooie landschap, van de stralende zon en vooral van die vrolijke kinderen die allemaal blij op de foto’s staan.

Ik doe er zelf net zo hard aan mee. Tijdens onze vakantie in Denemarken heb ik een paar zonnige foto’s van onze kinderen in Legoland op social media geplaatst. Uiteraard staan ze er lachend op. Dat onze oudste dochter Lena (3) vlak daarvoor een driftbui had vanwege de vele prikkels zie je niet op de foto. En dat de jongste Anouk (1) op de terugweg in de auto in slaap viel waardoor ze ’s avonds niet meer wilde slapen staat er ook niet bij.

Maar laten we eerlijk zijn: zo relaxed als het er op de foto’s uitziet, zo relaxed is het niet om met kinderen op vakantie te gaan. Ik weet nog dat mijn zus zo’n zes jaar geleden tegen mij zei: Vakantie met kinderen van 1 en 3 jaar is afzien. Ik begrijp nu wat ze daarmee bedoelt.

Bepakt en bezakt (met dank aan de onuitputtelijke dakkoffer) vertrekken we vroeg op zaterdagochtend. Zijn we er bijna? Ik moet plassen! Ik wil de Woezel en Pip cd luisteren, zegt de oudste. Nee, Jan Smit, zegt de jongste. Echt rustig is de reis niet, maar met behulp van heel veel cappuccino (die we zo snel mogelijk naar binnen klokken) slaan we ons er doorheen. Ook de ‘gele M’ is onmisbaar. Dit codewoord is inmiddels zelfs door de jongste al ontcijferd: Gele M, patat.

Uitslapen is er deze vakantie niet bij. Half zes zijn de dames wakker. Elke ochtend. ‘Boartsje’ is het eerste wat de jongste zegt. ‘Vakantieeeeee’ roept de oudste er enthousiast achteraan. Met als gevolg dat we heel vroeg aan de ontbijttafel zitten. Met croissants. Dat dan weer wel.

Legoland, Kopenhagen en het kasteel Egeskov staan op ons ‘to do list’ deze vakantie. Deze dagjes uit zijn vooral hard werken: luiertas inpakken, slepen met buggy’s, plekjes zoeken om Anouk te verschonen en alle ‘waarom-vragen’ beantwoorden van een nieuwsgierige peuter. Afgepeigerd, maar voldaan zitten we ’s avonds in ons vakantiehuis. Het is er een groot slagveld door de tenten, het speelgoed en rondslingerende kleding. Een georganiseerde bende, zo noemt Johan het. We laten het mooi liggen, het is tenslotte vakantie.

Op dat soort momenten zien we de humor er wel van in. Het is niet alleen hard werken, zo’n vakantie met kinderen, maar ook veel lachen. Om Anouk bijvoorbeeld, die bij de bakker tien nummertjes uit de automaat trekt, of om Lena die zegt dat ze niet met de vrouw kan praten omdat ze een ‘frjemde stem’ heeft (ze praat Deens). En wat hebben ze een lol in het kasteel waar ze door alle gangen draven. De bewakers wijzen ons er steeds op dat we de tassen dicht bij ons moeten houden om te voorkomen dat het eeuwenoude interieur beschadigd raakt. Maar ze hadden beter kunnen zeggen dat we de kinderen bij ons moeten houden, want die glippen steeds onder de touwen door.

Er zijn ook van die momenten dat je door de grond kunt zakken. Bijvoorbeeld in dat restaurant waar de dames de patatjes ‘piemel’ noemen. Of in de supermarkt, waar Anouk op de fruitafdeling een hap uit een perzik neemt en met een big smile zegt: lekker! Achteraf kunnen we er om lachen. Uiteindelijk houden we er een hele hoop mooie herinneringen aan over. En die onthouden we.

Ooit komt er een tijd dat we weer met z’n tweeën voor de tent zitten en dat we denken: waren ze nog maar 1 en 3. 

Klasina van der Werf

Ee, 18 augustus 2015

Einde van een tijdperk

Dit is het einde van een tijdperk, zo zei een collega. Het zat er aan te komen, maar toch komt de klap hard aan.

Tien jaar lang heb ik mij ingezet voor het Nieuwsblad Noordoost-Friesland en de Dockumer Courant. Met hart en ziel. Voor de lezers, maar ook omdat ik dit het mooiste vak van de wereld vind.

Het schrijven voor een lokale krant brengt je dicht bij de mensen. Daardoor is de drempel voor velen laag om ons te benaderen. Bijzondere mensen heb ik geïnterviewd. Allemaal met hun eigen verhaal.

Ik heb voor landelijke kranten en bladen geschreven, maar nog nooit zoveel reacties gehad als op mijn verhalen in ‘de Dockumer’. Dat geeft voldoening. Daar heb ik het voor gedaan.

Werken voor een lokale krant heeft ook nadelen. Mensen weten je te vinden. Op zaterdagavond brengen ze de duivenuitslagen bij je langs, ’s zondags bellen ze je in verband met een overlijdensadvertentie en op andere dagen geven ze tips door of klagen ze dat ze de krant niet is bezorgd.

Journalist ben je 24 uur per dag en bij een lokale krant helemaal. Zeker nu we ook de internetsites moeten vullen met nieuws uit de regio.

Helaas houdt het hier op. Samen met mijn collega’s van de lokale weekbladen, van wie ik weet dat ze allemaal net zo betrokken zijn bij ‘hun’ krant, ben ik ontslagen. Vanaf 1 juli ben ik boventallig, overbodig, niet meer nodig.

Zoals mijn collega al zei: dit is het einde van een tijdperk. Een prachtig tijdperk. En ik ben blij dat ik daar deel van uit heb mogen maken.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 16 januari 2015

Vallen en opstaan

Wát een week. Het is de week waarin Zorggroep Pasana definitief failliet ging. Ruim 1600 medewerkers werden ontslagen, maar werken wel gewoon door. Vallen, opstaan en weer doorgaan.

Het is de week waarin ik me voor het eerst in mijn leven niet welkom voelde in ziekenhuis De Sionsberg. Voor een interview met de medisch specialist sloop ik stiekem langs de bewakers naar binnen en deed me voor als patiënt in plaats van journalist.

Het is de week waarin ook mijn eigen baan weer op de tocht is komen te staan. Door al het nieuws over de sluiting van het ziekenhuis en de zorgcentra heb ik nauwelijks tijd gehad om me daar druk over te maken. Maar de keiharde waarheid is dat mijn laatste maanden misschien wel zijn geteld bij de Dockumer Courant.

Het is de week waarin onze jongste dochter Anouk, net veertien maanden oud, haar eerste stapjes probeerde te zetten. Ze kan al een beetje staan, zet vervolgens twee of drie pasjes, maar laat zich dan snel weer op haar knietjes vallen. Kruipen gaat toch sneller.

Het is de week waarin de bevolking in opstand kwam tegen de sluiting van De Sionsberg en de ouderenzorg in Noordoost-Friesland. Zoals iemand deze week opmerkte staat deze manifestatie symbool voor iedereen die zijn of haar zorg of baan kwijt is of raakt. Want het gaat daarbij om heel veel mensen in deze regio.

Het is de week waarin mensen hun verhaal met de lezers van onze krant wilden delen. Het heeft me allemaal meer gedaan dan ik dacht.

En dan opeens, gaat Anouk staan. Heel zelfverzekerd. Ze lacht en loopt naar me toe. Wel tien stapjes. Los. Helemaal alleen. Ze straalt. Ik ook.

Het is de week van vallen en opstaan. Maar vooral weer doorgaan.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 5 december 2014

Kraamtijd

Het is alweer drie jaar geleden, maar ik denk er nog vaak aan terug. Die eerste kraamweek. Ik heb er goede herinneringen aan, dankzij onze kraamverzorgster.

Wij waren in de wolken met onze dochter Lena, maar hadden geen idee hoe we haar moesten verzorgen. Eerlijk gezegd had ik nog nooit een baby verschoond. Zij hielp ons op weg en gaf ons het vertrouwen dat we het konden, dat we een goede heit en mem zijn.

Het is niet niks om moeder te worden. Eerst moet je bijkomen van de bevalling, dan komen die slapeloze nachten er achteraan en je krijgt opeens de verantwoordelijkheid over dat kleine meisje in de wieg. De eerste nacht durfde ik niet eens te slapen, ik wilde steeds luisteren of ze nog wel ademde.

Het meest vermoeiende van de kraamperiode vond ik misschien nog wel het kraambezoek. Het is allemaal goed bedoeld en ik snap dat iedereen de baby wil zien, maar een paar weken later zien ze er echt ook nog heel schattig uit. De regel is dat het kraambezoek een uurtje blijft, maar het is allemaal zo gezellig dat het altijd uitloopt. Maar hoe zeg je tegen je eigen vrienden, familie of buren dat het niet zo goed uitkomt of dat het tijd wordt om te gaan? Wat vond ik het fijn dat onze kraamverzorgster daarin kon bemiddelen.

Het werk van de kraamverzorgsters wordt nu afgedaan als een ‘gemaksdienst’ en er wordt gesteld dat de partner, familie en vrienden het wel over kunnen nemen. Daarmee wordt het werk van kraamverzorgsters naar mijn mening totaal onderschat.

Ik hoop dan ook niet dat kraamzorg uit het basispakket wordt geschrapt. Niet meer voor mezelf, maar voor al die kersverse ouders die, net als ik toen, geen idee hebben wat hun te wachten staat. Want kinderen krijgen is echt het mooiste wat er is. Maar ook het zwaarste.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 17 oktober 2014

In één klap

Het is een gewone maandagmorgen. Ik zit achter de computer nieuwsberichten te verwerken voor de krant. Net als altijd. Het is nog vroeg. De meeste mensen zijn nu onderweg naar hun werk, of net gearriveerd.

De politieberichten komen binnen. Even kijken of er iets tussen zit voor ons gebied. Het is een routineklus geworden. De berichten die betrekking hebben op Noordoost-Friesland verdelen we in de krant. De belangrijkste berichten zetten we voorop. De rest op pagina 2of3.Meestal zijn het korte berichtjes, 1kolommers.

Maar achter zo’n 1koloms berichtje in de krant zit vaak een veel groter verhaal, zo besef ik me deze maandagmorgen des te meer. In één klap wordt alles anders, voor zoveel mensen. De wereld staat op z’n kop, voor alle betrokkenen. Voor hen staat het leven stil, voor anderen gaat het gewoon door.

Ik denk aan het nummer ‘Ien Klap’,waarmee Janna Eijer Liet International won. ‘Yn ien klap is alles oars’.Maar goed dat we niet alles van te voren weten in het leven. Want het kan iedereen overkomen; dat besef je vaak pas als het dichterbij komt.

Voor velen is het ‘maar’ een klein berichtje in de krant van een verschrikkelijk ongeluk. Maar voor degenen die het aangaat, stort de wereld in. In gedachten ben ik bij hen. Ik kan me niet meer concentreren. Maar het werk gaat door,de deadline van de krant verandert helaas niet. Op deze ‘gewone’ maandagmorgen.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 26 september 2014

Eerste keer

Wêr is de tiid bleaun? Ik hoor het oudere mensen vaak zeggen. Voor mijn werk kom ik regelmatig bij echtparen over de vloer die 60 of zelfs 65 jaar getrouwd zijn. Terugkijkend op hun leven zijn ze het er allemaal over eens: de tijd lijkt steeds sneller te gaan als je ouder wordt.

Volgens psycholoog Douwe Draaisma gaat de tweede helft van je leven gevoelsmatig sneller door de routine van het leven. Het aantal ‘eerste keren’ neemt af. Om dat te doorbreken is het van belang om daarvan af te wijken, bijvoorbeeld door te reizen, studeren of te lezen. Het maakt niet uit wat, als het maar afwijkt van je routines.

Ik word vandaag 35 jaar, maar heb het idee dat mijn leven weer helemaal opnieuw begint. Dat komt dankzij mijn dochters. De oudste wordt bijna drie jaar. Een leeftijd waarop ze alles steeds bewuster meemaakt. Mijn verjaardag bijvoorbeeld. Samen met heit is ze al de hele week druk aan het smoezen over cadeaus. En ze kijkt er zo naar uit als de slingers en ballonnen straks in huis hangen. Ik zelf trouwens ook. O ja, en dan de taart, ook zo’n feest. En ’s avonds eten we patat, met héééél veel saus. Het is tenslotte feest en dan mag ze net even wat meer.

Als we mijn verjaardag hebben gevierd duurt het niet lang meer voordat ze zelf jarig is. In gedachten zie ik al voor me hoe ze zal stralen als ze ziet dat ze een step krijgt, want die wil ze zo graag. Daarna krijgen we ook nog Sint Maarten, Sinterklaas en Kerst.

Doordat onze dochter nu alles écht voor de eerste keer beleeft, beleven wij als ouders alles ook opnieuw. En dat maakt het leven extra leuk. Het mooie is dat ze nog een jonger zusje heeft waar we ook weer heel veel eerste keren mee zullen beleven. Vandaag vier ik bijvoorbeeld mijn verjaardag met haar erbij. Voor de eerste keer!

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 22 augustus 2014

Ziek

Ik was vorige week ziek. Niks ernstigs, ’gewoon’ een keelontsteking. Maar toch, heel vervelend. Het kwam slecht uit want het was op een maandag, net op de drukste dag van de week. En dan ook nog in de vakantie, de tijd waarin we onderbezetting hebben op kantoor. Maar ja, wanneer komt het wel uit om ziek te zijn?

Noodgedwongen lag ik een paar dagen op bed. En dan ga je nadenken. Ik dacht aan onze vakantie in Noorwegen, een paar jaar geleden. Daar kwamen we een Nederlandse vrouw tegen die geëmigreerd was naar Noorwegen. Ze werkte bij een bakkerij en vond het vooral heel fijn dat ze zich in dit land niet schuldig hoefde te voelen als ze ziek was. ,,In Nederland heb je het gevoel dat je je moet verdedigen als je ziek bent en hier brengen ze je bloemen als opkikkertje’’,vertelde ze.

Ik voelde me inderdaad ook schuldig. Tegenover mijn collega’s, die het nu extra druk hadden, tegenover mijn man die thuis alles alleen moest doen en vooral ook tegenover mijn kinderen die nog te jong zijn om te snappen dat ik er even niet voor ze kan zijn. Op het werk is het al lastig om je ziek te melden, maar als moeder kun je helemaal niet ziek zijn en moet je gewoon doorgaan.

Mijn gedachten dwaalden af naar mensen die chronisch ziek zijn of mensen die helemaal niet meer beter kunnen worden. Ik voelde me al ellendig, terwijl ik wist dat ik met een penicillinekuur en een beetje rust weer beter zou worden. Maar hoe moeten zij zich voelen?

Gezondheid is het allerbelangrijkste in het leven, denk ik altijd als ik ziek ben. Het is alleen jammer dat je er zo weinig bij stil staat op momenten dat je je wél goed voelt.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 1 augustus 2014

Off-line

Ik ben verslaafd. Ik kom er eerlijk voor uit. Ik kan niet zonder mijn mobiele telefoon. Meestal ligt ie dicht bij mij in de buurt en zodra hij piept, spring ik overeind om te kijken van wie ik een bericht heb gekregen. De helft van de tijd is het reclame, maar zelfs dat vind ik leuk.

Ook de nieuwssites en Facebook houd ik via de telefoon nauwlettend in de gaten. Vooral op dagen dat ik alleen thuis met de kinderen ben, vind ik het soms fijn om even een normaal ‘gesprek’ te voeren met volwassenen. Even iets anders dan praten over poppen, duplo of plassen op het potje.

Tijdens onze vakantie moest ik noodgedwongen afkicken. We hadden een appartement geboekt met gratis WiFi, maar toen we eenmaal op ons vakantieadres in Zuid-Frankrijk waren bleek het draadloze netwerk niet te werken.

Ik heb er heel even van gebaald, maar al snel ging de knop om. Het was duidelijk, ik kon ruim twee weken geen berichten ontvangen of versturen. Een gevoel van rust kwam over me heen. De telefoon ging uit en ik hoefde even helemaal niks.

Erg grappig was het om te zien als er nieuwe gasten bij het appartementencomplex arriveerden. Vanaf een afstandje keek ik toe hoe ze tevergeefs verbinding probeerden te maken met hun smartphone. ,,Hoe moeten we nu zien wat voor weer het wordt?’’, hoorde ik een Nederlandse vrouw zeggen.

Toen we donderdagavond na ruim twee weken thuis kwamen was ik benieuwd hoeveel berichten en mails ik gemist had. Dat viel tegen. Ik ben minder onmisbaar dan ik dacht. Wel leek het alsof ik heel lang op vakantie was geweest. Want wat vóór die tijd nog onmogelijk leek, was nu opeens waarheid geworden. ‘Dokkum krijgt koopzondagen’, las ik op onze eigen website.

Wát een ontwikkeling. Ik denk dat ik vaker off-line ga.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 4 juli 2014

Yrsa

Het was denk ik maar een minuut, misschien zelfs korter.,,Wêr is Lena’’,vroeg ik zondag met een paniekerige stem aan mijn man. Ik dacht dat hij bij haar was, hij dacht hetzelfde van mij. We hadden een familiedag, zo’n dag dat iedereen de kinderen in de gaten kan houden, maar juist daardoor denkt iedereen van elkaar dat de ander het wel doet.

De schrik sloeg mij om het hart. Gelukkig zag ik onze dochter van tweeëneenhalf verderop spelen in een weiland. Nietsvermoedend plukte ze een bloemetje uit het gras. Opluchting overheerste.

Negen van de tien keer loopt het goed af. Maar het hoeft maar één keer mis te gaan. Net als vorige week woensdag in Twijzel toen een stenen dug-out tijdens een sportdag instortte. Zo’n duizend kinderen uit de regio waren die dag op het sportpark aanwezig. Een plek waarvan je als ouders denkt dat je kind veilig is.

Had het ongeluk voorkomen kunnen worden? Misschien wel als de dug-outs op tijd gecontroleerd zouden zijn of als de andere kinderen niet op het dak zouden zijn geklommen, of als…

Feit is dat de 10-jarige Yrsa de Bruin uit Surhuisterveen op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Natuurlijk is het belangrijk dat we ons bewust zijn van de gevaren die er zijn in het leven. Ook is het goed dat alle andere dug-outs als gevolg van het drama streng gecontroleerd worden op veiligheid. Maar kun je daarmee alles voorkomen?

Het was maar een minuut. Negen van de tien keer loopt het goed af. Maar het hoeft maar één keer mis te gaan.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 30 mei 2014

Depressiviteit

Hij wilde ervan af. Deze zin spookt de hele tijd door mijn hoofd. Ik heb getwijfeld of ik deze column wel zou schrijven, maar ik doe het toch. Hij was zelf ook altijd open en eerlijk, nam geen blad voor de mond. Dat leverde soms heftige discussies op, niet altijd leuk, maar zo was hij.

Hoe beter ik hem leerde kennen, hoe meer ik hem waardeerde. Hij was een typisch voorbeeld van ’grote mond, klein hartje’. Wat baalde hij soms van die lange weekenddiensten. Hij wilde veel liever zijn vrije tijd doorbrengen met zijn gezin. Zijn gezin was heel belangrijk voor hem, dat zag ik aan de glinstering in zijn ogen, als hij over ze sprak. Hij was trots op zijn kinderen en zijn vrouw was zijn alles.

Een jaar geleden stortte zijn wereld in. Iedereen heeft er begrip voor dat hij het moeilijk had, maar ik merk dat er onbegrip is voor zijn depressiviteit. Eerlijk gezegd begrijp ik het ook niet, omdat ik het zelf niet heb meegemaakt. Maar gelukkig wordt er de laatste tijd steeds vaker over gesproken.

Isa Hoes wil het taboe doorbreken met haar boek ‘Toen ik je zag’. Zij schrijft over haar leven met acteur Antonie Kamerling die in 2010 zelfmoord pleegde. In een interview vertelde ze dat ze denkt dat Antonie niet dood wilde, hij wilde ervan af. Een depressie is geen dipje, geen tijdelijke ontregeling, geen karakterzwakte, maar een zeer ernstige aandoening.

Daarom vind ik het ook jammer dat er soms zo gemakkelijk geoordeeld wordt over iemand die deze ziekte heeft. Ik las gisteren nadat ik het slechte nieuws hoorde een bericht van zijn zoon op Facebook: Ik hou van je en zal dat altijd blijven doen. Dat ontroerde mij. Van woede is geen sprake, terwijl dat zo begrijpelijk zou zijn.

En als hij hem niks kwalijk neemt, wie zijn wij dan om dat wel te doen?

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 21 maart 2014

De bevalling

O ja, zo voelde het. Bij de aankondiging van de eerste wee op vrijdagavond rond elf uur wist ik weer hoe pijnlijk weeën zijn. Met het vooruitzicht dat de pijn de komende uren alleen maar erger zou worden, maakte ik snel mijn man wakker. We moesten namelijk nog een belangrijke klus klaren.

,,O, nee’’, kreunde Johan toen ik vertelde dat de weeën begonnen waren. De hele week hadden we op dit moment gewacht, alleen dit weekend kwam het niet goed uit. We zouden namelijk de tweede verjaardag van onze dochter Lena vieren en hadden net het hele huis versierd. We wilden er nog even háár dag van maken. Met de komst van de baby wordt het daarna al hectisch genoeg.   

,,We moeten de vlagjes en ballonnen weghalen, anders snapt Lena er morgen niks van’’, zei ik tegen Johan. Even later stond ik tussen het puffen door slingers op te ruimen. We vonden het ook nog wel lachwekkend. ,,Hoeveel mensen zouden er zijn die tijdens de bevalling slingers staan op te ruimen’’, vroegen we ons af.

Tegelijkertijd dacht ik ook aan het telefoongesprek dat ik die dag met onze kraamverzorgster van de vorige keer had gehad. Zij had bij drie gezinnen achter elkaar gekraamd en moest dit weekend even bijtanken. ,,Het komt ons dit weekend ook niet zo goed uit’’, zei ik tegen haar. We spraken af dat de baby dan maar het beste na het weekend geboren kon worden.

Leuk bedacht allemaal, maar de baby bepaalt het moment zelf, zo bleek nu dus maar weer. Om 1.00 uur braken de vliezen en om 2.15 uur kwamen de weeën om de vijf minuten. Hoewel ik nog maar twee centimeter ontsluiting had, besloten we toch vast naar het ziekenhuis te gaan. Omdat de afdeling geboortezorg in het ziekenhuis in Dokkum dicht is, moesten we namelijk naar Drachten uitwijken en dan ben je al snel drie kwartier onderweg.

Die drie kwartier leken echter wel drie uren want de weeën werden onderweg steeds heftiger. Ik heb ook nooit geweten dat er zoveel rotondes op deze route liggen en voor elke rotonde kwam er uiteraard net een wee. Dit is dus de reden waarom ik altijd zo kwaad ben geweest dat de geboortezorg in Dokkum dicht moest wegens bezuinigingen. Omdat mijn eerste bevalling twee jaar geleden goed was verlopen in het ziekenhuis in Dokkum, durfde ik het nu wel aan om thuis te bevallen. We hoefden dan ‘s nachts geen oppas voor mijn dochter te regelen en dat vond ik een groot voordeel. Maar omdat het ziekenhuis nu te ver weg is, wilde ik het risico niet te nemen.

Om ongeveer 4.00 uur kwamen we in het Drachtster ziekenhuis aan. De weeën waren nu zo erg dat ik dacht: dit houd ik niet lang meer vol. Het was dan ook een tegenvaller toen de verloskundige om 4.20 uur vertelde dat ik nog maar zes centimeter ontsluiting had. Gelukkig ging het daarna heel snel en om 5.03 uur kwam onze dochter Anouk gezond ter wereld. Haar hoofd was nog een beetje blauw en verfrommeld, maar wij vonden haar meteen de mooiste en liefste baby ter wereld.

Ik heb wel een rare nasmaak overgehouden aan de rit naar het ziekenhuis in Drachten. We dachten dat we mooi op tijd in de auto stapten, maar uiteindelijk is onze dochter niet lang na aankomst al geboren. Tot nu toe zijn er na de sluiting van het ziekenhuis in Dokkum nog geen snelwegbevallingen geweest en het is ook altijd goed gegaan, maar ik blijf het schandalig vinden dat zwangere vrouwen in Noordoost-Friesland op deze manier worden behandeld.

En Anouk? Die had niks in de gaten. Zij heeft de hele rit van Drachten naar onze woonplaats, die overigens een stuk relaxter was, heerlijk geslapen. Thuis werd ze opgewacht door de pakes, beppes en haar grote zus. Ooms en tantes, neefjes en nichtjes volgden niet veel later. Allemaal wilden ze ons kleine meisje bewonderen. Nog maar net op de wereld en nu al omringd door zoveel mensen die van haar houden.

Als de rust is weergekeerd kijk ik in de wieg terwijl ze ligt te slapen, met haar kleine oogjes dicht. Ze ademt door dat grappige wipneusje en ik zie nu pas hoe mooi haar lippen zijn. Hier heb ik het voor gedaan, denk ik bij mezelf. Het klinkt zo cliché, maar het is echt waar: die bevalling ben ik bijna alweer vergeten, maar wat krijg je er veel voor terug!

Klasina van der Werf

Gezondheid & Co, 7 oktober 2013

De laatste loodjes

Ik had me nog zo voorgenomen om vooral niet over kwaaltjes te beginnen in deze column. Maar ik doe het toch.

Laat ik voorop stellen dat ik heel blij ben dat ik zwanger mag zijn en ook nog voor de tweede keer. Iedereen zegt dan ook dat ik van mijn zwangerschap moet genieten, maar eerlijk gezegd vind ik zwanger zijn niet leuk.

Feitelijk gezien heb ik niks te klagen hoor en als iemand vraagt hoe het gaat, zal ik ook altijd zeggen: goed! Ik heb namelijk het gevoel dat het niet op prijs wordt gesteld om te ‘zeuren’ over kwaaltjes. Dat past niet bij de moderne vrouw. Die moet presteren op het werk, thuis het huishouden op orde hebben en sociale contacten onderhouden. O ja, en die zwangerschap doet ze er ‘even’ bij.

Maar in de praktijk heb je aan zo’n zwangerschap alleen al meer dan genoeg. Vooral het eerste en laatste trimester zijn zwaar. Ik heb de eerste maanden veel last gehad van hoofdpijn en was verschrikkelijk moe. Als onze dochter van anderhalf eenmaal op bed lag en we het slagveld dat zij had aangericht weer hadden opgeruimd, viel ik als een blok in slaap op de bank.

Tussen de twintigste en dertigste week voelde ik mij op mijn fitst en genoot ik vooral dat ik geen last had van migraine, met dank aan de hormonen. Diezelfde hormonen zorgden er wel weer voor dat ik emotioneel, vergeetachtig, prikkelbaar en niet mezelf was. Maar daar had vooral mijn omgeving last van.

En dan de laatste loodjes, de periode waar ik nu in zit. Ik was alweer vergeten dat die toch echt het zwaarst wegen. Ik ben inmiddels vijftien kilo gegroeid en voel me soms net een olifant. Slapen met zo’n dikke buik wordt steeds lastiger, vooral omdat ik ’s nachts minstens drie keer mijn bed uit moet om te plassen of wakker schrik door kramp in mijn kuit. Als ik eindelijk weer in slaap ben gevallen gaat rond zes uur onze ‘natuurlijke’ wekker, Lena genaamd.

Overdag ben ik moe, duizelig en heb last van brandend maagzuur waardoor ik niet echt van lekker eten kan genieten. Als toegift heb ik deze keer ook nog bekkenpijn, waarschijnlijk doordat ik mijn dochter te vaak til. Dan zijn er nog een aantal kwaaltjes waar bijna iedere zwangere mee te maken krijgt, maar liever niet over praat, zoals aambeien, urineverlies en obstipatie. Niet echt charmant, maar het hoort erbij.

Dit is de eerste keer dat ik in het openbaar klaag over mijn zwangerschap en dat lucht best wel op. Door alle nadelen op te noemen, zou je bijna vergeten dat er ook één groot voordeel is van zwanger zijn: We krijgen een kind. Ik kan niet wachten!

Klasina van der Werf

Gezondheid & Co, 9 september 2013

Nesteldrang

Nu mijn verlof is begonnen, begint het weer te kriebelen. Ik herken het nog goed van mijn eerste zwangerschap. De babykamer moet rond deze tijd helemaal af zijn, we moeten alle spullen in huis hebben en de babykleertjes moeten nú in de wasmachine. Oftewel, de nesteldrang slaat weer toe.

Van te voren was ik wel benieuwd hoe de nesteldrang bij mij zou uitpakken. Ik dacht namelijk dat nesteldrang betekende dat je je hele huis gaat schoonmaken. En dat is nooit mijn sterkste punt geweest. Ik hou ervan om alles netjes in huis te hebben, maar dat poetsen is niks voor mij.

Wat dat betreft is mijn man actiever in de huishouding. Hij maakt er meestal een heel project van. De vorige keer ontdekte hij dat de ramen van ons huis verwijderd kunnen worden zodat je de kozijnen goed kunt schoonmaken. Heel belangrijk voor het behoud van het huis, benadrukte hij. Nu heeft hij alle klimop planten van de schutting en de muur gehaald, want die richten schade aan en dat kunnen we met een peuter en een baby erbij straks niet gebruiken.

Wat dat betreft heeft hij nog meer last van nesteldrang dan ik. Toch heb ik het ook, maar dan op een andere manier. Op mijn ‘ to do-list’ staat bijvoorbeeld dat ik de fotoboeken van de vakantie en Lena haar tweede jaar nog moet maken, een filmpje van het familieweekend moet monteren en belangrijke krantenartikelen in moet plakken. Uiteraard moet dat voor de uitgerekende datum gebeuren, want daarna heb je noooooit meer ergens tijd voor.

Ook mijn moeder en schoonmoeder zijn al druk in overleg over de ramen van ons huis. Die moeten nodig gelapt worden, van binnen en van buiten, maar dat is bij ons huis (door dorpsbewoners ook wel ‘ het hoge huis’ genoemd) een hele klus. Na hun vakantie, half september, ‘sil it heve’. Hopelijk net op tijd voor de bevalling. Want er kan natuurlijk geen baby geboren worden als de ramen niet schoon zijn!

Klasina van der Werf

Gezondheid & Co, 26 augustus 2013

Zwangerschapsdementie

,,Jullie moeten mij wel controleren hoor’’, zei ik een paar maanden geleden tegen mijn collega’s. Doelend op een verhaal dat ik ergens had opgeslagen, maar niet meer wist waar precies. ,,Dat doen we al lang’’, was het antwoord. Is het zo overduidelijk dat ik een beetje verstrooid en vergeetachtig ben, dacht ik bij mezelf?

Ja het is echt zo erg. Ik dacht altijd dat het onzin was, maar zwangerschapsdementie bestaat, weet ik nu uit eigen ervaring. Tijdens mijn eerste zwangerschap werd ik er al gek van, ik vergat belangrijke afspraken en was steeds alles kwijt. Zo had ik mijn mobiel zelfs een keer in de container gegooid. Gelukkig kwam ik er op tijd achter door mezelf te bellen.

Ook deze keer gebeuren er rare dingen. Zo moest ik laatst een potje ochtendurine naar de huisarts brengen. Voor mijn bezoek aan de supermarkt zou ik dat nog even langsbrengen, maar aan het eind van de ochtend stond het potje nog keurig op de passagiersstoel naast me, in de brandende zon. ,,Dit kan echt niet hoor mevrouw’’, zei de assistent toen ik het warme potje overhandigde. ,,Kom morgen maar terug.’’

Uit onderzoek blijkt dat ik gelukkig niet de enige ben die last heeft van zwangerschapsdementie. Volgens dr. Katherine Ellison die in haar boek ‘Het moederbrein’ onderzoek deed naar de hersenen van moeders, is het geheugen van vrouwen niet slechter, maar is de zwangere gewoon bezig met belangrijkere zaken dan het alledaagse. ,,Je kunt haar vergelijken met Einstein. Van hem is bekend dat hij nooit wist waar hij geld of cheques met grote bedragen had gelaten. Niet omdat hij dom was, hij concentreerde zich gewoon op zaken die voor hem belangrijker waren’’, aldus Ellison in haar onderzoek.

Vooral die vergelijking met Einstein spreekt me wel aan. Daar komt volgens Ellison nog bij dat je er na de bevalling beter functionerende en scherper werkende hersenen voor terug krijgt. Dus, wat kan mij het schelen dat ik mijn zus tijdens haar vakantie in Frankrijk een sms stuurde of ze langs wilde komen voor een bakje koffie. Of dat ik laatst de wc schoon maakte met ruitontdooierspray in plaats van Blue Wonder.

Het is allemaal maar tijdelijk; uiteindelijk maakt het moederschap me alleen maar slimmer!

Klasina van der Werf

Gezondheid & Co, 12 augustus 2013

Jong en oud

1 jong & oud1Samen rijden ze door het verpleeghuis, de een in de rolstoel, de ander op haar autootje.

Samen eten ze ijs, jong en oud, een mooi gezicht. ‘Kâld’ zeggen ze allebei. Blijkbaar niet te koud om lekker door te eten.

Af en toe morsen ze een beetje. De moeder helpt haar kleine dochtertje met schoonmaken van de kleding en de dochter haar oude moeder.

Ze schelen bijna negentig jaar. Toen de een naar Talma in Feanwâlden verhuisde, werd de ander geboren. Allebei in een nieuwe omgeving, een ander huis. Dat is alweer ruim anderhalf jaar geleden. Er is in die tijd heel wat gebeurd.

De een heeft leren lopen, de ander kan bijna niet meer op haar benen staan. De een begint steeds meer te praten, de ander steeds minder. De een krijgt steeds meer energie, bij de ander neemt de levenslust beetje bij beetje af.

Maar als ze samen zijn maakt dat allemaal niets meer uit. Ze begrijpen elkaar, zwaaien en lachen naar elkaar. De een nog zo jong, de ander al zo oud. Toch zie ik zoveel overeenkomsten.

Ze hebben allebei zorg nodig. De jongste krijgt hulp van haar moeder, bij de oudste is het net andersom. Ik kijk van mijn moeder naar mijn beppe en vervolgens naar mijn dochtertje.

Zouden de rollen bij ons over zestig jaar ook omgedraaid zijn?

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 19 juli 2013

Leave Marianne

4 Leave Marianne

Het is bijna zeven uur ’s ochtends als ik vanuit mijn woonplaats richting Buitenpost rijd. Onderweg kom ik deels langs de route waar Marianne Vaatstra bijna veertien jaar geleden fietste. Ik denk er elke keer aan als ik daar langs kom. Vandaag helemaal.

Een beetje gespannen ben ik voor deze dag. Samen met collega Anne de Jong ga ik vandaag namelijk verslag doen van de zaak Vaatstra. Een zaak die mij, en met mij vele anderen, al jaren bezighoudt. Eindelijk zal duidelijk worden wat er die nacht is gebeurd.

Ik krijg verschillende sms-jes van mensen die weten dat ik deze zaak volg. Wel heftig zeker, zo reageren de meesten. Maar op het moment dat de feiten worden behandeld, richt ik mij vooral op het maken van mijn verslag voor de krant.

Dan komt voor mij de ommekeer. Op het moment dat de nabestaanden aan het woord komen, besef ik pas echt dat deze mensen hun dierbare meisje kwijt zijn. Ik voel het verdriet als ze liefdevol over Marianne praten, met haar mooie lange krullende haar.

Daarbij stelt die enkele keer dat ik langs Veenklooster rijd en even aan de moord denk niets voor. En dat ik gespannen ben voor deze zaak staat in schril contrast met hoe de familie zich nu moet voelen. De feiten die ik opschrijf voor mijn werk, doen hun beseffen hoe gruwelijk de laatste minuten voor Marianne moeten zijn geweest. Een beeld dat ze steeds voor ogen houden.

Vooral op het moment dat zus Wilma zegt dat ze hoopt dat mensen voortaan niet praten over de ‘zaak’, maar over hun ‘leave lytse Marianne’, voel ik me schuldig.

’s Avonds om zeven uur kom ik thuis. Ik heb net het bedritueel van mijn dochter gemist. Ik hoor haar nog lachen door de babyfoon voordat ze in slaap valt. Voor mij is er morgen weer een dag dat ik haar kan zien.

Voor mij wel.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoos-Friesland, 29 maart 2013

Vrienden

Ik heb meer dan honderd vrienden. Tenminste, op Facebook. Dat schijnt niet eens veel te zijn. Ik las laatst dat 130 vrienden ‘normaal’ is. De dochter van mijn collega heeft zelfs meer dan 2800.

Voor de lezers die niet weten wat Facebook is, dat is een sociaal netwerk via Internet. Je kunt er vrienden maken, contacten onderhouden en ‘vertellen’ wat je zoal bezighoudt. Daardoor hoef je niet meer zo vaak te bellen of af te spreken, heel sociaal.

Ik kan mijn vrienden op Facebook onderverdelen in verschillende groepen. Zo zijn er mensen die ik ken van vroeger, maar met wie het contact is verwaterd. Oude klasgenoten bijvoorbeeld. Overigens erg leuk om te horen hoe het nu met ze gaat, wat voor werk ze doen, of ze getrouwd zijn of kinderen hebben.

Daarna komen de oud-collega’s, neven en nichten die je één keer per jaar ziet op beppe haar verjaardag en vriendinnen met wie je af en toe eens wat afspreekt. Mijn huidige collega’s staan eigenlijk best hoog op mijn vriendenlijst omdat ik hen bijna het vaakst zie van iedereen. Zonder elkaar echt goed te kennen, deel je best veel met elkaar.

Dan pas komen we bij het rijtje ‘goede vrienden’. Eerlijk gezegd zijn die van mij op twee handen te tellen en dan reken ik mijn zussen mee, want als er iets is staan zij voor me klaar. Het hoogst op mijn vriendenlijstje van Facebook staan denk ik toch mijn ouders.

Best modern dat zij aan dit hippe netwerk meedoen, al snappen ze volgens mij nog niet helemaal hoe het werkt. Zo staat er op hun pagina bij gestudeerd ‘nee’, bij algemene informatie ‘wij wensen iedereen prettige kerstdagen’ en aan het vriendenaantal (13) te zien, weten ze niet dat ze zelf ook vrienden kunnen toevoegen.

Misschien moet ik ze dat toch nog maar eens uitleggen. Aan de andere kant, dertien vrienden, is dat zo weinig? Eigenlijk heb ik maar twee echte dikke vrienden. En die staan niet eens op Facebook, maar zitten ’s avonds bij mij thuis op de bank!

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 17 februari 2012

Johannes

Wat zullen ze balen daar in Hilversum. Na twee succesvolle series van The Voice Of Holland (TVOH), komt een 20-jarige Fries plotseling hun feestje verstoren. Want wie had nou verwacht dat Johannes Rijpma uit Oudega de finale zou halen? Hij kan zingen, maar past totaal niet in het plaatje van de makers van TVOH. Zij pronken liever met rasartiest Leona of het gouden keeltje van Floortje.

Hoe heeft het zover kunnen komen dat een blonde servicemonteur in geruite blouse, die zijn vrije tijd doorbrengt in een jeugdkeet, het zelfs tot de finale schopt? Onvoldoendes van de jury, aanpassing van de puntentelling, het hielp allemaal niks. Het publiek bleef massaal op Johannes stemmen.

En Johannes? Die lacht erom. Tegen Marco Borsato zei hij: ,,Weet je wat het is? Als je op het podium staat moet je lachen, want voor je ’t weet is het voorbij.’’ Misschien is dat juist zijn kracht. Johannes is nuchter,blijft zichzelf en speelt geen toneel. ,,Bij Gordon hebben we een heerlijk glaasje Glühwein gedronken’’,zei een van de kandidaten. Vervolgens komt Johannes lachend in beeld: ,,Niet te zuipen, die bocht.’’

In de voorrondes had Johannes vooral geluk. Met de hakken over de sloot ging hij naar de liveshow,in tegenstelling tot ‘onze’ andere Friese trots: Gerrie van Dijk-Dantuma, afkomstig uit Stiens. Zij blonk uit in de voorrondes, maar verloor in The Battle van Leona Philippo, die nu samen met Johannes in de finale staat.

Na de winst van Friezin Iris Kroes vorig jaar,moet heel Fryslân vanavond maar op ‘ús Johannes’ stemmen. Misschien kan Gerrie van Dijk-Dantuma het volgend jaar gewoon nog een keer proberen, dan loodsen we ook haar naar de finale. Met een beetje geluk zijn we daarna van The Voice of Holland af. Dan moet John de Mol zelf toch ook inzien dat hij het programma beter The Voice of Fryslân kan noemen.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 14 december 2012

Verkocht

It is mar in hûs, zegt mijn beppe. Maar zo zie ik het niet. Voor mij is het niet zomaar een huis. Het was altijd mijn tweede thuis. Het is gebouwd toen ik ben geboren en zo lang woonde mijn beppe er ook. Mijn pake heeft er nog twintig jaar van kunnen genieten.

Ik zie hem nog zitten met zijn witte haar in de grote stoel, zijn hand hoog in de lucht als ik voorbij fietste. Elke dag bracht ik samen met mijn zussen de krant. Dit was een populair klusje, want in ruil voor de krant kregen we snoep. We mochten er niet om vragen van mijn moeder en daar hielden we ons keurig aan. Maar mijn beppe begreep de hint altijd als we naar de klep boven de koelkast staarden.

Het is ook het huis waar ik als klein meisje voor het eerst logeerde. Dat was best spannend, ook al woonden we zelf maar een paar honderd meter verderop. Het kleed met daarop een tijger op de logeerkamer maakte me altijd een beetje bang. Dat kleed hangt nog steeds aan de wand, net als alle tegeltjes met spreuken, foto’s en niet te vergeten het schilderij met drie paarden boven de open haard.

Toch raar dat je onbewust verknocht raakt aan een woning. Het is een huis vol herinneringen aan een mooie tijd. Als ik er nu langs rijd, mist er iets. Of eigenlijk iemand. Het huis werd te groot voor mijn beppe alleen. Het zal vreemd zijn als straks haar koperen bloempotten niet meer voor het raam staan. En dat de keuken en de badkamer waar ze altijd zo zuinig op zijn geweest worden gesloopt. Maar ach, it is mar in hûs.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 6 januari 2012

Harry Potter

Ik voel een leegte als ik de zaal uitloop. Dit was echt de laatste, het einde van een tijdperk. Het tijdperk dat Harry Potter heet.

Al meer dan tien jaar ben ik in de ban van de tovenaarsleerling uit de boeken van J.K. Rowling. De wereld van dreuzels, zwerkbal en zweinstein spreekt me vanaf het begin aan. En ik ben niet de enige, zo bleek elke keer wel uit de rijen fans die ’s nachts voor de boekwinkels stonden te wachten tot er weer een nieuw deel verscheen.

Nog nooit was het effect dat een boek wereldwijd heeft op zowel kinderen als volwassenen zo groot. Normaal gesproken houd ik niet van fantasieboeken, maar in de Potterreeks zijn veel overeenkomsten met de werkelijkheid.

Thema’s als vriendschap, moed en trouw komen in de verhalen voor, maar ook gekonkel in de politiek en de macht van de media spelen een rol. Dat maakt het denk ik zo herkenbaar.

Dat er kritiek van sommige christenen op de boeken was, vind ik onbegrijpelijk. Zij waren bang dat het de interesse in hekserij en occultisme aanwakkert.

Ik denk juist dat mensen veel van de boeken kunnen leren over de strijd tussen goed en kwaad. Vooral de gesprekken tussen Harry en schoolhoofd Albus Perkamentus zijn boeiend. Zo sprak Perkamentus in deel 2 de wijze woorden: ‘Uit onze keuzes blijkt wie we werkelijk zijn, veel meer dan uit onze talenten.’

In 2007 vond ik het al zo jammer dat het laatste boek ‘Harry Potter en de relieken des doods’ verscheen.

Maar gelukkig had ik de films nog in het vooruitzicht. Zaterdag werd ik in de bioscoop opnieuw meegesleurd door het verhaal. Hoewel ik alle zeven boeken al twee keer heb gelezen, vroeg ik me bij bepaalde scènes toch weer af hoe het ook alweer precies zat. Een goede reden om alle delen nog één keer te lezen. Al was het alleen maar om het definitieve afscheid van Harry nog even uit te stellen.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 19 augustus 2011

Verlegen

Ik was vroeger heel verlegen. Als iemand mij in een groep een vraag stelde, begon ik meestal te hakkelen, te blozen en ging mijn hart als een razende tekeer, omdat alle aandacht op mij gericht was. Vreselijk vond ik dat.

Ik heb er soms van gebaald dat ik als ‘het verlegen meisje’ werd betiteld. Ik wilde helemaal niet verlegen zijn. Door de jaren heen heb ik mijn verlegenheid overwonnen. Gewoon door dingen te doen die ik eigenlijk niet durfde. Een vraag stellen in de klas of een verhaal vertellen tijdens een feestje, dat was voor mij al een hele stap. De onzekerheid verdween en ik probeerde steeds meer uitdagingen aan te gaan om de verlegenheid te doorbreken.

Achteraf gezien denk ik dat ik er juist voordeel van heb gehad. Voor mijn werk als journalist ben ik soms ontzettend in het diepe gegooid, maar mijn wil om enge dingen te doen was groot. Op mijn 21e  moest ik toenmalig minister-president Wim Kok interviewen voor Omrop Fryslân. ’s Avonds lag ik met hoofdpijn in bed van spanning, maar het was goed gegaan. Sindsdien kijk ik nooit meer op tegen een interview.

Ik ben ervan overtuigd dat je met verlegenheid een heel eind kunt komen. Vorige week werd mijn theorie bevestigd door zanger Daniël Lohues die ik voor de krant interviewde. Hij vertelde dat hij van zichzelf hartstikke verlegen is. ,,Maar het geeft me een kick om het dan toch te doen. Ik ben verslaafd geraakt aan het enge, blijf mezelf steeds nieuwe dingen opleggen. Angst is altijd maar voor even en spijt van dingen die je niet hebt gedaan is veel erger. Eerst vond ik het ook eng om op het podium te staan, maar nu ben ik nergens meer bang voor.’’

Ik vond het wel herkenbaar en dacht voor het eerst in mijn leven: wat is het eigenlijk mooi om verlegen te zijn!

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 14 mei 2009

Autorijden

Ik heb niet vaak ruzie met mijn man, maar áls we woorden hebben, gaat het over autorijden. En dan als ik achter het stuur zit. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar ik voel dat hij mij niet een hele beste coureur vindt.

Vooral als ik in ‘zijn’ auto rijd, zit hij gespannen naast me. Af en toe geeft hij ‘goedbedoelde’ instructies zoals ‘hij kan wel in de vier’ of ‘denk om die stoeprand’. Het probleem is dat het toevallig altijd ‘mis’ gaat als hij naast me zit. Juist dan slaat de motor voor het stoplicht af, geef ik teveel gas of verloopt het parkeren niet helemaal soepel.

De meeste mannen die deze column lezen denken nu waarschijnlijk ‘logisch, want vrouwen kunnen niet autorijden’. Maar uit recent onderzoek blijkt dat dit vooroordeel wordt bevestigd doordat júllie vrouwen het gevoel geven dat ze het niet kunnen; daardoor presteren wij slechter. 

Als mannen zouden zeggen dat vrouwen geen richtingsgevoel hebben, kan ik me er nog iets bij voorstellen. Dan nóg vind ik dat je niet alle dames over één kam kunt scheren, maar ik ken wel een heleboel vrouwen die regelmatig verdwalen. Zelf ben ik er één van.

Vooral de verschillende dorpjes in Dongeradeel zijn lastig te vinden. Gelukkig heb ik nu mijn vriend TomTom altijd bij me. Al maakt die het er ook niet altijd gemakkelijker op. Als ‘Bram’ zegt dat ik ‘verderop linksaf’ moet, weet ik soms nog niet welke afslag hij precies bedoelt.

Het gevaar van zo’n navigatiesysteem is dat mensen er blind op vertrouwen. Daardoor belandde een automobilist die de elektronische aanwijzingen keurig opvolgde laatst nog met zijn auto in het water. Gelukkig was het een man die dit overkwam. Al sluit ik niet uit dat hij door ‘Saskia’ de sloot in is gestuurd.

Klasina van der Werf    

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 2 april 2009

Hoofdpijnkliniek

Heb je Zembla zondag ook gezien? Die vraag kreeg ik deze week meerdere keren voor mijn kiezen. De uitzending ging over hoofdpijnpatiënten en veel mensen weten inmiddels dat ik regelmatig met migraine in bed lig. Ik had  het inderdaad gezien, maar voor mij was het allemaal oud nieuws.

Toch ben ik erg blij met zo’n uitzending. Er is namelijk weinig begrip voor mensen met hoofdpijn, weet ik uit ervaring. Als je hoofdpijn hebt neem je toch gewoon een aspirientje? Zo denken veel mensen. Ook vragen ze vaak om een verklaring voor de hoofdpijn. Dat vind ik raar. Als iemand griep heeft vraag je toch ook niet waarom?

Ook veel huisartsen nemen de klachten niet serieus. Die schepen je vaak af met pijnstillers, terwijl het gebruik daarvan tot verslaving kan leiden. Met als gevolg dat mensen alleen maar meer hoofdpijn krijgen. Zo ver is het bij mij gelukkig niet gekomen. Maar ik kan me wel voorstellen dat hoofdpijnpatiënten verslaafd raken aan medicijnen. Het is echt vreselijk om met bonkende hoofdpijn en misselijk in bed te liggen. Op zo’n moment heb je nog maar één wens: beter worden!

Dan is de hoofdpijnkliniek in Dokkum echt een uitkomst. Daar werd mij verteld dat de hoofdpijn aangeboren is en dat het lastig is om er helemaal vanaf te komen. Wél kun je door het aanpassen van je leefstijl de hoofdpijn verminderen. Je hele leefpatroon wordt door een speciaal hoofdpijnteam onder de loep genomen. Ik dacht eerlijk gezegd dat er aan mijn stijl niet zoveel te verbeteren was, maar dat viel tegen. Mijn conditie was onder de maat, ik kreeg teveel cafeïne en opmerkingen als ‘op sommige dagen kan ik niet ziek zijn vanwege mijn werk’ werden niet langer getolereerd.

Dankzij de hoofdpijnkliniek heb ik geleerd manager van mijn eigen hoofdpijn te worden. Het belangrijkste vond ik dat er eindelijk een plek was waar klachten serieus werden genomen. Mijn oude leefstijl sluipt er soms wat in, totdat ik weer een heftige migraine-aanval krijg. Dan besef ik dat ik pas op de plaats moet maken. Het valt ook niet mee, voorspelden de neurologen van de hoofdpijnkliniek twee jaar geleden al. Veranderen van de meest simpele dingen in je leven is vaak het allermoeilijkste wat er is.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 2 oktober 2008

Op de fiets

Ik ben op de fiets naar mijn werk geweest. Voor het eerst in de drie jaar dat ik nu bij de Nieuwe Dockumer Courant werk. Het was er nog niet van gekomen omdat ik eerst in Leeuwarden woonde, daarna een periode ‘fietsloos’ was en tot voor kort een lekke band had.

Van mijn woonplaats Ee naar Dokkum is het ongeveer zeven kilometer fietsen. De route langs het Jaachpad is echt prachtig. Als ik ’s ochtends vroeg in de zon langs het water fiets geniet ik van de prachtige natuur, de bloemen langs het fietspad, de vele koeien, schapen en paarden in de wei.

Een mooie bijkomstigheid is dat fietsen ook nog eens goed is voor de conditie. Dat komt goed uit, want het sporten in de sportschool blijft er de laatste weken, of eigenlijk maanden een beetje bij. Ik bedenk me dan ook dat ik dit vaker ga doen. Sterker nog: ik ga ’s zomers elke dag op de fiets naar het werk.

Ruim twintig minuten later arriveer ik fit en wel op kantoor en vertel trots aan mijn collega’s dat ik op de fiets ben. Na een dag hard werken herinneren diezelfde collega’s mij er aan dat ik de terugweg waarschijnlijk tegenwind heb. Ik probeer nog te regelen dat ik met iemand mee kan rijden, maar er zit niets anders op dan de fiets te pakken.

De terugweg is de natuur opeens een stuk minder mooi nu het bewolkt is. De tocht lijkt ook veel langer als je tegen de wind in moet fietsen. Op het moment dat ik de steenfabriek van Oostrum eindelijk ben gepasseerd, lijkt de kerk van Ee nog mijlenver weg.

Doodmoe en bezweet bereik ik drie kwartier later ons huis. Ik plof op de bank neer. Morgen toch maar met de auto?

Klasina van der Werf 

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 29 mei 2008   

Clubliefde

5 clubliefde

Wat bezielt die Cambuurfans die midden in de nacht naar het stadion gaan om de spelers toe te juichen? Waarom zou je een voetbalclub blijven steunen die jarenlang slecht presteert? En nog een moeilijkere vraag: Waarom gunnen Cambuursupporters het die andere Friese club, dertig kilometer verderop, niet dat ze winnen?

Na vijftien jaar een Cambuursupporter van dichtbij te hebben meegemaakt, begin ik het een beetje te begrijpen. Als 13-jarig jongetje was hij er al bij. Samen met zijn vader reisde hij van Broeksterwâld naar Leeuwarden. In voor-, maar vooral in tegenspoed.

Het ging een tijd lang slecht met Cambuur Leeuwarden. Hij sloeg echter geen wedstrijd over. Teleurstellingen werden elke keer omgezet in hoop. ,,Dit seizoen maken we weer kans’’, hoorde ik hem elk jaar zeggen. De laatste jaren lukte het twee keer net niet.

Deze keer had hij er dan ook niet meer op gerekend. Natuurlijk was er een sprankje hoop en die werd steeds groter naarmate de avond vorderde. Ontlading was er toen concurrent Volendam achter stond en Cambuur tegelijk scoorde.

Tot het laatste moment bleef het spannend. Ik werd er zelf ook al zenuwachtig van. Ik dacht aan al die jaren dat hij naar Leeuwarden ging om zijn club te steunen. De keren dat hij geen hap door zijn keel kreeg, van spanning. Vakanties werden zelfs om de wedstrijden heen gepland.

Ik zag hem maandagavond tussen al die juichende mensen bij de Oldehove staan tijdens de huldiging van de spelers. Ik denk dat hij één van de weinigen was die zó lang naar dit moment heeft toegeleefd.

Het is moeilijk om uit te leggen wat het precies is. Het is een gevoel. Dat noemen ze nou echte clubliefde.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 10 mei 2013

Henk

Dat was even schrikken zondagavond. Ik kreeg een telefoontje van mijn moeder. Ze kwam met slecht nieuws, over Henk. Meteen gingen mijn gedachten terug naar die zomer van 1996, toen ik Henk leerde kennen.

Ik was zestien jaar. Hij vestigde zich bij ons in het dorp, in Damwâld, waar ik nog bij m’n ouders woonde. Toen ik hoorde van Henk ben ik meteen op hem afgestapt. Het klikte vanaf de eerste minuut. Vier jaar lang ging ik elk weekend fluitend op mijn fiets naar Henk toe. Totdat ik afgestudeerd was. We verloren elkaar uit het oog, maar toch ben ik Henk nooit vergeten.

Mijn moeder had het stokje vlak daarna van mij overgenomen bij Henk in Dokkum. Daardoor kwam ik toch nog regelmatig bij Henk over de vloer. Het was er een zoete inval, altijd gezellig. Lekker sneupen tussen de kledingrekken en ondertussen kletsen met oud-collega’s.

We sturen elkaar nog altijd een kaartje met kerst en met speciale gebeurtenissen zoeken we elkaar op. Zo zijn de dames van Henk vorig jaar nog bij mij thuis geweest op poppeslok. Tot diep in de nacht, want we hadden veel stof om over bij te praten. En natuurlijk werden mooie herinneringen over Henk weer opgehaald.

In mei van dit jaar zei ook mijn moeder vaarwel tegen Henk. Maar gelukkig konden we hem altijd nog opzoeken, wanneer we maar wilden. Dat is nu verleden tijd. Sinds deze week zijn alle winkels van Henk gesloten. In Dokkum, Damwâld, maar ook in honderd andere plaatsen.

Ik begin me nu echt zorgen te maken. Want als zelfs ‘mijn’ Henk – waar ik mijn eerste geld heb verdiend – het hoofd niet eens meer boven water kan houden, wie volgen er dan nog meer?

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 5 oktober 2012

 

 

Verborgen leed

Ik hoor erbij! Opeens ben ik belangrijk. Ik ben nu zes maanden zwanger en word helemaal opgenomen in ‘de groep’. Een groep die ik nog niet kende, een wereld apart.

Ik heb ontdekt dat iedereen er wel iets van vindt, ook mensen die ik nauwelijks ken. Want zij zijn ook allemaal zwanger geweest of kennen wel een schoonzusje of vriendin die toevallig tegelijk is uitgerekend. Ik krijg vragen over zwangerschapskwaaltjes, goedbedoelde adviezen, maar vooral ook veel verhalen over eigen ervaringen van vrouwen over de tijd dat zij zwanger waren en kinderen kregen. Als ik anderen moet geloven is dat het mooiste wat er is.

Toch zijn de meningen over die roze wolk nogal verdeeld. Het is in elk geval geen taboe meer om toe te geven dat het allemaal best zwaar is.

Stiekem vind ik het best leuk, al die aandacht. Het is natuurlijk ook bijzonder, al kan ik me nog steeds niet goed voorstellen dat we straks een baby hebben. Een kindje van onszelf, dat ons hele leven op z’n kop gaat zetten. Een jaar geleden had ik nog niet gedacht dat ik het leuk zou vinden om over rompertjes, kinderwagens en commodes te praten.

Hoewel ik van deze tijd geniet, probeer ik niet helemaal in dit ‘nieuwe wereldje’ op te gaan. Er zijn meer dingen in het leven die ik belangrijk vind. Bovendien wil ik ook rekening houden met de mensen die bewust kiezen voor een leven zonder kinderen of die er nog niet aan toe zijn. Verder zijn er genoeg mensen die wel willen, maar geen partner hebben of – ondanks vruchtbaarheidsbehandelingen – ongewenst kinderloos blijven.

Ik zou het oneerlijk vinden als zij zich buitengesloten voelen, maar dat gebeurt nu onbewust wel. Voor sommigen moet het al pijnlijk zijn om naar dikke buiken van zwangere vrouwen te kijken of bij anderen op kraamvisite te gaan. Zij hebben ook een verhaal, maar die krijg je niet te horen op feestjes. Waarom mogen zij niet bij ‘de groep’ horen en ik wel?

Er is veel verborgen leed. Het is goed om daar bij stil te staan.

Klasina van der Werf

Nieuwsblad Noordoost-Friesland, 8 juli 2011